regelbalk



 

Canto 3

Dâlâlera Gîtâ

 

 

Hoofdstuk 24: De Verzaking van Kardama Muni

(1) Maitreya zei: 'De genadige wijze die aldus vanuit zijn verzaking sprak tot de prijzenswaardige dochter van Manu, antwoordde wat hij zich herinnerde dat Heer Vishnu gezegd had. (2) De wijze zei: 'Maak jezelf niet zulke verwijten prinses! O onberispelijke dame, de onfeilbare Opperheer zal zeer spoedig in je schoot verschijnen. (3) Wees gezegend voor het afleggen van de heilige geloften van de zinsbeteugeling, religieuze inachtneming, versoberingen en het schenken van geld in liefdadigheid, waarmee je met een vast geloof de Opperheer aanbidt. (4) Door jou aanbeden zal de Heer van de Zuivere Goedheid mijn roem verbreiden. Hij zal als je zoon, met het onderrichten van de kennis van Brahman [de Absolute Waarheid], de knoop in je hart doorsnijden.'

(5) Maitreya zei: 'Devahûti, in haar grote respect voor de leiding die deze vader van de mensheid gaf, stelde volledig vertrouwen in hem en aanbad aldus de meest aanbiddelijke persoon, de Oorspronkelijke Persoonlijkheid van God die aanwezig is in ieders hart. (6) Na vele, vele jaren ging de Opperheer, de doder van Madhu, het zaad van Kardama binnen en verscheen Hij zoals vuur dat doet in brandhout. (7) Er weerklonken toen muziekinstrumenten vanuit de regenwolken in de hemel, de Gandharva's bezongen Hem en de Apsara's dansten in vreugdevolle extase. (8) De goden die zich door de hemel bewegen strooiden prachtige bloemen uit en alle windstreken, alle wateren en alle geesten werden gelukkig. (9) De zelfgeborene [Brahmâ] kwam daarop samen met Marîci en de andere wijzen naar Kardama's plaats waar de Sarasvatî langs stroomt. (10) O doder van de vijand [Vidura], de onafhankelijke ongeborene [Brahmâ] wist dat de Opperheer, het hoogste gezag van Brahman, als een volkomen deelaspect uit zuivere goedheid was verschenen om de filosofie van de analytische yoga [Sânkhya yoga] uiteen te zetten. (11) Na met een zuiver hart [de persoonlijkheid van] Vishnu te hebben aanbeden zei de ongeborene, in al zijn zinnen verheugd over Zijn plan om tot handelen over te gaan, het volgende tegen Kardama en Devahûti.

(12) Brahmâ zei: 'Kardama, door mijn aanwijzingen ten volle te aanvaarden, o zoon, heb je mij geëerd en slaagde je erin mij te aanbidden zonder te veinzen. (13) Precies op deze manier behoort een zoon zijn vader van dienst te zijn. Met de nodige achting 'Ja dat zal ik' zeggend, moet hij de aanwijzingen van zijn geestelijk leraar [of zijn vader] opvolgen.  (14) Deze volslanke, kuise dochters van jou, mijn beste zoon, zullen met hun kroost op verschillende manieren bijdragen tot deze schepping. (15) Schenk derhalve alsjeblieft vandaag je dochters weg aan de meest vooraanstaande wijzen in overeenstemming met het temperament en de voorkeur van de meisjes, en verspreid daarmee je roem in de wereld. (16) Ik weet dat de oorspronkelijke genieter, Hij die alle verlangens van de levende wezens vervuld, nederdaalde op basis van Zijn inwendig vermogen en het lichaam van Kapila Muni heeft aangenomen, o wijze. (17) Met behulp van de spirituele kennis en de wetenschap van de vereniging van het bewustzijn in de yoga, zal Hij die men herkent aan Zijn gouden haar, Zijn lotusogen en Zijn met de lotus gemerkte voeten, de wortels van de baatzuchtige arbeid [het karma] verwijderen. (18) Devahûti, weet dat de doder van de demon Kaithabha je schoot is binnengegaan. Hij zal over de wereld rondtrekken met het doorsnijden van de knoop van onwetendheid en twijfel. (19) Deze persoonlijkheid zal de leider zijn van de zielen van perfectie, Zijn Vedische analyse zal de goedkeuring wegdragen van de leraren van het voorbeeld [de âcârya's] en Hij zal, tot je meerdere eer en glorie, in de wereld bekend staan als Kapila.'

(20) Maitreya zei: 'Toen hij het echtpaar deze verzekering had gegeven keerde Hamsa [een andere naam voor Brahmâ die vliegt met de transcendentale zwaan], de schepper van het universum, samen met de Kumâra's [zijn zoons] en Nârada [de spreekbuis] terug naar zijn verheven positie boven de drie werelden. (21) Na het vertrek van Brahmâ, o Vidura, gaf Kardama overeenkomstig de opdracht zijn dochters aan de wijzen die vervolgens de taak van het ontwikkelen van de wereldbevolking op zich namen. (22-23) Kalâ gaf hij aan Marîci, Anasûyâ aan Atri, S'raddhâ gaf hij Angirâ en Havirbhû werd aan Pulastya geschonken. Gati gaf hij aan Pulaha en de deugdzame Kriyâ achtte hij geschikt voor Kratu. Bhrigu schonk hij Khyâti en Arundhatî werd weggegeven aan de wijze Vasishthha. (24) Atharvâ schonk hij aan S'ânti dankzij wie de offers worden uitgevoerd. Dit is hoe de vooraanstaande brahmanen met hun echtgenotes trouwden. Ze werden allen door Kardama onderhouden. (25) Na aldus in het huwelijk te zijn getreden, o Vidura, namen de wijzen afscheid van Kardama en begaven ze zich op weg naar hun hermitages, vol van vreugde over wat ze hadden verworven.

(26) Kardama die wist dat Hij was nedergedaald die in al de drie yuga's verschijnt [Vishnu, die in de vierde, de laatste yuga enkel verschijnt als een 'channa' - of bedekte avatâra] als de hoogste intelligentie van de wijzen, benaderde Hem in afzondering. Hij bracht Hem zijn eerbetuigingen en sprak toen als volgt: (27) 'Ah eindelijk, na zo'n lange tijd zijn de goden van genade voor hen die zo te lijden hebben onder het verstrikt zijn in de eigen wandaden in deze wereld. (28) Na vele geboorten, proberen gerijpte yogi's, volmaakt door hun verzonkenheid in de yoga, in afzondering Uw voeten te aanschouwen. (29) Als de steun en toeverlaat van Zijn toegewijden is diezelfde Allerhoogste Persoonlijkheid vandaag in ons huis verschenen, het ons geenszins kwalijk nemend dat wij, als een gewone huishouder, Hem verwaarloosd hadden. (30) Om Uw woorden gestand te doen bent U, de Fortuinlijke, voor de meerdere eer en glorie van de toegewijden, in mijn huis nedergedaald met het verlangen de geestelijke kennis over U uit te dragen. (31) Terwijl Uw hoogsteigen gedaante niet materieel is, behaagt U hen die Uw weg volgen, o Heer,  met ieder van de waarlijk geschikte gedaanten die U aanneemt. (32) De plaats waar men Uw voeten aantreft is altijd het respectvolle eerbetoon van iedere geleerde waard die ernaar verlangt de Absolute Waarheid te kennen. Ik geef me over aan U die vol bent van rijkdom, verzaking, roem, kennis, kracht en schoonheid [de zogenaamde zesvoudige weelde van de Heer]. (33) Ik geef me over aan U, Heer Kapila, die de allerhoogste, bovenzinnelijke persoonlijkheid bent, de oorsprong van de wereld, het volle bewustzijn van de tijd en de drie basiskwaliteiten van de natuur, de Handhaver van Alle Werelden en de soevereine macht die op basis van Zijn eigen vermogen de manifestaties weer in zich opneemt na hun ontbinding. (34) Vandaag wil ik U het volgende vragen, o vader van alle geschapen wezens. Aangezien U me hebt bevrijd van mijn schulden en mijn verlangens hebt vervuld, verzoek ik U me te aanvaarden als iemand die het pad volgt van een rondtrekkende bedelmonnik, zodat ik me vrij kan rondbewegen zonder weeklagen met U in mijn hart.'

(35) De Allerhoogste Heer zei: 'Dat wat Ik vanuit de geschriften of direct vanuit Mezelf heb te zeggen vormt in feite het [geestelijk] gezag voor de mensen. Ik nam, zoals Ik heb beloofd, Mijn geboorte bij u ter wille van dat gezag, o wijze. (36) Deze geboorte van Mij in de wereld is er om, voor hen die bevrijding zoeken uit de moeilijkheden van het materiële bestaan, uitleg te verschaffen over de waarheden [van het Sânkhya-yogasysteem] die men zo hoog acht in de zelfverwerkelijking. (37) Alstublieft, weet dat, omdat het voor de ziel zo moeilijk te bevatten is en in de loop van de tijd verloren is gegaan, Ik dit lichaam heb aangenomen om dit pad opnieuw te introduceren. (38) Ga nu met Mijn goedkeuren heen om, zoals u dat wenst, tewerk te gaan overeenkomstig de wereldverzakende orde. Houdt u, om de onoverwinnelijke dood te boven te komen, ter wille van het eeuwige leven bezig met de aan Mij gewijde dienst. (39) Met uw geest steeds op Mij gericht, de opperste, zelfvervulde ziel aanwezig in het hart van ieder levend wezen, zal u me vanbinnen kunnen waarnemen en erin slagen u te bevrijden van angst en weeklagen. (40) Opdat Mijn moeder ook de vrees mag overwinnen zal Ik tevens haar op de hoogte stellen van deze kennis die leidt tot een geestelijk leven en die een einde maakt aan alle terugslagen van het handelen.'

(41) Maitreya zei: 'Nadat de stamvader van de menselijke samenleving aldus was toegesproken door Kapila omliep hij Hem voldaan en vertrok hij vervolgens naar het woud. (42) Uitsluitend zijn toevlucht zoekend in de ziel legde de wijze de gelofte van stilte af en reisde hij alleen rond over de aarde zonder een vaste verblijfplaats en zonder vuur te maken. (43) Hij vestigde zijn geest op het Parabrahman [de geest van het Absolute, de essentie van de Opperheer], die vrij is van de drie basiskwaliteiten van de natuur, zich manifesteert als de basiskwaliteiten en alleen maar waar te nemen is in toewijding. (44) Door zich niet met het lichaam te identificeren en geen belangstelling te koesteren voor de materie en de dualiteit, zag hij, toen hij allen gelijkgezind zich inwaarts gekeerd had, met een volmaakt beheerste geest nuchter en onverstoord zichzelf als een oceaan met de golven in rust. (45) Op basis van zijn bovenzinnelijke dienst aan Vâsudeva, de Persoonlijkheid van God, de alwetende Superziel in iedereen, was hij verankerd in zichzelf en bevrijd van materiële gebondenheid. (46) Hij zag de Hoogste Persoonlijkheid van God als de ziel zich bevindend in alle levende wezens en ook dat alle levende wezens hun bestaan hebben in de Opperziel. (47) Vrij van alle voorkeur en afkeer bereikte hij met een geest die iedereen gelijkgezind is, bevrijd in de verbondenheid van zijn toewijding voor de Allerhoogste Heer, het uiteindelijke doel van de toegewijde.'

   

next                    

 
  Derde herziene editie, geladen 1 april 2017.

     

 

 

Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:

Tekst 1

Maitreya zei: 'De genadige wijze die aldus vanuit zijn verzaking sprak tot de prijzenswaardige dochter van Manu, antwoordde wat hij zich herinnerde dat Heer Vishnu gezegd had.
Maitreya zei: 'De genadige, lofwaardige wijze die aldus over verzaking sprak tot de dochter van Manu gaf dat ten antwoord waarvan hij zich herinnerde dat het gezegd was door Heer Vishnu. (Vedabase)

 

Tekst 2

De wijze zei: 'Maak jezelf niet zulke verwijten prinses! O onberispelijke dame, de onfeilbare Opperheer zal zeer spoedig in je schoot verschijnen.

De wijze zei: 'Wees niet teleurgesteld, o prinses; als je jezelf op deze manier richt op de Allerhoogste Heer, o prijzenswaardige, zal Hij onvermijdelijk zeer spoedig in je schoot verschijnen. (Vedabase)

 

Tekst 3

Wees gezegend voor het afleggen van de heilige geloften van de zinsbeteugeling, religieuze inachtneming, versoberingen en het schenken van geld in liefdadigheid, waarmee je met een vast geloof de Opperheer aanbidt.

Moge God jou zegenen, die de heilige geloften heeft afgelegd voor de zinsbeteugeling, religieuze inachtneming en versoberingen, het schenken van geld in liefdadigheid en het met een vast geloof boven alles aanbidden van de Heer. (Vedabase)

 

Tekst 4

Door jou aanbeden zal de Heer van de Zuivere Goedheid mijn roem verbreiden. Hij zal als je zoon, met het onderrichten van de kennis van Brahman [de Absolute Waarheid], de knoop in je hart doorsnijden.'

Hij, door jou aanbeden, zal mijn roem verbreiden; Hij, als je zoon, zal de knoop in je hart doorsnijden met het onderricht van de kennis van de al-doordringende geest [Brahman]'. (Vedabase)

 

Tekst 5

Maitreya zei: 'Devahûti, in haar grote respect voor de leiding die deze vader van de mensheid gaf, stelde volledig vertrouwen in hem en aanbad aldus de meest aanbiddelijke persoon, de Oorspronkelijke Persoonlijkheid van God die aanwezig is in ieders hart.

Maitreya zei: 'Devahûti trouw in haar grote respect voor de leiding van deze vader der mensheid, was van een volkomen geloof in de Oorspronkelijke Persoonlijkheid van God en aanbad aldus de meest aanbiddelijke aanwezig in ieders hart. (Vedabase)

 

Tekst 6

Na vele, vele jaren ging de Opperheer, de doder van Madhu, het zaad van Kardama binnen en verscheen Hij zoals vuur dat doet in brandhout.

Na vele, vele jaren ging de Opperheer, de doder van Madhu, het zaad van Kardama binnen en verscheen Hij zoals vuur dat doet in brandhout. (Vedabase)

 

Tekst 7

Er weerklonken toen muziekinstrumenten vanuit de regenwolken in de hemel, de Gandharva's bezongen Hem en de Apsara's dansten in vreugdevolle extase.

Te dien tijde weerklonken muziekinstrumenten vanuit de regenwolken in de hemel, bezongen de Gandharva's Hem, en dansten de Apsara's in vreugdevolle extase. (Vedabase)

   

Tekst 8

De goden die zich door de hemel bewegen strooiden prachtige bloemen uit en alle windstreken, alle wateren en alle geesten werden gelukkig.

Prachtige bloemen werden door de goden vanuit de hemel gestrooid en in alle windstreken, over alle wateren en in ieders geest was er geluk. (Vedabase)

   

Tekst 9

De zelfgeborene [Brahmâ] kwam daarop samen met Marîci en de andere wijzen naar Kardama's plaats waar de Sarasvatî langs stroomt.

De zelfgeborene [Brahmâ] tezamen met zijn wijzen, Marîci en de anderen, kwamen toen naar Kardama's plaats aan de Sarasvatî rivier. (Vedabase)

  

Tekst 10

O doder van de vijand [Vidura], de onafhankelijke ongeborene [Brahmâ] wist dat de Opperheer, het hoogste gezag van Brahman, als een volkomen deelaspect uit zuivere goedheid was verschenen om de filosofie van de analytische yoga [Sânkhya yoga] uiteen te zetten.

De Allerhoogste Heer van de Geest van het zuivere bestaan was, middels een volkomen deelaspect, o doder van de vijand, verschenen om de waarheid van de Sânkhya [het analytische van de yoga] zo uiteen te zetten dat men te weten zou komen van de Onafhankelijke Ongeborene. (Vedabase)


Tekst 11

Na met een zuiver hart [de persoonlijkheid van] Vishnu te hebben aanbeden zei de ongeborene, in al zijn zinnen verheugd over Zijn plan om tot handelen over te gaan, het volgende tegen Kardama en Devahûti.

Met een zuiver hart in aanbidding van het Uiteindelijke en verheugd over Zijn voorgenomen optreden werd Kardama en Devahûti het volgende gezegd. (Vedabase)


 Tekst 12

Brahmâ zei: 'Kardama, door mijn aanwijzingen ten volle te aanvaarden, o zoon, heb je mij geëerd en slaagde je erin mij te aanbidden zonder te veinzen.

Brahmâ zei: 'Door jou, Kardama, werd het volbracht Mij te aanbidden zonder dubbelhartigheid, o zoon; aangezien je mijn aanwijzingen ten volle hebt aanvaard, heb je, in je eren van anderen, mij geëerd. (Vedabase)

 

Tekst 13

Precies op deze manier behoort een zoon zijn vader van dienst te zijn. Met de nodige achting 'Ja dat zal ik' zeggend, moet hij de aanwijzingen van zijn geestelijk leraar [of zijn vader] opvolgen.

 Zonen behoren hun vader van dienst te zijn in navolging van precies deze strekking, daarbij, met het verschuldigde respect, de geboden van de geestelijk leraar opvolgend. (Vedabase)


Tekst 14

Deze volslanke, kuise dochters van jou, mijn beste zoon, zullen met hun kroost op verschillende manieren bijdragen tot deze schepping.

Deze volslanke kuise dochters van je, mijn beste zoon, zullen middels hun eigen nakomelingen op verschillende manieren bijdragen tot deze schepping. (Vedabase)

 

Tekst 15

Schenk derhalve alsjeblieft vandaag je dochters weg aan de meest vooraanstaande wijzen in overeenstemming met het temperament en de voorkeur van de meisjes, en verspreid daarmee je roem in de wereld.

Schenk derhalve alsjeblieft vandaag je dochters weg, in overeenstemming met hun temperament en smaak, aan de meest vooraanstaande wijzen, waarmee aldus je roem zich over de hele wereld zal verspreiden. (Vedabase)

 

Tekst 16

Ik weet dat de oorspronkelijke genieter, Hij die alle verlangens van de levende wezens vervuld, nederdaalde op basis van Zijn inwendig vermogen en het lichaam van Kapila Muni heeft aangenomen, o wijze.

Ik weet dat de oorspronkelijke genieter, Hij die alle verlangens van de levende wezens vervuld, door Zijn eigen vermogen is geïncarneerd met het aannemen van het lichaam van Kapila Muni, o wijze. (Vedabase)

 

Tekst 17

Met behulp van de spirituele kennis en de wetenschap van de vereniging van het bewustzijn in de yoga, zal Hij die men herkent aan Zijn gouden haar, Zijn lotusogen en Zijn met de lotus gemerkte voeten, de wortels van de baatzuchtige arbeid [het karma] verwijderen.

Middels de schrift en de praktijk van de vereniging van het bewustzijn in de yoga zal Hij, die wordt gekend met Zijn gouden haar, lotusogen en de met de lotus gemerkte voeten, de wortels van de baatzuchtige arbeid blootleggen. (Vedabase)

  

Tekst 18

Devahûti, weet dat de doder van de demon Kaithabha je schoot is binnengegaan. Hij zal over de wereld rondtrekken met het doorsnijden van de knoop van onwetendheid en twijfel.

En Devahûti, de doder van de demon Kaithaba is je baarmoeder binnengegaan en de knoop der onwetendheid en twijfel doorsnijdend, zal Hij de gehele wereld bereizen. (Vedabase)

  

Tekst 19

Deze persoonlijkheid zal de leider zijn van de zielen van perfectie, Zijn Vedische analyse zal de goedkeuring wegdragen van de leraren van het voorbeeld [de âcârya's] en Hij zal, tot je meerdere eer en glorie, in de wereld bekend staan als Kapila.'

Deze persoonlijkheid zal aan het hoofd staan van de volmaakten, de goedkeuring wegdragen van de leraren van het voorbeeld [de âcârya's] in de vedische analyse, en, tot uw meerdere glorie, in de wereld worden gevierd als Kapila'. (Vedabase)

 

Tekst 20

Maitreya zei: 'Toen hij het echtpaar deze verzekering had gegeven keerde Hamsa [een andere naam voor Brahmâ die vliegt met de transcendentale zwaan], de schepper van het universum, samen met de Kumâra's [zijn zoons] en Nârada [de spreekbuis] terug naar zijn verheven positie boven de drie werelden.

Maitreya zei: 'Toen hij het stel had gerustgesteld ging Hamsa [een andere naam voor Brahmâ die vliegt met de transcendentale zwaan], de schepper van het universum, tezamen met de Kumâra's [zijn zoons] en Nârada [de spreekbuis] terug naar zijn verheven positie boven de drie werelden. (Vedabase)

 

Tekst 21

Na het vertrek van Brahmâ, o Vidura, gaf Kardama overeenkomstig de opdracht zijn dochters aan de wijzen die vervolgens de taak van het ontwikkelen van de wereldbevolking op zich namen.

Na het vertrek van Brahmâ, o Vidura, gaf Kardama zoals gezegd, zijn dochters aan hen die van toen af aan verantwoordelijk waren voor de schepping van de wereldbevolking. (Vedabase)

 

Tekst 22-23

Kalâ gaf hij aan Marîci, Anasûyâ aan Atri, S'raddhâ gaf hij Angirâ en Havirbhû werd aan Pulastya geschonken. Gati gaf hij aan Pulaha en de deugdzame Kriyâ achtte hij geschikt voor Kratu. Bhrigu schonk hij Khyâti en Arundhatî werd weggegeven aan de wijze Vasishthha.

Kalâ gaf hij aan Marîci, Anasûyâ toen aan Atri, S'raddhâ gaf hij Angirâ en Havirbhû werd aan Pulastya geschonken. Gati gaf hij aan Pulaha en de deugdzame Kriyâ achtte hij geschikt voor Kratu; aan Bhrigu schonk hij Khyâti weg en ook Arundhatî werd weggegeven aan de wijze Vasishthha. (Vedabase)

 

Tekst 24

Atharvâ schonk hij aan S'ânti dankzij wie de offers worden uitgevoerd. Dit is hoe de vooraanstaande brahmanen met hun echtgenotes trouwden. Ze werden allen door Kardama onderhouden.

Atharvâ schonk hij aan S'ânti, door wie de offerrituelen worden gebracht. Aldus raakten de vooraanstaande brahmanen getrouwd met hun echtgenotes en werden ze door hem onderhouden. (Vedabase)

  

Tekst 25

Na aldus in het huwelijk te zijn getreden, o Vidura, namen de wijzen afscheid van Kardama en begaven ze zich op weg naar hun hermitages, vol van vreugde over wat ze hadden verworven.

Toen ze op deze manier in het huwelijk waren getreden, o Vidura, namen de wijzen afscheid van Kardama en gingen ze op weg naar hun hermitages, vertrekkend in vreugde over wat ze hadden verworven. (Vedabase)

 

Tekst 26

Kardama die wist dat Hij was nedergedaald die in al de drie yuga's verschijnt [Vishnu, die in de vierde, de laatste yuga enkel verschijnt als een 'channa' - of bedekte avatâra] als de hoogste intelligentie van de wijzen, benaderde Hem in afzondering. Hij bracht Hem zijn eerbetuigingen en sprak toen als volgt:

En hij Kardama, die begrepen had dat Hij, die in al de drie yuga's verschijnt [Vishnu, die in de vierde, de laatste yuga enkel verschijnt als een 'channa' - of bedekte avatâra], de hoogste intelligentie van al de wijzen, was nedergedaald, zocht Hem op in Zijn afzondering, waarbij hij Hem zijn eerbetuigingen bracht en als volgt tot hem sprak: (Vedabase)

 

Tekst 27

'Ah eindelijk, na zo'n lange tijd zijn de goden van genade voor hen die zo te lijden hebben onder het verstrikt zijn in de eigen wandaden in deze wereld.

'Oh, eindelijk, na zo een lange tijd is het goddelijke van genade voor hen die zo aangedaan zijn door de verstriktheid van hun eigen wandaden in deze wereld. (Vedabase)

 

Tekst 28

Na vele geboorten, proberen gerijpte yogi's, volmaakt door hun verzonkenheid in de yoga, in afzondering Uw voeten te aanschouwen.

Na vele geboorten, proberen de gerijpte yogi's door hun verzonkenheid in de yoga Uw voeten in afzondering te aanschouwen. (Vedabase)

 

Tekst 29

Als de steun en toeverlaat van Zijn toegewijden is diezelfde Allerhoogste Persoonlijkheid vandaag in ons huis verschenen, het ons geenszins kwalijk nemend dat wij, als een gewone huishouder, Hem verwaarloosd hadden.

Diezelfde Allerhoogste Heerlijkheid, Hij die de steun en toeverlaat is van Zijn hoogsteigen toegewijden, is heden, ongeacht de nalatigheid van ons gewone huishouders hoog en laag, verschenen in onze huizen. (Vedabase)

  

Tekst 30

Om Uw woorden gestand te doen bent U, de Fortuinlijke, voor de meerdere eer en glorie van de toegewijden, in mijn huis nedergedaald met het verlangen de geestelijke kennis over U uit te dragen.

Om Uw eigen woorden gestand te doen bent U in mijn huis nedergedaald, verlangend de kennis te verbreiden van de Hoogste Persoonlijkheid die er is voor de meerdere eer en glorie van de toegewijden. (Vedabase)

 

Tekst 31

Terwijl Uw hoogsteigen gedaante niet materieel is, behaagt U hen die Uw weg volgen, o Heer,  met ieder van de waarlijk geschikte gedaanten die U aanneemt.

Door welke van de waarlijk geschikte gedaanten ook van U, die Zelf geen materiële gedaante heeft, behaagt U hen die zich op het pad bevinden. (Vedabase)


Tekst 32

De plaats waar men Uw voeten aantreft is altijd het respectvolle eerbetoon van iedere geleerde waard die ernaar verlangt de Absolute Waarheid te kennen.  Ik geef me over aan U die vol bent van rijkdom, verzaking, roem, kennis, kracht en schoonheid [de zogenaamde zesvoudige weelde van de Heer].

De plaats van Uw voeten is zeker altijd het respectvolle eerbetoon van de wijzen waard die ernaar verlangen de Absolute Waarheid te kennen. Aan U, die vol is van rijkdom, verzaking, roem, kennis, kracht en schoonheid [de zogenaamde zesvoudige weelde van de Heer] geef ik mezelf over. (Vedabase)

 

Tekst 33

Ik geef me over aan U, Heer Kapila, die de allerhoogste, bovenzinnelijke persoonlijkheid bent, de oorsprong van de wereld, het volle bewustzijn van de tijd en de drie basiskwaliteiten van de natuur, de Handhaver van Alle Werelden en de soevereine macht die op basis van Zijn eigen vermogen de manifestaties weer in zich opneemt na hun ontbinding.

Ik geef me over aan Heer Kapila, die de bovenzinnelijke Allerhoogste Persoonlijkheid is, de oorsprong van de wereld en het volle bewustzijn van de tijd en de drie geaardheden der natuur; de Handhaver van Alle Werelden, die in Zichzelf naar Zijn eigen vermogen Zijn manifestaties ontbindt en die de macht is van de onafhankelijkheid. (Vedabase)

 

Tekst 34

Vandaag wil ik U het volgende vragen, o vader van alle geschapen wezens. Aangezien U me hebt bevrijd van mijn schulden en mijn verlangens hebt vervuld, verzoek ik U me te aanvaarden als iemand die het pad volgt van een rondtrekkende bedelmonnik, zodat ik me vrij kan rondbewegen zonder weeklagen met U in mijn hart.'

Op dit moment verzoek ik U, o vader van alle geschapen wezens, daar U me hebt bevrijd van mijn schulden en mijn verlangens hebt vervuld, dat ik het pad van een rondtrekkende bedelmonnik op me mag nemen zodat ik met U in mijn hart rond mag trekken, mezelf verre houdend van het weeklagen. (Vedabase)


Tekst 35

De Allerhoogste Heer zei: 'Dat wat Ik vanuit de geschriften of direct vanuit Mezelf heb te zeggen vormt in feite het [geestelijk] gezag voor de mensen. Ik nam, zoals Ik heb beloofd, Mijn geboorte bij u ter wille van dat gezag, o wijze.

De Allerhoogste Heer zei: 'Waarvan Ik bij de geschriften of bij normale uitspraken heb gesproken is in feite het gezag voor de mensen; derhalve nam Ik bij u geboorte om dat na te komen wat Ik u gezegd heb, o wijze.  (Vedabase)

 

Tekst 36

Deze geboorte van Mij in de wereld is er om, voor hen die bevrijding zoeken uit de moeilijkheden van het materiële bestaan, uitleg te verschaffen over de waarheden [van het Sânkhya-yogasysteem] die men zo hoog acht in de zelfverwerkelijking.

Deze geboorte van Mij in deze wereld is er voor het verschaffen van uitleg, voor degenen die bevrijd willen raken van de moeilijkheden van de materiële positie, over de waarheden die men zo hoog acht in de zelfverwerkelijking. (Vedabase)

 

Tekst 37

Alstublieft, weet dat, omdat het voor de ziel zo moeilijk te bevatten is en in de loop van de tijd verloren is gegaan, Ik dit lichaam heb aangenomen om dit pad opnieuw te introduceren.

Alstublieft, weet dat dit lichaam door Mij werd aangenomen, opdat Ik nu opnieuw dit pad van de ziel kan introduceren dat zo moeilijk te kennen is en in de loop van de tijd verloren is gegaan. (Vedabase)

 

Tekst 38

Ga nu met Mijn goedkeuren heen om, zoals u dat wenst, tewerk te gaan overeenkomstig de wereldverzakende orde. Houdt u, om de onoverwinnelijke dood te boven te komen, ter wille van het eeuwige leven bezig met de aan Mij gewijde dienst.

Ga nu, onder Mijn goedkeuren, heen zoals u dat verlangt, handelend naar de wereldverzakende orde; houdt u om de onoverkomelijke dood te boven te komen, voor het eeuwige van het leven bezig met de aan Mij gewijde dienst. (Vedabase)

 

Tekst 39

Met uw geest steeds op Mij gericht, de opperste, zelfvervulde ziel aanwezig in het hart van ieder levend wezen, zal u me vanbinnen kunnen waarnemen en erin slagen u te bevrijden van angst en weeklagen.

Met uw intellect altijd op Mij, de opperste zelfvervulde ziel van alle levende wezens, gericht, zal U me daadwerkelijk in Uw hart zien en de vrijheid van angst en weeklagen bereiken. (Vedabase)

 

Tekst 40

Opdat Mijn moeder ook de vrees mag overwinnen zal Ik tevens haar op de hoogte stellen van deze kennis die leidt tot een geestelijk leven en die een einde maakt aan alle terugslagen van het handelen.'

Mijn moeder zal Ik ook deze kennis schenken welke de deur van het geestelijk leven opent en een einde maakt aan alle vruchtdragende activiteiten, zodat ook zij de vrees zal overwinnen.' (Vedabase)

 

Tekst 41

Maitreya zei: 'Nadat de stamvader van de menselijke samenleving aldus was toegesproken door Kapila omliep hij Hem voldaan en vertrok hij vervolgens naar het woud.

Maitreya zei: 'De stamvader van de menselijke samenleving aldus aangesproken door Kapila, omliep Hem en, waarlijk tot vrede gekomen, vertrok hij toen naar het woud. (Vedabase)

 

Tekst 42

Uitsluitend zijn toevlucht zoekend in de ziel legde de wijze de gelofte van stilte af en reisde hij alleen rond over de aarde zonder een vaste verblijfplaats en zonder vuur te maken.

Hij aanvaardde de gelofte der stilte en uitsluitend zijn toevlucht zoekend in de ziel, reisde de wijze vrij van gezelschap rond over de aarde zonder een vaste verblijfplaats te hebben of vuur te maken. (Vedabase)

 

Tekst 43

Hij vestigde zijn geest op het Parabrahman [de geest van het Absolute, de essentie van de Opperheer], die vrij is van de drie basiskwaliteiten van de natuur, zich manifesteert als de basiskwaliteiten en alleen maar waar te nemen is in toewijding.

Hij concentreerde zijn denken in de geest van dat wat zich voorbij oorzaak en gevolg bevindt, dat wat zichzelf manifesteert als de drie geaardheden der natuur en er zelf vrij van is en dat wat alleen maar door toewijding wordt waargenomen. (Vedabase)

 

Tekst 44

Door zich niet met het lichaam te identificeren en geen belangstelling te koesteren voor de materie en de dualiteit, zag hij, toen hij allen gelijkgezind zich inwaarts gekeerd had, met een volmaakt beheerste geest nuchter en onverstoord zichzelf als een oceaan met de golven in rust.

Zich niet met het lichaam identificerend en zonder belangstelling voor de materie en de dualiteit, zag hij, met een gelijke blik, zich inwaarts gekeerd hebbend, met een volmaakt beheerste geest nuchter zijnd, zichzelf onverstoord en als een oceaan met haar golven in rust. (Vedabase)
 

Tekst 45

Op basis van zijn bovenzinnelijke dienst aan Vâsudeva, de Persoonlijkheid van God, de alwetende Superziel in iedereen, was hij verankerd in zichzelf en bevrijd van materiële gebondenheid.

Jegens Vâsudeva, de Persoonlijkheid van God, de alwetende Superziel in iedereen, verzette hij zich in bovenzinnelijkheid door toegewijde dienst bevrijd van materiële gebondenheid. (Vedabase)


Tekst 46

Hij zag de Hoogste Persoonlijkheid van God als de ziel zich bevindend in alle levende wezens en ook dat alle levende wezens hun bestaan hebben in de Opperziel.

Hij zag de Hoogste Persoonlijkheid van God als de ziel zich bevindend in alle levende wezens en, bovendien, dat alle levende wezens in de Hoogste Persoonlijkheid bestaan van die ziel. (Vedabase)

 

Tekst 47

Vrij van alle voorkeur en afkeer bereikte hij met een geest die iedereen gelijkgezind is, bevrijd in de verbondenheid van zijn toewijding voor de Allerhoogste Heer, het uiteindelijke doel van de toegewijde.'

Bevrijd van alle voorkeur en afkeer bereikte hij, met zijn geest in ieder opzicht bevrijd in de verbondenheid van de toewijding voor de Opperheer, het uiteindelijke doel van de toegewijde. (Vedabase)

 

 

 

 

 

 

 

 

 Creative Commons License
De tekst en de audio worden aangeboden onder de
Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
De afbeelding is een portret van Heer Kapila. Kunstenaar onbekend.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd


 

 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties