
Canto
3
Hoofdstuk 24: De Verzaking van Kardama Muni
(1) Maitreya zei: 'De genadige, lofwaardige wijze die aldus over verzaking sprak tot de dochter van Manu gaf dat ten antwoord waarvan hij zich herinnerde dat het gezegd was door Heer Vishnu.(2) De wijze zei: 'Wees niet teleurgesteld, o prinses; als je jezelf op deze manier richt op de Allerhoogste Heer, o prijzenswaardige, zal Hij onvermijdelijk zeer spoedig in je schoot verschijnen. (3) Moge God jou zegenen, die de heilige geloften heeft afgelegd voor de zinsbeteugeling, religieuze inachtneming en versoberingen, het schenken van geld in liefdadigheid en het met een vast geloof boven alles aanbidden van de Heer. (4) Hij, door jou aanbeden, zal mijn roem verbreiden; Hij, als je zoon, zal de knoop in je hart doorsnijden met het onderricht van de kennis van de al-doordringende geest [Brahman]'.
(5) Maitreya zei: 'Devahûti trouw in haar grote respect voor de leiding van deze vader der mensheid, was van een volkomen geloof in de Oorspronkelijke Persoonlijkheid van God en aanbad aldus de meest aanbiddelijke aanwezig in ieders hart. (6) Na vele, vele jaren ging de Opperheer, de doder van Madhu, het zaad van Kardama binnen en verscheen Hij zoals vuur dat doet in brandhout. (7) Te dien tijde weerklonken muziekinstrumenten vanuit de regenwolken in de hemel, bezongen de Gandharva's Hem, en dansten de Apsara's in vreugdevolle extase. (8) Prachtige bloemen werden door de goden vanuit de hemel gestrooid en in alle windstreken, over alle wateren en in ieders geest was er geluk. (9) De zelfgeborene [Brahmâ] tezamen met zijn wijzen, Marîci en de anderen, kwamen toen naar Kardama's plaats aan de Sarasvatî rivier. (10) De Allerhoogste Heer van de Geest van het zuivere bestaan was, middels een volkomen deelaspect, o doder van de vijand, verschenen om de waarheid van de Sânkhya [het analytische van de yoga] zo uiteen te zetten dat men te weten zou komen van de Onafhankelijke Ongeborene. (11) Met een zuiver hart in aanbidding van het Uiteindelijke en verheugd over Zijn voorgenomen optreden werd Kardama en Devahûti het volgende gezegd.
(12) Brahmâ zei: 'Door jou, Kardama, werd het volbracht Mij te aanbidden zonder dubbelhartigheid, o zoon; aangezien je mijn aanwijzingen ten volle hebt aanvaard, heb je, in je eren van anderen, mij geëerd. (13) Zonen behoren hun vader van dienst te zijn in navolging van precies deze strekking, daarbij, met het verschuldigde respect, de geboden van de geestelijk leraar opvolgend. (14) Deze volslanke kuise dochters van je, mijn beste zoon, zullen middels hun eigen nakomelingen op verschillende manieren bijdragen tot deze schepping. (15) Schenk derhalve alsjeblieft vandaag je dochters weg, in overeenstemming met hun temperament en smaak, aan de meest vooraanstaande wijzen, waarmee aldus je roem zich over de hele wereld zal verspreiden. (16) Ik weet dat de oorspronkelijke genieter, Hij die alle verlangens van de levende wezens vervuld, door Zijn eigen vermogen is geïncarneerd met het aannemen van het lichaam van Kapila Muni, o wijze. (17) Middels de schrift en de praktijk van de vereniging van het bewustzijn in de yoga zal Hij, die wordt gekend met Zijn gouden haar, lotusogen en de met de lotus gemerkte voeten, de wortels van de baatzuchtige arbeid blootleggen. (18) En Devahûti, de doder van de demon Kaithaba is je baarmoeder binnengegaan en de knoop der onwetendheid en twijfel doorsnijdend, zal Hij de gehele wereld bereizen. (19) Deze persoonlijkheid zal aan het hoofd staan van de volmaakten, de goedkeuring wegdragen van de leraren van het voorbeeld [de âcârya's] in de vedische analyse, en, tot uw meerdere glorie, in de wereld worden gevierd als Kapila'.
(20) Maitreya zei: 'Toen hij het stel had gerustgesteld ging Hamsa [een andere naam voor Brahmâ die vliegt met de transcendentale zwaan], de schepper van het universum, tezamen met de Kumâra's [zijn zoons] en Nârada [de spreekbuis] terug naar zijn verheven positie boven de drie werelden. (21) Na het vertrek van Brahmâ, o Vidura, gaf Kardama zoals gezegd, zijn dochters aan hen die van toen af aan verantwoordelijk waren voor de schepping van de wereldbevolking. (22-23) Kalâ gaf hij aan Marîci, Anasûyâ toen aan Atri, S'raddhâ gaf hij Angirâ en Havirbhû werd aan Pulastya geschonken. Gati gaf hij aan Pulaha en de deugdzame Kriyâ achtte hij geschikt voor Kratu; aan Bhrigu schonk hij Khyâti weg en ook Arundhatî werd weggegeven aan de wijze Vasishthha. (24) Atharvâ schonk hij aan S'ânti, door wie de offerrituelen worden gebracht. Aldus raakten de vooraanstaande brahmanen getrouwd met hun echtgenotes en werden ze door hem onderhouden. (25) Toen ze op deze manier in het huwelijk waren getreden, o Vidura, namen de wijzen afscheid van Kardama en gingen ze op weg naar hun hermitages, vertrekkend in vreugde over wat ze hadden verworven.
(26) En hij Kardama, die begrepen had dat Hij, die in al de drie yuga's verschijnt [Vishnu, die in de vierde, de laatste yuga enkel verschijnt als een 'channa' - of bedekte avatâra], de hoogste intelligentie van al de wijzen, was nedergedaald, zocht Hem op in Zijn afzondering, waarbij hij Hem zijn eerbetuigingen bracht en als volgt tot hem sprak: (27) 'Oh, eindelijk, na zo een lange tijd is het goddelijke van genade voor hen die zo aangedaan zijn door de verstriktheid van hun eigen wandaden in deze wereld. (28) Na vele geboorten, proberen de gerijpte yogi's door hun verzonkenheid in de yoga Uw voeten in afzondering te aanschouwen. (29) Diezelfde Allerhoogste Heerlijkheid, Hij die de steun en toeverlaat is van Zijn hoogsteigen toegewijden, is heden, ongeacht de nalatigheid van ons gewone huishouders hoog en laag, verschenen in onze huizen. (30) Om Uw eigen woorden gestand te doen bent U in mijn huis nedergedaald, verlangend de kennis te verbreiden van de Hoogste Persoonlijkheid die er is voor de meerdere eer en glorie van de toegewijden. (31) Door welke van de waarlijk geschikte gedaanten ook van U, die Zelf geen materiële gedaante heeft, behaagt U hen die zich op het pad bevinden. (32) De plaats van Uw voeten is zeker altijd het respectvolle eerbetoon van de wijzen waard die ernaar verlangen de Absolute Waarheid te kennen. Aan U, die vol is van rijkdom, verzaking, roem, kennis, kracht en schoonheid [de zogenaamde zesvoudige weelde van de Heer] geef ik mezelf over. (33) Ik geef me over aan Heer Kapila, die de bovenzinnelijke Allerhoogste Persoonlijkheid is, de oorsprong van de wereld en het volle bewustzijn van de tijd en de drie geaardheden der natuur; de Handhaver van Alle Werelden, die in Zichzelf naar Zijn eigen vermogen Zijn manifestaties ontbindt en die de macht is van de onafhankelijkheid. (34) Op dit moment verzoek ik U, o vader van alle geschapen wezens, daar U me hebt bevrijd van mijn schulden en mijn verlangens hebt vervuld, dat ik het pad van een rondtrekkende bedelmonnik op me mag nemen zodat ik met U in mijn hart rond mag trekken, mezelf verre houdend van het weeklagen.
(35) De Allerhoogste Heer zei: 'Waarvan Ik bij de geschriften of bij normale uitspraken heb gesproken is in feite het gezag voor de mensen; derhalve nam Ik bij u geboorte om dat na te komen wat Ik u gezegd heb, o wijze. (36) Deze geboorte van Mij in deze wereld is er voor het verschaffen van uitleg, voor degenen die bevrijd willen raken van de moeilijkheden van de materiële positie, over de waarheden die men zo hoog acht in de zelfverwerkelijking. (37) Alstublieft, weet dat dit lichaam door Mij werd aangenomen, opdat Ik nu opnieuw dit pad van de ziel kan introduceren dat zo moeilijk te kennen is en in de loop van de tijd verloren is gegaan. (38) Ga nu, onder Mijn goedkeuren, heen zoals u dat verlangt, handelend naar de wereldverzakende orde; houdt u om de onoverkomelijke dood te boven te komen, voor het eeuwige van het leven bezig met de aan Mij gewijde dienst. (39) Met uw intellect altijd op Mij, de opperste zelfvervulde ziel van alle levende wezens, gericht, zal U me daadwerkelijk in Uw hart zien en de vrijheid van angst en weeklagen bereiken. (40) Mijn moeder zal Ik ook deze kennis schenken welke de deur van het geestelijk leven opent en een einde maakt aan alle vruchtdragende activiteiten, zodat ook zij de vrees zal overwinnen.'
(41) Maitreya zei: 'De stamvader van de menselijke samenleving aldus aangesproken door Kapila, omliep Hem en, waarlijk tot vrede gekomen, vertrok hij toen naar het woud. (42) Hij aanvaardde de gelofte der stilte en uitsluitend zijn toevlucht zoekend in de ziel, reisde de wijze vrij van gezelschap rond over de aarde zonder een vaste verblijfplaats te hebben of vuur te maken. (43) Hij concentreerde zijn denken in de geest van dat wat zich voorbij oorzaak en gevolg bevindt, dat wat zichzelf manifesteert als de drie geaardheden der natuur en er zelf vrij van is en dat wat alleen maar door toewijding wordt waargenomen. (44) Zich niet met het lichaam identificerend en zonder belangstelling voor de materie en de dualiteit, zag hij, met een gelijke blik, zich inwaarts gekeerd hebbend, met een volmaakt beheerste geest nuchter zijnd, zichzelf onverstoord en als een oceaan met haar golven in rust. (45) Jegens Vâsudeva, de Persoonlijkheid van God, de alwetende Superziel in iedereen, verzette hij zich in bovenzinnelijkheid door toegewijde dienst bevrijd van materiële gebondenheid. (46) Hij zag de Hoogste Persoonlijkheid van God als de ziel zich bevindend in alle levende wezens en, bovendien, dat alle levende wezens in de Hoogste Persoonlijkheid bestaan van die ziel. (47) Bevrijd van alle voorkeur en afkeer bereikte hij, met zijn geest in ieder opzicht bevrijd in de verbondenheid van de toewijding voor de Opperheer, het uiteindelijke doel van de toegewijde.
Tweede Editie, geladen 20 juli 2006.
Bronteksten:
Kardama Muni verzaakt de wereld
Maitreya zei: 'De genadige, lofwaardige wijze die aldus over verzaking sprak tot de dochter van Manu gaf dat ten antwoord waarvan hij zich herinnerde dat het gezegd was door Heer Vishnu.Denkend aan wat Heer Vishnu gezegd had, gaf de genadige wijze Kardama als volgt antwoord op de woorden vol verzaking van Svâyambhuva Manu's prijzenswaardige dochter Devahûti. (Vedabase)
De wijze zei: 'Wees niet teleurgesteld, o prinses; als je jezelf op deze manier richt op de Allerhoogste Heer, o prijzenswaardige, zal Hij onvermijdelijk zeer spoedig in je schoot verschijnen.
De wijze zei: Wees niet teleurgesteld in jezelf, o prinses. Je bent in feite alle eer waard. Weldra zal de onfeilbare Allerhoogste Godspersoon als je zoon binnengaan in je schoot. (Vedabase)
Moge God jou zegenen, die de heilige geloften heeft afgelegd voor de zinsbeteugeling, religieuze inachtneming en versoberingen, het schenken van geld in liefdadigheid en het met een vast geloof boven alles aanbidden van de Heer.
Je hebt heilige geloften afgelegd. God zal je zegenen. Daarom dien je de Heer vol geloof te eren door het beheersen van je zinnen, het naleven van religieuze plichten, boetedoening en door je geld weg te schenken. (Vedabase)
Hij, door jou aanbeden, zal mijn roem verbreiden; Hij, als je zoon, zal de knoop in je hart doorsnijden met het onderricht van de kennis van de al-doordringende geest [Brahman]'.
Door jou aanbeden, zal de Godspersoon mijn naam en faam verbreiden. Door je, als je eigen zoon, in de kennis van Brahman te onderwijzen, zal Hij de knoop in je hart doorsnijden. (Vedabase)
Maitreya zei: 'Devahûti trouw in haar grote respect voor de leiding van deze vader der mensheid, was van een volkomen geloof in de Oorspronkelijke Persoonlijkheid van God en aanbad aldus de meest aanbiddelijke aanwezig in ieders hart.
S'rî Maitreya zei: Devahûti aanvaardde de aanwijzing van haar echtgenoot, Kardama, die een der prajâpati's of mensenverwekkers van het universum was, vol eerbied en vertrouwen. O grote wijze, zo begon ze de meester van het universum, de Allerhoogste Godspersoon, die Zich in ieders hart bevindt te aanbidden. (Vedabase)
Na vele, vele jaren ging de Opperheer, de doder van Madhu, het zaad van Kardama binnen en verscheen Hij zoals vuur dat doet in brandhout.
Na zeer vele jaren verscheen de Allerhoogste Godspersoon, Madhusûdana, de doder van de demon Madhu, nadat Hij het zaad van Kardama binnengegaan was, in Devahûti, zoals er bij een offer vuur uit het hout komt. (Vedabase)
Te dien tijde weerklonken muziekinstrumenten vanuit de regenwolken in de hemel, bezongen de Gandharva's Hem, en dansten de Apsara's in vreugdevolle extase.
Toen Hij op aarde neerdaalde, lieten de halfgoden die de vorm van regenwolken hadden aangenomen muziekinstrumenten weerklinken in de lucht. De hemelse muzikanten, de Gandharva's, bezongen de heerlijkheid van de Heer, terwijl de hemelse Apsara's dansten van blije vervoering. (Vedabase)
Prachtige bloemen werden door de goden vanuit de hemel gestrooid en in alle windstreken, over alle wateren en in ieders geest was er geluk.
Toen de Heer verscheen, strooiden de halfgoden die vrij door het luchtruim vliegen, bloemen omlaag. Alle hemelstreken, al het water en ieders geest raakten zeer voldaan. (Vedabase)
De zelfgeborene [Brahmâ] tezamen met zijn wijzen, Marîci en de anderen, kwamen toen naar Kardama's plaats aan de Sarasvatî rivier.
In gezelschap van Marîci en andere wijzen kwam Brahmâ, de zelfgeborene, naar de plek waar Kardama's hut stond, waar de rivier de Sarasvatî aan alle kanten langsstroomde. (Vedabase)
De Allerhoogste Heer van de Geest van het zuivere bestaan was, middels een volkomen deelaspect, o doder van de vijand, verschenen om de waarheid van de Sânkhya [het analytische van de yoga] zo uiteen te zetten dat men te weten zou komen van de Onafhankelijke Ongeborene.
Maitreya vervolgde: O doder van de vijand, de ongeboren Heer Brahmâ, die vrijwel onafhankelijk is in het verwerven van kennis, kon begrijpen dat er in de schoot van Devahûti een aspect van de Allerhoogste Godspersoon verschenen was in diens hoedanigheid van zuivere existentie, teneinde de volkomen staat van kennis, bekend als sânkhya-yoga, te beschrijven. (Vedabase)
Met een zuiver hart in aanbidding van het Uiteindelijke en verheugd over Zijn voorgenomen optreden werd Kardama en Devahûti het volgende gezegd.
Na de Allerhoogste blij van zin en zuiver van hart te hebben geëerd vanwege Zijn voorgenomen activiteiten als incarnatie, richtte Brahmâ als volgt het woord tot Kardama en Devahûti. (Vedabase)
Brahmâ zei: 'Door jou, Kardama, werd het volbracht Mij te aanbidden zonder dubbelhartigheid, o zoon; aangezien je mijn aanwijzingen ten volle hebt aanvaard, heb je, in je eren van anderen, mij geëerd.
Heer Brahmâ zei: Mijn beste zoon Kardama, omdat je je ondubbelhartig en met gepaste eerbied aan mijn aanwijzingen hebt gehouden, heb je me op de juiste wijze geëerd. Je hebt alles gedaan wat ik je gezegd heb en me daarmee eer bewezen. (Vedabase)
Zonen behoren hun vader van dienst te zijn in navolging van precies deze strekking, daarbij, met het verschuldigde respect, de geboden van de geestelijk leraar opvolgend.
Dit is precies de manier waarop zoons hun vader behoren te dienen. Men moet het bevel van zijn vader of geestelijk leraar met gepaste eerbied gehoorzamen met de woorden "ja, mijn heer". (Vedabase)
Deze volslanke kuise dochters van je, mijn beste zoon, zullen middels hun eigen nakomelingen op verschillende manieren bijdragen tot deze schepping.
Vervolgens prees Heer Brahmâ de negen dochters van Kardama Muni als volgt: Al je dochters met hun slanke middel zijn beslist zeer ingetogen. Ik ben ervan overtuigd dat ze door hun nakomelingen deze schepping op verschillende manieren zullen verbreiden. (Vedabase)
Schenk derhalve alsjeblieft vandaag je dochters weg, in overeenstemming met hun temperament en smaak, aan de meest vooraanstaande wijzen, waarmee aldus je roem zich over de hele wereld zal verspreiden.
Schenk daarom vandaag je dochters aan de besten onder de wijzen, met gepaste aandacht voor hun aard en voorkeur, en verbreid aldus je roem door het hele universum. (Vedabase)
Ik weet dat de oorspronkelijke genieter, Hij die alle verlangens van de levende wezens vervuld, door Zijn eigen vermogen is geïncarneerd met het aannemen van het lichaam van Kapila Muni, o wijze.
O Kardama, ik weet dat de oorspronkelijke Allerhoogste Godspersoon nu door Zijn innerlijke energie als een incarnatie is verschenen. Hij is het die de wensen van alle levende wezens vervult, en nu heeft Hij de gedaante aangenomen van Kapila Muni. (Vedabase)
Middels de schrift en de praktijk van de vereniging van het bewustzijn in de yoga zal Hij, die wordt gekend met Zijn gouden haar, lotusogen en de met de lotus gemerkte voeten, de wortels van de baatzuchtige arbeid blootleggen.
Door mystieke yoga en praktische toepassing van de kennis van de geschriften zal Kapila Muni, die herkenbaar is aan Zijn gouden haar, Zijn ogen die als lotusblaadjes zijn en Zijn lotusvoeten, waarop het teken van de lotus prijkt, het diepgewortelde verlangen naar activiteit in deze stoffelijke wereld uitroeien. (Vedabase)
En, Devahûti, de doder van de demon Kaithabha is je baarmoeder binnengegaan en de knoop der onwetendheid en twijfel doorsnijdend, zal Hij de gehele wereld bereizen.
Heer Brahmâ zei daarna tot Devahûti: Lieve dochter van Manu, dezelfde Allerhoogste Godspersoon die de demon Kaithabha gedood heeft, bevindt Zich nu in je schoot. Hij zal alle knopen van je onwetendheid en twijfel doorsnijden. Daarna zal Hij over de hele wereld reizen. (Vedabase)
Deze persoonlijkheid zal aan het hoofd staan van de volmaakten, de goedkeuring wegdragen van de leraren van het voorbeeld [de âcârya's] in de vedische analyse, en, tot uw meerdere glorie, in de wereld worden gevierd als Kapila'.
Je zoon zal aan het hoofd staan van alle vervolmaakte zielen. Hij zal de goedkeuring wegdragen van de âcârya's die ervaren zijn in het verbreiden van ware kennis, en onder de mensen zal Hij beroemd zijn als Kapila. Als de zoon van Devahûti zal Hij je faam vergroten. (Vedabase)
Maitreya zei: 'Toen hij het stel had gerustgesteld ging Hamsa [een andere naam voor Brahmâ die vliegt met de transcendentale zwaan], de schepper van het universum, tezamen met de Kumâra's [zijn zoons] en Nârada [de spreekbuis] terug naar zijn verheven positie boven de drie werelden.
S'rî Maitreya zei: Na deze woorden te hebben gesproken tot Kardama Muni en zijn vrouw Devahûti, keerde Heer Brahmâ, de schepper van het heelal, die men ook als Hamsa kent, met de vier Kumâra's en Nârada op zijn draag-zwaan terug naar het hoogste van de drie planetenstelsels. (Vedabase)
Na het vertrek van Brahmâ, o Vidura, gaf Kardama zoals gezegd, zijn dochters aan hen die van toen af aan verantwoordelijk waren voor de schepping van de wereldbevolking.
O Vidura, na het vertrek van Brahmâ droeg Kardama Muni volgens diens opdracht zijn negen dochters over aan de negen grote wijzen, die de wereldbevolking verwekten. (Vedabase)
Kalâ gaf hij aan Marîci, Anasûyâ toen aan Atri, S'raddhâ gaf hij Angirâ en Havirbhû werd aan Pulastya geschonken. Gati gaf hij aan Pulaha en de deugdzame Kriyâ achtte hij geschikt voor Kratu; aan Bhrigu schonk hij Khyâti weg en ook Arundhatî werd weggegeven aan de wijze Vasishthha.
Kardama Muni droeg zijn dochter Kalâ over aan Marîci en zijn dochter Anasûyâ aan Atri. Hij schonk S'raddhâ aan Angirâ en Havirbhû aan Pulastya. Hij schonk Gati aan Pulaha, de kuise Kriyâ aan Kratu, Khyâti aan Bhrigu en Arundhatî aan Vasishthha. (Vedabase)
Atharvâ schonk hij aan S'ânti, door wie de offerrituelen worden gebracht. Aldus raakten de vooraanstaande brahmanen getrouwd met hun echtgenotes en werden ze door hem onderhouden.
Hij schonk S'ânti aan Atharvâ. Dankzij S'ânti worden de offerriten goed volbracht. Zo liet hij de besten der brâmana's trouwen, en hij voorzag hen en hun vrouwen in alles wat ze nodig hadden. (Vedabase)
Toen ze op deze manier in het huwelijk waren getreden, o Vidura, namen de wijzen afscheid van Kardama en gingen ze op weg naar hun hermitages, vertrekkend in vreugde over wat ze hadden verworven.
Op deze wijze getrouwd, namen de wijzen afscheid van Kardama, o Vidura, en begaven zich vol vreugde elk naar hun eigen kluizenaarshut. (Vedabase)
En hij Kardama, die begrepen had dat Hij, die in al de drie yuga's verschijnt [Vishnu, die in de vierde, de laatste yuga enkel verschijnt als een 'channa' - of bedekte avatâra], de hoogste intelligentie van al de wijzen, was nedergedaald, zocht Hem op in Zijn afzondering, waarbij hij Hem zijn eerbetuigingen bracht en als volgt tot hem sprak:
Toen Kardama Muni begreep dat de Allerhoogste Godspersoon, het hoofd van alle halfgoden, was neergedaald, kwam hij tot Hem op een rustige plek, bracht Hem zijn eerbetuigingen en sprak als volgt. (Vedabase)
'Oh, eindelijk, na zo een lange tijd is het goddelijke van genade voor hen die zo aangedaan zijn door de verstriktheid van hun eigen wandaden in deze wereld.
Kardama Muni zei: Eindelijk zijn de halfgoden van dit heelal voldaan over de zielen die als gevolg van hun eigen wandaden in de verstrikking van de materiële wereld moeten lijden. (Vedabase)
Na vele geboorten, proberen de gerijpte yogi's door hun verzonkenheid in de yoga Uw voeten in afzondering te aanschouwen.
Na vele wedergeboorten proberen gevorderde yogi's in volledige yoga-trance op een eenzame plek de lotusvoeten van de Allerhoogste Godspersoon te zien. (Vedabase)
Diezelfde Allerhoogste Heerlijkheid, Hij die de steun en toeverlaat is van Zijn hoogsteigen toegewijden, is heden, ongeacht de nalatigheid van ons gewone huishouders hoog en laag, verschenen in onze huizen.
Zonder zich iets aan te trekken van de onachtzaamheid van een gewoon echtpaar zoals wij, daalt de Allerhoogste Godspersoon in onze woningen neer om Zijn toegewijden in stand te houden. (Vedabase)
Om Uw eigen woorden gestand te doen bent U in mijn huis nedergedaald, verlangend de kennis te verbreiden van de Hoogste Persoonlijkheid die er is voor de meerdere eer en glorie van de toegewijden.
Kardama Muni zei: Mijn lieve Heer, U, die altijd de eer van Uw toegewijden vergroot, bent alleen in mijn woning verschenen om U aan Uw woord te houden en de weg der ware kennis te verkondigen. (Vedabase)
Door welke van de waarlijk geschikte gedaanten ook van U, die Zelf geen materiële gedaante heeft, behaagt U hen die zich op het pad bevinden.
Mijn lieve Heer, hoewel U geen materiële gedaante bezit, hebt U Uw ontelbare eigen gedaanten. Het zijn voorwaar Uw bovenzinnelijke gedaanten, die Uw toegewijden vreugde schenken. (Vedabase)
De plaats van Uw voeten is zeker altijd het respectvolle eerbetoon van de wijzen waard die ernaar verlangen de Absolute Waarheid te kennen. Aan U, die vol is van rijkdom, verzaking, roem, kennis, kracht en schoonheid [de zogenaamde zesvoudige weelde van de Heer] geef ik mezelf over.
Mijn lieve Heer, Uw lotusvoeten zijn de bron die alle eerbiedige achting verdient van alle grote wijzen die ernaar verlangen om de Absolute Waarheid te doorgronden. U verkeert in volkomen staat van rijkdom, onthechting, bovenzinnelijke roem, kennis, kracht en schoonheid, en daarom geef ik me over aan Uw lotusvoeten. (Vedabase)
Ik geef me over aan Heer Kapila, die de bovenzinnelijke Allerhoogste Persoonlijkheid is, de oorsprong van de wereld en het volle bewustzijn van de tijd en de drie geaardheden der natuur; de Handhaver van Alle Werelden, die in Zichzelf naar Zijn eigen vermogen Zijn manifestaties ontbindt en die de macht is van de onafhankelijkheid.
Ik geef me over aan de Allerhoogste Godspersoon, die is neergedaald in de gedaante van Kapila; die onafhankelijk is in Zijn macht en bovenzinnelijk; die de Allerhoogste Persoon en Heer van het geheel der materie en van het tijdselement is; de volkomen alwetende instandhouder van de universa onder leiding van de drie geaardheden van de materiële natuur; en die de materiële openbaringen na hun ontbinding in Zich opneemt. (Vedabase)
Op dit moment verzoek ik U, o vader van alle geschapen wezens, daar U me hebt bevrijd van mijn schulden en mijn verlangens hebt vervuld, dat ik het pad van een rondtrekkende bedelmonnik op me mag nemen zodat ik met U in mijn hart rond mag trekken, mezelf verre houdend van het weeklagen.
Vandaag kom ik met een verzoek tot U, die de Heer van alle levende wezens bent. Omdat ik nu door U bevrijd ben van mijn schuld aan mijn vader en al mijn wensen in vervulling zijn gegaan, wil ik het dwalend leven gaan leiden van een bedelmonnik. Dit gezinsleven verzakend, wil ik zonder klagen rondzwerven en in mijn hart steeds aan U denken. (Vedabase)
De Allerhoogste Heer zei: 'Waarvan Ik bij de geschriften of bij normale uitspraken heb gesproken is in feite het gezag voor de mensen; derhalve nam Ik bij u geboorte om dat na te komen wat Ik u gezegd heb, o wijze.
De Godspersoon Kapila zei: Wat Ik ook zeg, hetzij rechtstreeks, hetzij door de geschriften, is voor de mensen van de wereld in alle opzichten gezaghebbend. O Muni, omdat Ik je in het verleden gezegd heb dat Ik je zoon zou worden, ben Ik neergedaald om deze belofte waar te maken. (Vedabase)
Deze geboorte van Mij in deze wereld is er voor het verschaffen van uitleg, voor degenen die bevrijd willen raken van de moeilijkheden van de materiële positie, over de waarheden die men zo hoog acht in de zelfverwerkelijking.
Ik verschijn speciaal in deze wereld om de sânkhya-filosofie uiteen te zetten, die door hen die los willen komen van hun nodeloze materiële begeerten zo hoog wordt aangeslagen als methode tot zelfrealisatie. (Vedabase)
Alstublieft, weet dat dit lichaam door Mij werd aangenomen, opdat Ik nu opnieuw dit pad van de ziel kan introduceren dat zo moeilijk te kennen is en in de loop van de tijd verloren is gegaan.
Deze weg tot zelfrealisatie, die moeilijk te begrijpen is, is in de loop der tijd verloren gegaan. Weet alsjeblieft dat Ik deze gedaante van Kapila aangenomen heb, om deze filosofie opnieuw in te voeren en uit te leggen aan de mensheid. (Vedabase)
Ga nu, onder Mijn goedkeuren, heen zoals u dat verlangt, handelend naar de wereldverzakende orde; houdt u om de onoverkomelijke dood te boven te komen, voor het eeuwige van het leven bezig met de aan Mij gewijde dienst.
Ga nu waar je wilt, met Mijn goedkeuring, en wijd al je activiteiten aan Mij. Aanbid Mij om het eeuwige leven te bereiken, en zegevier daarmee over de onoverwinnelijke dood. (Vedabase)
Met uw intellect altijd op Mij, de opperste zelfvervulde ziel van alle levende wezens, gericht, zal U me daadwerkelijk in Uw hart zien en de vrijheid van angst en weeklagen bereiken.
In je eigen hart zul je Mij, de allerhoogste, licht uitstralende ziel die in het hart van elk levend wezen verblijft, altijd zien met behulp van je intelligentie. Op die manier zul je het eeuwige leven bereiken, dat vrij is van angst en verdriet. (Vedabase)
Mijn moeder zal Ik ook deze kennis schenken welke de deur van het geestelijk leven opent en een einde maakt aan alle vruchtdragende activiteiten, zodat ook zij de vrees zal overwinnen.'
Ik zal deze verheven kennis, die de deur naar het geestelijk leven opent, ook aan Mijn moeder beschrijven, opdat ook zij tot volmaaktheid en zelfrealisatie kan komen en daarmee een eind kan maken aan alle reacties op baatzuchtige activiteiten. Zo zal zij ook bevrijd worden van alle materiële angst. (Vedabase)
Maitreya zei: 'De stamvader van de menselijke samenleving aldus aangesproken door Kapila, omliep Hem en, waarlijk tot vrede gekomen, vertrok hij toen naar het woud.
S'rî Maitreya zei: Toen Kardama Muni, de stamvader van de mensheid, zo volmaakt toegesproken was door zijn zoon Kapila, liep hij in een cirkel om Hem heen en begaf zich met een vredig gemoed rechtstreeks naar het woud. (Vedabase)
Hij aanvaardde de gelofte der stilte en uitsluitend zijn toevlucht zoekend in de ziel, reisde de wijze vrij van gezelschap rond over de aarde zonder een vaste verblijfplaats te hebben of vuur te maken.
De wijze Kardama legde de gelofte van stilte af, om zijn gedachten op de Allerhoogste Godspersoon te kunnen richten en uitsluitend in Hem zijn toevlucht te zoeken. Zonder enig gezelschap, zonder vuur aan te raken en zonder schuilplaats, reisde hij als sannyâsî over het aardoppervlak. (Vedabase)
Hij concentreerde zijn denken in de geest van dat wat zich voorbij oorzaak en gevolg bevindt, dat wat zichzelf manifesteert als de drie geaardheden der natuur en er zelf vrij van is en dat wat alleen maar door toewijding wordt waargenomen.
Hij richtte zijn geest vast op de Allerhoogste Godspersoon, Parabrahman, die boven oorzaak en gevolg staat, die de drie geaardheden van de materiële natuur openbaart, die boven die drie geaardheden staat en die alleen waargenomen kan worden door onwankelbare toegewijde dienst. (Vedabase)
Zich niet met het lichaam identificerend en zonder belangstelling voor de materie en de dualiteit, zag hij, met een gelijke blik, zich inwaarts gekeerd hebbend, met een volmaakt beheerste geest nuchter zijnd, zichzelf onverstoord en als een oceaan met haar golven in rust.
Zo kwam hij geleidelijk los van de invloed van het vals ego, de vereenzelviging met de materie, en verloor alle aantrekking tot het materiële. Onverstoord, iedereen gelijkgezind en vrij van dualiteit, kon hij voorwaar zichzelf ook zien. Zijn geest was naar binnen gericht en volmaakt vredig, zoals een oceaan zonder golven. (Vedabase)
Jegens Vâsudeva, de Persoonlijkheid van God, de alwetende Superziel in iedereen, verzette hij zich in bovenzinnelijkheid door toegewijde dienst bevrijd van materiële gebondenheid.
Zo kwam hij vrij uit het gebonden leven en raakte gevestigd in de bovenzinnelijke toegewijde dienst aan de Godspersoon, Vâsudeva, de alwetende Superziel in elk levend wezen. (Vedabase)
Hij zag de Hoogste Persoonlijkheid van God als de ziel zich bevindend in alle levende wezens en, bovendien, dat alle levende wezens in de Hoogste Persoonlijkheid bestaan van die ziel.
Hij begon te zien dat de Allerhoogste Godspersoon Zich in ieders hart bevindt, en dat ieders bestaan op Hem rust, omdat Hij de Superziel is van iedereen. (Vedabase)
Bevrijd van alle voorkeur en afkeer bereikte hij, met zijn geest in ieder opzicht bevrijd in de verbondenheid van de toewijding voor de Opperheer, het uiteindelijke doel van de toegewijde.
Vrij van elk verlangen en iedere afkeer, en iedereen gelijkgezind door het verrichten van zuivere toegewijde dienst, bereikte Kardama Muni uiteindelijk de weg terug naar God. (Vedabase)
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van
Prabhupâda.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd
Feed-back | Links | Downloads | Muziek | Afbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties