
Canto
6
Hoofdstuk 14: Koning Citraketu's Weeklagen
(1) S'rî Parîkchit zei: 'Hoe kon Vritrâsura met een aard van hartstocht en onwetendheid, o brahmaan, en met een geest zo vol van zonde van zo een krachtig bewustzijn zijn in Nârâyana, de Allerhoogste Persoon? (2) De grote heiligen die hun geesten hebben gericht op het goede en waarachtige van de goden en onbevlekte zielen hebben, ontwikkelen slechts zelden toewijding tot de lotusvoeten van Mukunda, de Heer der Bevrijding. (3)Er zijn evenzoveel levende wezens als er atomen zijn in deze materiële wereld; en van hen zijn er feitelijk maar enkele menselijk en soortgelijk en van hen zijn er maar een paar die handelen om goed te doen. (4) O beste der tweemaal geborenen, men zal altijd zien dat van hen die trouw zijn aan de bevrijding er maar een paar zijn die de bevrijding verlangen en dat uit de duizenden van hen er maar een paar zijn die werkelijk bevrijd zijn, werkelijk volmaakt zijn. (5) Onder hen die bevrijding en vervolmaking vonden, o grote Wijze, wordt er onder de miljoenen en miljarden maar hoogst zelden een aangetroffen die tot Nârâyana concludeerde en een geest heeft die volkomen in vrede is [vergelijk B.G. 7: 3 & 7: 26]. (6) Hoe kon, met de waarheid hiervan, Vritra dan, die zo zondig was en de oorzaak van een dergelijk lijden in heel de wereld, in het vuur van de strijd een intelligentie aan de dag leggen dermate gefixeerd op Krishna? (7) Hierover verkeer ik in grote twijfel en ik zie er zeer naar uit, o meester, te vernemen over hoe hij erin slaagde de Duizendogige in de strijd te behagen met zijn bravoure en zijn kracht'."
(8) S'rî Sûta zei: "De almachtige zoon van Vyâsa die aldus de volmaakte vraag van de trouwe Parîkchit aanhoorde gaf blijk van zijn waardering en legde het aan hem uit. (9) S'rî S'uka zei: 'Luister alstublieft goed, o Koning, naar wat ik u kan zeggen van wat ik vernam uit de monden van Vyâsa, Nârada Muni en Devala Rishi. (10) Er was er eens een koning, een keizer voor allen, levend in S'ûrasena, die, o Koning, Citraketu heette ['het licht der uitnemendheid'] en met die naam geëerd was er van hem van de aarde alles wat men zich maar wensen kon. (11) Van de tienduizenden en nog eens duizenden van vrouwen die hij had kreeg de koning, hoewel ze heel wel tot baren in staat waren, niet ook maar één zoon. (12) Met al zijn schoonheid, grootmoedigheid, jeugd, goede geboorte, scholing, weelde, welzijn en alle andere goede kwaliteiten die hem eigen waren, was hij, in de rol van de echtgenoot van zo vele in gebreke blijvende vrouwen, vol van zorgen. (13) Noch zijn grote weelde, noch al zijn koninginnen met hun prachtige ogen, noch alle landen van het rijk konden hem bevrediging schenken. (14) Maar Angirâ, de zeer machtige wijze die overal door zijn landstreken trok, kwam op een dag onverwacht naar het paleis. (15) Hem zijn respect betonend overeenkomstig de gebruiken stond hij van zijn troon op en bewees hij hem de eer. En nadat hij aldus zijn gastvrijheid betoond had in het aanbieden van een zitplaats nam hij toen met de gepaste ingetogenheid plaats aan zijn zijde. (16) De grote rishi, o Mahârâja, maakte toen zelf een buiging voor hem die in alle nederigheid vlak naast hem zat, en richtte zich toen tot hem met de volgende woorden.
(17) Angirâ zei: 'Is alles in orde met uw gezondheid en de materiële orde van de staat; de orde van de koning [in priesters, ministers, territoria, onderdanen, vestingen, de schatkist, de politie en het leger] die zoveel lijkt op de zeven materiële lagen die het levende wezen beschermen [welke bestaan uit de totaliteit, het ego en de vijf zinsobjecten; mahat-tattva, ahankâra en tanmâtra's]? (18) De koning die zich schikt naar deze elementen van het nobele bestuur mag al het goede ten deel vallen en dat geldt ook voor alles en iedereen die, van hem afhankelijk, welvaart schenkt en dienst levert, o god der mensen. (19) En uw vrouwen, burgers, secretarissen, dienaren en kooplieden zowel als uw ministers, uw getrouwen, bestuurders, landeigenaars en nakomelingen, schikken ze zich allen naar uw bestuur? (20) Als men zijn denken onder controle heeft zullen alle onderdanen zich schikken en dan zal iedereen, samen met al de bestuurders niet langer nalatig zijnd, zijn bijdrage leveren. (21) Van de bezorgdheid afgelezen van uw bleke gezicht kan ik afleiden dat u in uw denken niet helemaal gelukkig bent om de een of andere reden, ofwel dat u in feite gefrustreerd bent in uw plannen.'
(22) Nadat hem door de filosoof, ookal was die geleerder, aldus deze vraag was voorgelegd o Koning, verboog hij [Citraketu] zich, in zijn verlangen naar nageslacht, diep voor de wijze in alle nederigheid om hem als volgt antwoord te geven. (23) Koning Citraketu zei: 'O grote meester, wat kan er nu zijn dat u, in uw verzaking, spirituele kennis en verzonkenheid en in uw omgang met andere grote zondeloze yogi's, niet zou begrijpen van al het uiterlijke en innerlijke van de belichaamde zielen? (24) Desalniettemin vraagt u, o brahmaan, hoewel u alles weet, waar ik me zorgen over maak. Laat me dan nu, met uw permissie, uitweiden over dat wat u me vroeg. (25) Met een groot keizerrijk dat zelfs voor de halfgoden te benijden is geeft al de welvaart en het bezit me geen enkel plezier omdat ik geen zoon heb; wat mij betreft is het allemaal alsof men zijn honger en dorst probeert te stillen met alles behalve voedsel en drinken. (26) Redt om die reden mij en mijn voorvaderen van de teloorgang in de duisternis, o grote wijze; regel het voor ons dat we een zoon krijgen zodat we dat de baas kunnen zijn wat zo moeilijk te overwinnen is.'
(27) S'rî S'uka zei: 'Na die smeekbede liet hij, die hoogst machtige en genadige zoon van Brahmâ, hem een gerecht van zoete rijst klaarmaken voor Tvashthâ [de halfgod die de vader van Vis'varûpa was, zie 6.8], dat hij toen te zijner ere offerde. (28) De eerste en meest volmaakte koningin van al de koninginnen van de koning, o beste der Bhârata's, die de naam Kritadyuti droeg, werd uit handen van de wijze het geofferde voedsel aangeboden. (28) Vervolgens zei hij tegen de koning: 'O Vorst, er zal één enkele zoon zijn die voor u een bron van vreugde en verdriet zal vormen', en daarna vertrok de zoon van Brahmâ. (30) Na van het voedsel van het offer gegeten te hebben bleek zij toen zwanger van Citraketu zodat Kritadyuti een zoon kreeg zoals de godin Krittikâ er een kreeg [Skanda] van Agni. (31) Haar vrucht groeide dag na dag zich stap voor stap ontwikkelend uit het zaad van de koning van S'ûrasena zoals de maan dat doet in de heldere helft van de maand. (32) Toen nam na de nodige tijd de zoon zijn geboorte die de inwoners van S'ûrasena in de grootste vreugde verzette zo gauw ze erover vernamen. (33) De koning zeer gelukkig met zijn pas geboren zoon, nam een bad, doste zich uit met sieraden en liet toen de brahmanen de geboorteplechtigheid opvoeren met vele zegenrijke woorden. (34) De brahmanen schonk hij in liefdadigheid goud, zilver, kleding, sieraden alsook dorpen, paarden, olifanten en zestig croren koeien. (35) Als een regenwolk deed de liefdadige koning alles neerregenen wat men zich maar kon wensen teneinde de weelde, de reputatie en de levensduur van zijn pasgeborene te vergroten. (36) Net zoals een arme sloeber steeds meer voelt voor de rijkdom die hij met grote moeite wist te vergaren, koesterde de vrome koning, als vader, een van dag tot dag groeiende genegenheid voor de zoon die hij met zoveel moeite had gekregen. (37) Ook de moeder koesterde een overmatige genegenheid voor de zoon, hetgeen bij al de bijvrouwen van Kritadyuti, vanuit hun onwetendheid, leidde tot een koortsig verlangen eveneens zoons te krijgen. (38) Net als met de onophoudelijke aandacht voor de zoon, raakte koning Citraketu ook buitensporig aangetrokken tot de echtgenote die hem de zoon had geschonken en niet zo zeer tot de anderen. (39) Omdat zij geen zoons hadden en er ongelukkig over waren te worden verwaarloosd door de koning, zetten ze het op een klagen waarbij ze zichzelf vervloekten uit jaloezie. (40) Een vrouw die het zonder een zoon moet stellen wordt door de echtgenoot en de bijvrouwen die wel zoons hebben thuis niet geëerd en krijgt de schuld van de zonde aangewreven; zij, slecht gerespecteerd, is dan precies als een dienstmaagd. (41) En wat valt er nu werkelijk te klagen voor dienstmaagden die hun eer ontlenen aan het voortdurend dienen van hun echtgenoten - maar als men dan als een dienstmaagd dient voor de dienstmaagden heeft men het zeer slecht getroffen. (42) Aldus was er van de kant van de koninginnen, die uit de gunst gevallen brandden van droefenis met de koning die de rijkdom van een zoon van de bijvrouw Kritadyuti genoot, een zeer sterk groeiende jaloezie. (43) Met hun verstand kwijt door de jaloezie en niet in staat de koning zijn manier van doen te verdragen, raakten de koninginnen uiterst verbeten en dienden ze de jongen gif toe. (44) Kritadyuti die door het huis liep was zich niet bewust van de zonde begaan door de bijvrouwen en dacht, kijkend naar haar zoon, dat hij diep in slaap was. (45) Toen de jongen een lange tijd in bed had gelegen gaf zij, als een dame der intelligentie, alzo de kindermeid de opdracht: 'Alsjeblieft, beste vriendin, breng me mijn zoon'. (46) Naar hem omkijkend zag ze hem neerliggen met zijn ogen naar boven gedraaid en zijn levenskracht, geest en zinnen vertrokken, en zo riep ze neervallend op de grond uit: 'O verdoemd ben ik!'. (47) Toen ze haar met een gekwelde stem luid jammerend zichzelf met beide handen op de borst hoorde slaan, spoedde ook de koningin zich haastig derwaarts en zag ze bij haar zoon aangekomen dat haar kind plots van haar was heengegaan. (48) In zwijm zakte ze overmand door verdriet bewusteloos op de grond met haar haren en kleding in de war. (49) Daarop, o heerser der mensen, kwamen al de inwoners van het paleis en alle mensen, mannen en vrouwen die het luide huilen hadden gehoord erop af en zetten ze allen even bedroefd het op een groots huilen, zoals ook zij die de misdaad hadden begaan dat valselijk deden. (50-51) Horend dat zijn zoon om onbekende redenen was gestorven, kon de koning niet langer nog naar behoren uit zijn ogen toen hij, voortdurend struikelend en vallend, er heen ging, gevolgd door een gezelschap aan ministers en tweemaal geborenen.Vanwege zijn genegenheid en zijn aanzwellend gehuil viel hij buiten bewustzijn neer aan de voeten van de dode zoon met zijn haar en kleding in de war en was hij zwaar ademend [weer bijkomend] vanwege de tranen van zijn huilen met een verstikte stem niet in staat een woord uit te brengen. (52) De koningin die haar echtgenoot zwaar zag lamenteren in zijn treurnis over de dood van het kind, de enige zoon van de familie, huilde het helemaal uit, en droeg daarmee bij tot de smart in het hart van allen daar bijeengekomen, met inbegrip van de officieren en ministers. (53) Haar twee met kumkum bepoederde borsten werden nat van de tranen die, vermengd met de make-up die haar ogen sierde, naar beneden drupten, en uit haar verwarde haren vielen de bloemen terwijl ze in alle toonaarden treurde om haar zoon met een geluid dat deed denken aan de fraaie kreten van een kurarî vogel.
(54) 'Helaas, o Voorzienigheid, hoezeer schiet U niet tekort in wijsheid in Uw handelen als iemand die in werkelijkheid recht ingaat tegen wat hij zelf voortbracht; met de vader nog in leven is er, met de dood van hem die later verscheen, er met U een tegenstrijdigheid in het licht waarvan men U aantreft als een constante bedreiging.(55) Niet van de vertrouwde gang van zaken zijnd alhier wat betreft het leven en de dood van de belichaamden, staat U het toe dat, als gevolg van iemands karma, dat wat er van de liefdesband is, dat wat persoonlijk door U in het leven is geroepen te Uwer eer en glorie, is weggevaagd. Dat is wat U aan het doen bent! (56) En jij mijn dierbare zoon, zou het niet op moeten geven met mij, ik die zo slecht af ben zonder jou als beschermer. Je zou meer aandacht moeten besteden aan je vader die zoveel verdriet heeft; met jou kunnen we makkelijk het rijk der duisternis doorkomen dat men zo moeilijk de baas is zonder een zoon; alsjeblieft laat ons niet in de steek. Leg je niet neer bij het genadeloze van de Heer van de Dood. (57) Mijn lieve zoon, sta op, alle kinderen, je speelkameraadjes roepen om je om met ze te komen spelen, o mijn prinsje; je hebt zo lang geslapen, je moet nu wel erge honger hebben, pak alsjeblieft mijn borst beet en drink, al is het alleen maar om de smart van je verwanten te verdrijven. (58) Hoe slecht heb ik het getroffen niet langer de bekoorlijke glimlachen te zien van jou, geboren uit mijn vlees, nu je de ogen van je lotusgezichtje hebt gesloten; heb je me nu echt verlaten voor een andere wereld, weg om niet terug te keren; ben je echt meegevoerd door de wrede Heer van de Dood? Ik kan je lief gebrabbel niet meer horen...'
(59) S'rî S'uka zei: 'Met de vrouw op deze manier in uiteenlopende jammerklachten huilend over de dood van haar zoon was Citraketu zeer bedroefd en huilde hij hardop met haar mee. (60) Met het weeklagen van de koning en zijn echtgenote huilden al de onderdanen evenzo hard mee en aldus waren alle mannen en vrouwen van het koninkrijk buiten hun zinnen van verdriet. (61) De heilige die Angirâ was wist dat, door de misère die hen ten deel was gevallen, ze buiten zinnen waren en hulpeloos overgeleverd, en nam toen het besluit er met Nârada Muni naar toe te gaan.
Tweede editie, geladen 14 mei 2007 ![]()
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî Parîkchit zei: 'Hoe kon Vritrâsura met een aard van hartstocht en onwetendheid, o brahmaan, en met een geest zo vol van zonde van zo een krachtig bewustzijn zijn in Nârâyana, de Allerhoogste Persoon?S'rî Parîkchit zei: 'Hoe kon Vritrâsura met een aard van hartstocht en onwetendheid, o brahmaan, en met een geest zo vol van zonde van zo een krachtig bewustzijn zijn in Nârâyana, de Allerhoogste Persoon? (Vedabase)
De grote heiligen die hun geesten hebben gericht op het goede en waarachtige van de goden en onbevlekte zielen hebben, ontwikkelen slechts zelden toewijding tot de lotusvoeten van Mukunda, de Heer der Bevrijding.
De grote heiligen die geesten hebben gericht op het goede en waarachtige van de goden en onbevlekte zielen hebben, ontwikkelen slechts zelden toewijding tot de lotusvoeten van Mukunda, de Heer der Bevrijding. (Vedabase)
Er zijn evenzoveel levende wezens als er atomen zijn in deze materiële wereld; en van hen zijn er feitelijk maar enkele menselijk en soortgelijk en van hen zijn er maar een paar die handelen om goed te doen.
Er zijn even zo veel levende wezens als er atomen zijn in deze materiële wereld; en van hen zijn er feitelijk maar enkele menselijk en soortgelijk en van hen zijn er maar een paar die handelen om goed te doen. (Vedabase)
O beste der tweemaal geborenen, men zal altijd zien dat van hen die trouw zijn aan de bevrijding er maar een paar zijn die de bevrijding verlangen en dat uit de duizenden van hen er maar een paar zijn die werkelijk bevrijd zijn, werkelijk volmaakt zijn.
O beste der tweemaal geborenen, men zal altijd zien dat van hen die trouw zijn aan de bevrijding er maar een paar zijn die de bevrijding verlangen en dat uit de duizenden van hen er maar een paar zijn die werkelijk bevrijd zijn, werkelijk volmaakt zijn. (Vedabase)
Onder hen die bevrijding en vervolmaking vonden, o grote Wijze, wordt er onder de miljoenen en miljarden maar hoogst zelden een aangetroffen die tot Nârâyana concludeerde en een geest heeft die volkomen in vrede is [vergelijk B.G. 7: 3 & 7: 26].
Onder hen die bevrijding en vervolmaking vonden, o grote Wijze, wordt er onder de miljoenen en miljarden maar hoogst zelden een aangetroffen die tot Nârâyana concludeerde en een geest heeft die volkomen in vrede is [vergelijk B.G. 7:3 &26]. (Vedabase)
Hoe kon, met de waarheid hiervan, Vritra dan, die zo zondig was en de oorzaak van een dergelijk lijden in heel de wereld, in het vuur van de strijd een intelligentie aan de dag leggen dermate gefixeerd op Krishna?
Hoe kon, met de waarheid hiervan, Vritra dan, die zo zondig was en de oorzaak van een dergelijk lijden in heel de wereld, in het vuur van de strijd een intelligentie aan de dag leggen dermate gefixeerd op Krishna? (Vedabase)
Hierover verkeer ik in grote twijfel en ik zie er zeer naar uit, o meester, te vernemen over hoe hij erin slaagde de Duizendogige in de strijd te behagen met zijn bravoure en zijn kracht'."
Hierover verkeer ik in grote twijfel en ik zie er zeer naar uit, o meester, te vernemen over hoe hij erin slaagde de Duizendogige in de strijd te behagen met zijn bravoure en zijn kracht '." (Vedabase)
S'rî Sûta zei: "De almachtige zoon van Vyâsa die aldus de volmaakte vraag van de trouwe Parîkchit aanhoorde gaf blijk van zijn waardering en legde het aan hem uit.
S'rî Sûta zei: "De almachtige zoon van Vyâsa die aldus de volmaakte vraag van zijn trouwe Parîkchit aanhoorde gaf blijk van zijn waardering en legde het aan hem uit. (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Luister alstublieft goed, o Koning, naar wat ik u kan zeggen van wat ik vernam uit de monden van Vyâsa, Nârada Muni en Devala Rishi.
S'rî S'uka zei: 'Luister alstublieft goed, o Koning, naar dit zoals ik het heb vernomen uit de monden van Vyâsa, Nârada Muni en Devala Rishi. (Vedabase)Er was er eens een koning, een keizer voor allen, levend in S'ûrasena, die, o Koning, Citraketu heette ['het licht der uitnemendheid'] en met die naam geëerd was er van hem van de aarde alles wat men zich maar wensen kon.
Er was er eens een koning, een keizer voor allen, levend in S'ûrasena, die in werkelijkheid o Koning, Citraketu ['het licht der uitnemendheid'] was en aldus gevierd was er van hem van de aarde alles wat men maar verlangde. (Vedabase)
Van de tienduizenden en nog eens duizenden van vrouwen die hij had kreeg de koning, hoewel ze heel wel tot baren in staat waren, niet ook maar één zoon.
Van de tienduizenden en nog eens duizenden van vrouwen die hij had kreeg de koning, hoewel ze heel goed in staat waren geboorte te geven, van niet een enkele van hen een zoon. (Vedabase)
Met al zijn schoonheid, grootmoedigheid, jeugd, goede geboorte, scholing, weelde, welzijn en alle andere goede kwaliteiten die hem eigen waren, was hij, in de rol van de echtgenoot van zo vele in gebreke blijvende vrouwen, vol van zorgen.
Met al zijn schoonheid, grootmoedigheid, jeugd, goede geboorte, scholing, weelde en welzijn en begiftigd met alle goede kwaliteiten was hij één en al zorg de echtgenoot te zijn van zo vele vrouwen die niet in staat bleken. (Vedabase)
Noch zijn grote weelde, noch al zijn koninginnen met hun prachtige ogen, noch alle landen van het rijk konden hem bevrediging schenken.
Noch zijn grote weelde, noch al zijn koninginnen met hun prachtige ogen, noch alle landen van het rijk konden hem bevrediging schenken. (Vedabase)
Maar Angirâ, de zeer machtige wijze die overal door zijn landstreken trok, kwam op een dag onverwacht naar het paleis.
Maar op een dag kwam Angirâ, de zeer machtige wijze die overal door al zijn landen rondtrok, onverwacht naar het paleis. (Vedabase)
Hem zijn respect betonend overeenkomstig de gebruiken stond hij van zijn troon op en bewees hij hem de eer. En nadat hij aldus zijn gastvrijheid betoond had in het aanbieden van een zitplaats nam hij toen met de gepaste ingetogenheid plaats aan zijn zijde.
Hem zijn respekt betonend overeenkomstig de gebruiken stond hij van zijn troon op en bewees hij hem de eer. Na zijn gastvrijheid betoond te hebben in het aanbieden van een zitplaats vlakbij hem ging hij ook zitten zichzelf goed intomend. (Vedabase)
De grote rishi, o Mahârâja, maakte toen zelf een buiging voor hem die in alle nederigheid vlak naast hem zat, en richtte zich toen tot hem met de volgende woorden.
De grote rishi, o Mahârâja, maakte hem die van nabij in alle nederigheid zich naar de grond verboog zijn complimenten en richtte zich tot hem het volgende zeggend. (Vedabase)
Angirâ zei: 'Is alles in orde met uw gezondheid en de materiële orde van de staat; de orde van de koning [in priesters, ministers, territoria, onderdanen, vestingen, de schatkist, de politie en het leger] die zoveel lijkt op de zeven materiële lagen die het levende wezen beschermen [welke bestaan uit de totaliteit, het ego en de vijf zinsobjecten; mahat-tattva, ahankâra en tanmâtra's]?
Angirâ zei: 'Is alles in orde met uw gezondheid, de zegen van uw raadgeving, de schatkist en het hof, uw lichaam, geest en ziel, en het dienovereenkomstig beschermd zijn door de zeven [het geheel, het ego en de vijf voorwerpen der zinnen] van de materiële natuur van u als de koning en uw onderdanen? (Vedabase)
De koning die zich schikt naar deze elementen van het nobele bestuur mag al het goede ten deel vallen en dat geldt ook voor alles en iedereen die, van hem afhankelijk, welvaart schenkt en dienst levert, o god der mensen.
De koning die zichzelf rechtstreeks geplaatst heeft onder deze elementen van de adel moge al het goede ten deel vallen en zo zal dat ook gelden voor alles en iedereen van hem afhankelijk dat welvaart geeft en dienst levert, o God der Mensen. (Vedabase)
En uw vrouwen, burgers, secretarissen, dienaren en kooplieden zowel als uw ministers, uw getrouwen, bestuurders, landeigenaars en nakomelingen, schikken ze zich allen naar uw bestuur?
En uw vrouwen, burgers, secretarissen, dienaren en kooplieden zowel als uw ministers, uw getrouwen, bestuurders, landeigenaars en nakomelingen, zijn ze allen onder kontrole? (Vedabase)
Als men zijn denken onder controle heeft zullen alle onderdanen zich schikken en dan zal iedereen, samen met al de bestuurders niet langer nalatig zijnd, zijn bijdrage leveren.
Als men zijn denken onder kontrole heeft mag het zo zijn dat al zijn onderdanen onder kontrole zijn en dat de hele wereld met al zijn bestuurders die de nalatigheid bestrijden hun bijdragen zullen leveren. (Vedabase)
Van de bezorgdheid afgelezen van uw bleke gezicht kan ik afleiden dat u in uw denken niet helemaal gelukkig bent om de een of andere reden, ofwel dat u in feite gefrustreerd bent in uw plannen.'
Van de bezorgdheid afgelezen van uw bleke gezicht kan ik afleiden dat u in uw denken niet helemaal gelukkig bent om de een of andere reden ofwel dat u in feite gefrustreerd bent in uw plannen.' (Vedabase)
Nadat hem door de filosoof, ookal was die geleerder, aldus deze vraag was voorgelegd o Koning, verboog hij [Citraketu] zich, in zijn verlangen naar nageslacht, diep voor de wijze in alle nederigheid om hem als volgt antwoord te geven.
Door de filosoof, ondanks zijn grote geleerdheid, werd hij aldus ondervraagd o Koning, waarop hij, nageslacht verlangend, zich in alle nederigheid voor de wijze verboog om hem antwoordte geven. (Vedabase)
Koning Citraketu zei: 'O grote meester, wat kan er nu zijn dat u, in uw verzaking, spirituele kennis en verzonkenheid en in uw omgang met andere grote zondeloze yogi's, niet zou begrijpen van al het uiterlijke en innerlijke van de belichaamde zielen?
Koning Citraketu zei: 'O Grote Heer, wat is er, door uw verzaking, spirituele kennis, en verzonkenheid en uw omgang met andere grote yogî's vrij van zonden, dat niet door u begrepen wordt van de uiterlijke en innerlijke aangelegenheden van hen die belichaamd zijn? (Vedabase)
Desalniettemin vraagt u, o brahmaan, hoewel u alles weet, waar ik me zorgen over maak. Laat me dan nu, met uw permissie, uitweiden over dat wat u me vroeg.
Niettemin, o brahmaan, vraagt u, hoewel u alles weet, naar de zorgen van mijn geest. Sta in reaktie op uw opdracht me dan nu toe u hierover in te lichten. (Vedabase)
Met een groot keizerrijk dat zelfs voor de halfgoden te benijden is geeft al de welvaart en het bezit me geen enkel plezier omdat ik geen zoon heb; wat mij betreft is het allemaal alsof men zijn honger en dorst probeert te stillen met alles behalve voedsel en drinken.
Met een groot keizerrijk dat zelfs voor de halfgoden te benijden is geeft al de welvaart en het bezit me geen enkel plezier omdat ik geen zoon heb; wat mij betreft is het allemaal alsof men zijn honger en dorst probeert te stillen met alles behalve voedsel en drinken. (Vedabase)
Redt om die reden mij en mijn voorvaderen van de teloorgang in de duisternis, o grote wijze; regel het voor ons dat we een zoon krijgen zodat we dat de baas kunnen zijn wat zo moeilijk te overwinnen is.'
Redt om die reden mij en mijn voorvaderen van de teloorgang in de duisternis o grote wijze en maak het zo dat we een zoon krijgen zodat we dat te boven kunnen komen wat zo moeilijk te overwinnen is.' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Na die smeekbede liet hij, die hoogst machtige en genadige zoon van Brahmâ, hem een gerecht van zoete rijst klaarmaken voor Tvashthâ [de halfgod die de vader van Vis'varûpa was, zie 6.8], dat hij toen te zijner ere offerde.
S'rî S'uka zei: 'Na die smeekbede te hebben aangehoord deed hij, die hoogst machtige en genadige zoon van Brahmâ, hem een gerecht voor Tvâsta [de halfgod die de vader van Vis'varûpa was, zie 6.8] bereiden bestaande uit zoete rijst, dat toen door hem werd geofferd in aanbidding van Tvâsta. (Vedabase)
De eerste en meest volmaakte koningin van al de koninginnen van de koning, o beste der Bhârata's, die de naam Kritadyuti droeg, werd uit handen van de wijze het geofferde voedsel aangeboden.
De eerste en meest volmaakte koningin van al de koninginnen van de koning, o beste der Bhârata's, luisterend naar de naam Kritadyuti werd de resten van het offer geboden die werden opgebracht door de wijze. (Vedabase)
Vervolgens zei hij tegen de koning: 'O Vorst, er zal één enkele zoon zijn die voor u een bron van vreugde en verdriet zal vormen', en daarna vertrok de zoon van Brahmâ.
Daarna zei hij tegen de koning: 'O Vorst, er zal één enkele zoon zijn die een bron van vreugde en verdriet voor u zal vormen', waarop de zoon van Brahmâ vertrok. (Vedabase)
Na van het voedsel van het offer gegeten te hebben bleek zij toen zwanger van Citraketu zodat Kritadyuti een zoon kreeg zoals de godin Krittikâ er een kreeg [Skanda] van Agni.
Na van het voedsel van het offer gegeten te hebben bleek zij toen zwanger van Citraketu zodat Kritadyuti een zoon kreeg zoals de godin Krittikâ er een kreeg [Skanda] van Agni. (Vedabase)
Haar vrucht groeide dag na dag zich stap voor stap ontwikkelend uit het zaad van de koning van S'ûrasena zoals de maan dat doet in de heldere helft van de maand.
Haar vrucht groeide dag na dag zich stap voor stap ontwikkelend uit het zaad van de koning van S'ûrasena zoals de maan dat doet in de heldere helft van de maand. (Vedabase)
Toen nam na de nodige tijd de zoon zijn geboorte die de inwoners van S'ûrasena in de grootste vreugde verzette zo gauw ze erover vernamen.
Toen nam na de nodige tijd de zoon zijn geboorte die de inwoners van S'ûrasena in de grootste vreugde verzette toen ze erover vernamen. (Vedabase)
De koning zeer gelukkig met zijn pas geboren zoon, nam een bad, doste zich uit met sieraden en liet toen de brahmanen de geboorteplechtigheid opvoeren met vele zegenrijke woorden.
De koning zeer gelukkig met zijn pas geboren zoon, liet hem schoon wassen en baden, en behangen met sieraden en met zegenende woorden uitgesproken door de brahmanen liet hij toen het geboorteritueel opvoeren. (Vedabase)
De brahmanen schonk hij in liefdadigheid goud, zilver, kleding, sieraden alsook dorpen, paarden, olifanten en zestig croren koeien.
De brahmanen gaf hij in liefdadigheid goud, zilver, kleding, sieraden als ook dorpen, paarden, olifanten en zestig crore koeien. (Vedabase)
Als een regenwolk deed de liefdadige koning alles neerregenen wat men zich maar kon wensen teneinde de weelde, de reputatie en de levensduur van zijn pasgeborene te vergroten.
Als een regenwolk deed de weldoende koning alles neerregenen wat men zich maar kon wensen teneinde de weelde, de reputatie en de langlevendheid van zijn pasgeborene te vergroten. (Vedabase)
Net zoals een arme sloeber steeds meer voelt voor de rijkdom die hij met grote moeite wist te vergaren, koesterde de vrome koning, als vader, een van dag tot dag groeiende genegenheid voor de zoon die hij met zoveel moeite had gekregen.
Net als een arm man die met grote moeite rijkdom heeft verworven er steeds meer voor voelt, had de zedige koning als vader een van dag tot dag groeiende genegenheid voor de zoon die met zoveel moeite was verkregen. (Vedabase)
Ook de moeder koesterde een overmatige genegenheid voor de zoon, hetgeen bij al de bijvrouwen van Kritadyuti, vanuit hun onwetendheid, leidde tot een koortsig verlangen eveneens zoons te krijgen.
Ook de moeder koesterde een overmatige genegenheid voor de zoon, hetgeen bij al de bijvrouwen van Kritadyuti, vanuit hun onwetendheid, leidde tot een koortsig verlangen eveneens zoons te krijgen. (Vedabase)
Net als met de onophoudelijke aandacht voor de zoon, raakte koning Citraketu ook buitensporig aangetrokken tot de echtgenote die hem de zoon had geschonken en niet zo zeer tot de anderen.
Net als met de voortdurende zorg om de zoon rees er bij koning Citraketu ook een overmatige aantrekking voor de echtgenote die hem de zoon had geschonken en niet zo zeer voor de anderen. (Vedabase)
Omdat zij geen zoons hadden en er ongelukkig over waren te worden verwaarloosd door de koning, zetten ze het op een klagen waarbij ze zichzelf vervloekten uit jaloezie.
Omdat zij geen zoons hadden en er ongelukkig over waren te worden verwaarloosd door de koning, zetten ze het op een klagen waarbij ze zichzelf vervloekten uit jaloezie. (Vedabase)
Een vrouw die het zonder een zoon moet stellen wordt door de echtgenoot en de bijvrouwen die wel zoons hebben thuis niet geëerd en krijgt de schuld van de zonde aangewreven; zij, slecht gerespecteerd, is dan precies als een dienstmaagd.
Een vrouw die het zonder een zoon moet stellen wordt door de echtgenoot en de bijvrouwen die wel zoons hebben thuis niet geëerd en krijgt de schuld van de zonde aangewreven; zij, slecht gerespecteerd, is dan precies als een dienstmaagd. (Vedabase)
En wat valt er nu werkelijk te klagen voor dienstmaagden die hun eer ontlenen aan het voortdurend dienen van hun echtgenoten - maar als men dan als een dienstmaagd dient voor de dienstmaagden heeft men het zeer slecht getroffen.
En wat in werkelijkheid is er voor dienstmaagden te klagen die er eer in vinden hun echtgenoten voortdurend van dienst te zijn - maar als men als een dienstmaagd is voor de dienstmaagden heeft men het zeer slecht getroffen. (Vedabase)
Aldus was er van de kant van de koninginnen, die uit de gunst gevallen brandden van droefenis met de koning die de rijkdom van een zoon van de bijvrouw Kritadyuti genoot, een zeer sterk groeiende jaloezie.
Aldus was er van de kant van de koninginnen die uit de gunst waren en brandden van de treurnis met de koning die de weelde van een zoon genoot van de bijvrouw Kritadyuti, een zeer sterk groeiende jaloezie. (Vedabase)
Met hun verstand kwijt door de jaloezie en niet in staat de koning zijn manier van doen te verdragen, raakten de koninginnen uiterst verbeten en dienden ze de jongen gif toe.
Met hun verstand kwijt door de jaloezie en niet in staat de koning zijn manier van doen te verdragen raakten de koninginnen uiterst verbeten in hun harten en dienden ze de jongen gif toe. (Vedabase)
Kritadyuti die door het huis liep was zich niet bewust van de zonde begaan door de bijvrouwen en dacht, kijkend naar haar zoon, dat hij diep in slaap was.
Kritadyuti die door het huis liep was zich niet bewust van de zonde begaan door de bijvrouwen en dacht kijkend naar haar zoon dat hij diep in slaap was. (Vedabase)
Toen de jongen een lange tijd in bed had gelegen gaf zij, als een dame der intelligentie, alzo de kindermeid de opdracht: 'Alsjeblieft, beste vriendin, breng me mijn zoon'.
Toen de zoon een lange tijd in bed had gelegen gaf zij, als een dame der intelligentie, alzo de kindermeid de opdracht: 'Alsjeblieft, beste vriendin, breng me mijn zoon'. (Vedabase)
Naar hem omkijkend zag ze hem neerliggen met zijn ogen naar boven gedraaid en zijn levenskracht, geest en zinnen vertrokken, en zo riep ze neervallend op de grond uit: 'O verdoemd ben ik!'.
Naar hem omkijkend zag die hem neerliggen met zijn ogen naar boven gedraaid en zijn levenskracht, geest en zinnen verlaten en neervallend op de grond riep ze uit 'O verdoemd ben ik!'. (Vedabase)
Toen ze haar met een gekwelde stem luid jammerend zichzelf met beide handen op de borst hoorde slaan, spoedde ook de koningin zich haastig derwaarts en zag ze bij haar zoon aangekomen dat haar kind plots van haar was heengegaan.
Op dat moment haar stem horend luidkeels in spijtige verslagenheid waarbij ze zich op de borst sloeg met beide handen, spoedde ook de koningin zich haastig derwaarts en zag ze bij haar zoon aangekomen dat haar kind plotseling was overleden. (Vedabase)
In zwijm zakte ze overmand door verdriet bewusteloos op de grond met haar haren en kleding in de war.
In zwijm zakte ze bewusteloos op de grond overmand door verdriet en met haar haren en kleding in de war. (Vedabase)
Daarop, o heerser der mensen, kwamen al de inwoners van het paleis en alle mensen, mannen en vrouwen die het luide huilen hadden gehoord erop af en zetten ze allen even bedroefd het op een groots huilen, zoals ook zij die de misdaad hadden begaan dat valselijk deden.
Daarna, o heerser der mensen, kwamen al de inwoners van het paleis en alle mensen, mannen en vrouwen die het luide huilen hadden gehoord erop af en zetten ze allen even bedroefd het op een groots huilen net zoals zij dat valselijk deden die de misdaad begaan hadden. (Vedabase)
Horend dat zijn zoon om onbekende redenen was gestorven, kon de koning niet langer nog naar behoren uit zijn ogen toen hij, voortdurend struikelend en vallend, er heen ging, gevolgd door een gezelschap aan ministers en tweemaal geborenen.Vanwege zijn genegenheid en zijn aanzwellend gehuil viel hij buiten bewustzijn neer aan de voeten van de dode zoon met zijn haar en kleding in de war en was hij zwaar ademend [weer bijkomend] vanwege de tranen van zijn huilen met een verstikte stem niet in staat een woord uit te brengen.
Horend dat zijn zoon dood was gegaan om onbekende reden kon de koning niet langer nog naar behoren uit zijn ogen kijken en ging hij voortdurend onderuit toen hij op weg was, gevolgd door zijn ministers en omringd door de tweemaal geborenen. Vanwege zijn genegenheid en zijn aanzwellend gehuil viel hij buiten bewustzijn neer aan de voeten van de dode zoon met zijn haar en kleding in een chaos en was hij zwaar ademend [weer bijkomend] door de tranen van zijn huilen met een verstikte stem niet in staat te spreken. (Vedabase)
De koningin die haar echtgenoot zwaar zag lamenteren in zijn treurnis over de dood van het kind, de enige zoon van de familie, huilde het helemaal uit, en droeg daarmee bij tot de smart in het hart van allen daar bijeengekomen, met inbegrip van de officieren en ministers.
De koningin die haar echtgenoot op dat moment zwaar lamenterend in pijn verzet zag over de dood van het kind, de enige zoon van de familie, weeklaagde op iedere denkbare manier aldus de pijn verdubbelend in het hart van allen daar bijeengekomen met inbegrip van de officieren en ministers. (Vedabase)
Haar twee met kumkum bepoederde borsten werden nat van de tranen die, vermengd met de make-up die haar ogen sierde, naar beneden drupten, en uit haar verwarde haren vielen de bloemen terwijl ze in alle toonaarden treurde om haar zoon met een geluid dat deed denken aan de fraaie kreten van een kurarî vogel.
Haar twee met kumkum bepoederde borsten werden nat van de druppende tranen vermengd met de make-up die haar ogen sierde, terwijl uit haar verwarde haren de bloemen vielen met het betreuren van haar zoon in alle toonaarden dat deed denken aan de fraaie kreten van een kurarî vogel: (Vedabase)
'Helaas, o Voorzienigheid, hoezeer schiet U niet tekort in wijsheid in Uw handelen als iemand die in werkelijkheid recht ingaat tegen wat hij zelf voortbracht; met de vader nog in leven is er, met de dood van hem die later verscheen, er met U een tegenstrijdigheid in het licht waarvan men U aantreft als een constante bedreiging.
'Helaas, o Voorzienigheid, hoe zeer schiet U tekort in wijsheid als iemand die in werkelijkheid precies dat doet wat haaks staat op Uw schepping; terwijl de vader nog in leven is verkeert U in tegenspraak met de dood van hem die later kwam kijken en zo bezien bent U een voortdurende vijand. (Vedabase)
Niet van de vertrouwde gang van zaken zijnd alhier wat betreft het leven en de dood van de belichaamden, staat U het toe dat, als gevolg van iemands karma, dat wat er van de liefdesband is, dat wat persoonlijk door U in het leven is geroepen te Uwer eer en glorie, is weggevaagd. Dat is wat U aan het doen bent!
Niet van de vertrouwde gang van zaken alhier wat betreft het leven en de dood van de belichaamden, staat U het toe dat als gevolg van iemands karma dat wat van de band der genegenheid is, dat wat persoonlijk door U in het leven is geroepen te Uwer meerdere glorie, is weggevaagd. Dat is wat U aan het doen bent. (Vedabase)
En jij mijn dierbare zoon, zou het niet op moeten geven met mij, ik die zo slecht af ben zonder jou als beschermer. Je zou meer aandacht moeten besteden aan je vader die zoveel verdriet heeft; met jou kunnen we makkelijk het rijk der duisternis doorkomen dat men zo moeilijk de baas is zonder een zoon; alsjeblieft laat ons niet in de steek. Leg je niet neer bij het genadeloze van de Heer van de Dood.
En jij mijn dierbare zoon, zou het niet op moeten geven met mij die zo slecht af is zonder jou als beschermer en meer aandacht moeten besteden aan je vader die zoveel verdriet heeft; met jou kunnen we makkelijk het rijk der duisternis doorkruisen dat zo moeilijk door te komen is zonder een zoon; alsjeblieft laat ons niet in de steek met het je ophouden bij het genadeloze van de Heer van de Dood. (Vedabase)
Mijn lieve zoon, sta op, alle kinderen, je speelkameraadjes roepen om je om met ze te komen spelen, o mijn prinsje; je hebt zo lang geslapen, je moet nu wel erge honger hebben, pak alsjeblieft mijn borst beet en drink, al is het alleen maar om de smart van je verwanten te verdrijven.
Mijn lieve zoon, sta op, alle kinderen, je speelkameraadjes roepen om je om met ze te komen spelen, o mijn prinsje; je hebt zo lang geslapen, je moet nu wel erge honger hebben, pak alsjeblieft mijn borst beet en drink, al is het alleen maar om de smart van je verwanten te verdrijven. (Vedabase)
Hoe slecht heb ik het getroffen niet langer de bekoorlijke glimlachen te zien van jou, geboren uit mijn vlees, nu je de ogen van je lotusgezichtje hebt gesloten; heb je me nu echt verlaten voor een andere wereld, weg om niet terug te keren; ben je echt meegevoerd door de wrede Heer van de Dood? Ik kan je lief gebrabbel niet meer horen...'
Hoe slecht heb ik het getroffen niet langer de bekoorlijke glimlachen te zien van jou, geboren uit mijn vlees, nu je de ogen van je lotusgezichtje hebt gesloten; heb je me nu echt verlaten, weg om niet terug te keren, naar een andere wereld; ben je echt meegevoerd door de wrede Heer van de Dood? Ik kan je lief gebrabbel niet meer horen...' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Met de vrouw op deze manier in uiteenlopende jammerklachten huilend over de dood van haar zoon was Citraketu zeer bedroefd en huilde hij hardop met haar mee.
S'rî S'uka zei: 'Met de vrouw op deze manier in uiteenlopende jammerklachten huilend over de dood van haar zoon was Citraketu zeer bedroefd en huilde hij hardop met haar mee. (Vedabase)
Met het weeklagen van de koning en zijn echtgenote huilden al de onderdanen evenzo hard mee en aldus waren alle mannen en vrouwen van het koninkrijk buiten hun zinnen van verdriet.
Met het weeklagen van hen twee huilden al de volgelingen even zo hard met de koning en zijn vrouw mee en aldus waren alle mannen en vrouwen van het koninkrijk buiten hun zinnen van verdriet. (Vedabase)
De heilige die Angirâ was wist dat, door de misère die hen ten deel was gevallen, ze buiten zinnen waren en hulpeloos overgeleverd, en nam toen het besluit er met Nârada Muni naar toe te gaan.
De heilige die Angirâ was, wetende dat van de misère die hen ten deel was gevallen ze buiten zinnen waren en hulpeloos overgeleverd, kwam toen naar daar met Nârada Muni. (Vedabase)
![]()
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina.
The painting is titled: 'The Bird Simurgh Addresses an Assembly of
Animals',
is was painted by Kailash Raj. © exoticindia.com, used with permission.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd