regelbalk


 

Canto 3

Mahâmantra 4

 

Hoofdstuk 23: Devahûti's klacht

(1) Maitreya zei: 'Na het vertrek van de ouders diende de kuise vrouw, met begrip voor de verlangens van haar echtgenoot, haar man voortdurend met grote liefde, zoals Pârvatî dat deed met S'iva, haar Heer. (2) Intiem, met een zuivere ziel, groot respect en zinsbeheersing diende ze met liefde en lieve woorden, o Vidura. (3) Afziend van lust, trots, afgunst, hebzucht, zondige handelingen en ijdelheid behaagde ze haar machtige echtgenoot, altijd vlijtig en met gezond verstand. (4-5) Hij, voorzeker de meest vooraanstaande van alle rishi's van God, de man van wie zij, de dochter van Manu volledig toegewijd een grotere zegen verwachtte dan van de voorzienigheid, zag dat ze zwakker werd en uitgemergeld raakte van de lang volgehouden religieuze inachtnemingen en met een van liefde stokkende stem sprak hij tot haar, overmand door mededogen. (6) Kardama zei: 'Op het ogenblik ben ik tevreden over jou, o respectvolle dochter van Manu, vanwege je zeer uitnemende allerhoogste dienstbaarheid en toewijding. Dat lichaam, zo uitzonderlijk dierbaar voor deze belichaming, verzorg je echter niet naar behoren, het terwille van mij uitputtend. (7) De zegeningen van de Heer die ikzelf realiseerde in mijn religieuze leven van volledig opgaan in versoberingen, meditatie en het fixeren van mijn geest in het weten, kan evenzo goed door jou worden verworven in jouw toegewijde dienst aan mij; vergewis je enkel van de visie vrij van angst en weeklagen, die ik je nu vergun. (8) Wat is er buiten de genade van de Heer van waarde als alle materiële verworvenheden hun vernietiging vinden in één enkele beweging van een wenkbrauw; geslaagd door het grotere perspectief van Heer Vishnu is het aan jou de bovenzinnelijke gaven te genieten, verkregen door de principes van goed gedrag, welke zo moeilijk te verkrijgen zijn voor mensen die trots zijn op hun adellijke afkomst.' (9) Nadat hij op deze manier had gesproken, vond de vrouw, horende van zijn uitblinken in de speciale kennis van de yoga, voldoening en met een stem verstikt van nederigheid en liefde en een stralend, glimlachend gezicht met een ietwat verlegen blik, sprak ze tot hem.

(10) Devahûti zei: 'Het is inderdaad volbracht, o beste der brahmanen, dit meesterschap van onfeilbaarheid in jouw in de macht der yoga, o machtige, o echtgenoot, wat ik zeker weet is dat jij hebt beloofd dat als we er eenmaal zeer geslaagd in zijn één te zijn in het lichaam, dat er dan het nageslacht mocht zijn dat voor een kuise vrouw zulk een grote waarde is. (11) Doe hiervan dat, wat er moet worden gedaan overeenkomstig wat is voorgeschreven in de geschriften, waarmee dit, door een onvervulde passie uitgemergelde lichaam, voor u geschikt kan worden gemaakt. En ik, slachtoffer van emoties, ben maar arm, o Heer, denk daarom alsjeblieft aan een geschikte woning'.

(12) Maitreya zei: 'Uit op het genoegen van zijn liefste, zette Kardama zijn yoga-vermogen in en bracht hij daarna een hoog oprijzend paleis voort dat kwam zoals gewenst werd, o Vidura. (13) Het beantwoordde aan alle verlangens en was wonderschoon overdekt met allerlei juwelen, had alle soorten van luxe die mettertijd toenam en zuilen gehouwen uit het meest kostbare gesteente. (14-15) Het was uitgerust met een hemel aan gebruiksartikelen en was behaaglijk in alle jaargetijden, was versierd met wimpels en vlaggen en draperieën van uiteenlopende kleuren en stoffen, bekoorlijke zoete bloemen zoemend van de bijen, fijne linnen en zijden stoffen en was behangen met verschillende wandkleden. (16) In verdiepingen boven elkaar waren er afzonderlijke voorzieningen met bedden, comfortabele ligbanken en gekoelde zitplaatsen. (17) Hier en daar was verschillend kunstzinnig beeldhouwwerk ten toongesteld met de buitengewone schoonheid van een vloer met smaragden, toegerust met verhogingen van koraal. (18) De toegangen hadden drempels van koraal en deuren prachtig overdekt met diamanten. De koepels van saffier waren gekroond met gouden torentjes. (19) Op de diamanten muren was er een keur aan robijnen die ze ogen leken te geven. Er was voorzien in verschillende baldakijnen en hoogst kostbare poorten van goud. (20) De vele kunstige zwanen en groepen duiven her en der deden de echte denken dat ze gelijk henzelf waren, er herhaaldelijk overvliegend onder het weerklinken van hun geluiden. (21) De lusttuinen, zitkamers, slaapkamers, binnen- en buitenplaatsen ontworpen voor het comfort, deden inderdaad de wijze zelf versteld staan.

(22) Devahûti, een dergelijke woning beziend met een weinig vergenoegd hart, zette Kardama, die ieders hart kon doorvorsen ertoe aan haar in persoon aan te spreken. (23) 'Je bent zo bevreesd, neem een bad in het heilige meer dat uit Vishnu voortkwam [Bindu-sarovar], dat ieder verlangen van de mens in vervulling doet gaan, voordat je dit hoog oprijzend paleis binnengaat'. (24) Zij, de lotus-ogige met haar samengeklitte haar en vuile kleren aan, volgde toen de order van haar echtgenoot op. (25) Haar lichaam en borsten waren grauw, overdekt door vuil, toen ze het meer inging dat de heilige wateren van de Sarasvatî rivier bevatte. (26) In het meer zag ze, gelijk de geurige lotussen, een huis voor zich met een duizendtal meisjes in de bloei van hun jeugd. (27) Toen ze haar zagen stonden alle maagden plots voor haar op en zeiden ze met gevouwen handen: 'We zijn uw dienstmaagden, alstublieft zeg ons wat we voor u kunnen doen'. (28) Na haar te hebben gebaad met de kostbaarste oliën, gaven de eerbiedige meisjes de deugdzame echtgenote fijne, nieuwe, smetteloze kleren te dragen. (29) Ze gaven haar ook waardevolle sieraden en zeer uitgelezen spijzen en bedwelmende dranken die al de goede nectargelijke kwaliteiten in zich hadden. (30) Toen, met het zicht op haar reflectie in een spiegel, met haar lichaam gezuiverd van alle vuil en in smetteloze kleren, werd ze opgesierd met een bloemenslinger en door de hoogst eerbiedige dienstmaagden versierd met gelukbrengende tekens. (31) Van top tot teen gebaad was ze gesierd met een gouden halsketting met hanger en armbanden en tinkelende enkelbelletjes gemaakt van goud. (32) Om haar heupen droeg ze een gordel gemaakt van goud ingelegd met talloze edelstenen en had ze een kostbare parelketting en gelukbrengende substanties [zoals saffraan, kunkuma - hetgeen geparfumeerd rood poeder voor de borsten is -, mosterdzaad olie en sandelhoutpulp]. (33) Met haar prachtige tanden, charmante wenkbrauwen, lieflijke, vochtige ogen die de schoonheid van lotusknoppen te boven ging en haar blauwzwarte gekrulde haar, straalde ze van alle kanten. (34) Toen ze aan haar dierbare echtgenoot dacht, de meest vooraanstaande onder de wijzen, trof ze zichzelf tezamen met haar dienstmaagden daar aan waar hij, de stamvader, de Prajâpati, was. (35) Zich vervolgens in de aanwezigheid van haar man ziend, omringd door een duizendtal maagden, was ze vol verbazing over wat hij in zijn yoga bereikt had.

(36-37) De wijze, die haar schoongewassen zag, hem tegemoet stralend met een ziel van een schoonheid zonder weerga, omgord en met bekoorlijke borsten, opgewacht door een duizend hemelse meisjes en uitnemend gekleed, genoot van de aanblik en leidde haar die hemelse woning binnen, o vernietiger van de vijand. (38) Gehecht als hij was aan zijn geliefde verzorgd door de hemelse meisjes, verloor hij niet zijn glorie; tezamen met haar in zijn paleis straalde zijn persoon zo charmant als de maan in de hemel omringd door de sterren, die rijen van lelies doet opengaan in de nacht. (39) Erin levend reikte hij tot aan de lusthoven van de goden in de hemel en de bergen en de dalen van Koning Indra onder begeleiding van de schoonheid van de luwte der hartstocht; gelijk de schatbewaarder Kuvera omringd door maagden, genoot hij voor lange tijd van de neergang van de Ganges onder de vibrerende gunstige geluiden van de lofuitingen van hen die van de perfectie zijn. (40) Bevredigd door zijn vrouw genoot hij de tuinen van Vais'rambhaka, Surasana, Nandana, Pushpabhadraka en Caitrarathya, en het Mânasa-sarovara meer. (41) Met het paleis zo schitterend als men zich maar wensen kon, overtrof hij, als de lucht die tot overal reikt, de woonplaatsen van de grootste goden. (42) Wat zou er moeilijk zijn om te bereiken voor hen die vastberaden zijn, voor hen die hun toevlucht genomen hebben tot de lotusvoeten van de Allerhoogste Persoonlijkheid die alle gevaar overwint?

(43) Na zijn vrouw de wegen van de wereld te hebben getoond met alles wat erbij hoort aan vele wonderen, keerde de grote yogi terug naar zijn eigen omgeving. (44) Zichzelf in negen verdeeld hebbend, om zijn vrouw, de dochter van Manu te behagen in het seksleven, genoot hij de vele jaren als in een ogenblik. (45) In het paleis liggend op een uitstekend bed gunstig voor de liefde had zij geen notie van het verstrijken van de tijd in het gezelschap van haar zeer knappe echtgenoot. (46) Aldus gingen door de macht van de yoga voor het volijverig verlangend stel in hun seksuele genoegen een honderdtal herfsten voorbij, als in een korte spanne tijds. (47) De machtige Kardama, die de spirituele essentie en alle verlangens kende had, zijn eigen lichaam in negenen verdeeld hebbend, zijn zaad in haar geloosd, haar beschouwend als zijn wederhelft. (48) Zij, Devahûti, gaf toen bijgevolg geboorte aan een nageslacht van [negen] vrouwen die allen in ieder deel van hun lichaam even bekoorlijk waren als een geurige rode lotus. (49) Toen ze zag dat haar echtgenoot op het punt stond van huis te vertrekken, glimlachte ze van buiten, maar was ze van streek met een hart vol leed. (50) Haar tranen bedwingend, schraapte ze met de stralende juwelen nagels van haar voet over de vloer en met haar hoofd naar beneden gebogen, sprak ze langzaam in bekoorlijke bewoordingen.

(51) Devahûti zei: 'Al dat u me beloofd hebt mijn Heer is in vervulling gegaan, maar u moet me, als overgegeven ziel, ook de onbevreesdheid vergunnen. (52) Mijn beste brahmaan, het is aan je dochters om uit te vinden wat geschikte echtgenoten zijn; maar wie is er om mij te troosten, als jij naar het woud bent vertrokken? (53) Zonder acht te slaan op de kennis van de Allerhoogste Ziel, verstreek er zoveel tijd voor niets, mijn meester, ons uitputtend in het goed zijn voor onze zintuigen. (54) Aangetrokken door het bevredigen van onze zinnen ging mijn affiniteit voor jou niet samen met het erkennen van je bovenzinnelijk bestaan; moge het me niettemin bevrijden van alle vrees. (55) Omgang met hen die druk bezig zijn hun zinnen te behagen is de oorzaak van de kringloop van geboorte en dood, maar hetzelfde soort van handelen in onwetendheid leidt, in omgang met een heilige persoon, tot bevrijding. (56) Men is daadwerkelijk dood bij het leven als het werk dat hier verricht wordt er niet voor een meer rechtgeaard leven is, niet leidt tot onthechting en niet de voeten van het Heilige van dienst is. (57) Voorzeker ben ik degene die geheel misleid was door het materiële vermogen van de Heer; omdat ik, hoewel ik u die bevrijding geeft bereikt heb, er niet naar uitzag uit de materiële gebondenheid bevrijd te raken'.

 

   

next                 

 
 Tweede Editie, geladen 15 juli 2006.

   

 

 

Bronteksten:

Devahûti's klacht 

 

Tekst 1:

Maitreya zei: 'Na het vertrek van de ouders diende de kuise vrouw, met begrip voor de verlangens van haar echtgenoot, haar man voortdurend met grote liefde, zoals Pârvatî dat deed met S'iva, haar Heer.

S'rî Maitreya vervolgde: Na het vertrek van haar ouders diende de kuise Devahûti, die kon begrijpen wat hij van haar verlangde, haar echtgenoot steeds met grote liefde, zoals Bhavânî haar echtgenoot, Heer S'iva, dient. (Vedabase)

 

Tekst 2:

Intiem, met een zuivere ziel, groot respect en zinsbeheersing diende ze met liefde en lieve woorden, o Vidura.

O Vidura, Devahûti diende haar echtgenoot innig en vol eerbied, met beheerste zinnen, liefde en vriendelijke woorden. (Vedabase)

 

Tekst 3:

Afziend van lust, trots, afgunst, hebzucht, zondige handelingen en ijdelheid behaagde ze haar machtige echtgenoot, altijd vlijtig en met gezond verstand.

Door verstandig en met grote ijver te werken, waarbij ze alle lust, trots, afgunst, hebzucht, zonde en ijdelheid liet varen, behaagde ze haar uiterst machtige echtgenoot. (Vedabase)

 

Tekst 4-5:

Hij, voorzeker de meest vooraanstaande van alle rishi's van God, de man van wie zij, de dochter van Manu volledig toegewijd een grotere zegen verwachtte dan van de voorzienigheid, zag dat ze zwakker werd en uitgemergeld raakte van de lang volgehouden religieuze inachtnemingen en met een van liefde stokkende stem sprak hij tot haar, overmand door mededogen.

De dochter van Manu, die haar man volkomen was toegewijd, beschouwde hem zelfs als groter dan de voorzienigheid. Daarom verwachtte ze rijke zegeningen van hem. Na hem lange tijd gediend te hebben, raakte ze verzwakt en uitgeteerd door het naleven van haar religieuze plichten. Toen Kardama, de belangrijkste onder de hemelse wijzen, haar zo zag, raakte hij door mededogen overweldigd en sprak haar toe met een door liefde verstikte stem. (Vedabase)

 

Tekst 6:

Kardama zei: 'Op het ogenblik ben ik tevreden over jou, o respectvolle dochter van Manu, vanwege je zeer uitnemende allerhoogste dienstbaarheid en toewijding. Dat lichaam, zo uitzonderlijk dierbaar voor deze belichaming, verzorg je echter niet naar behoren, het terwille van mij uitputtend.

Kardama Muni zei: O eerbiedige dochter van Svâyambhuva Manu, ik ben nu zeer voldaan over je om je grote toewijding en uitnemende liefdevolle dienst. Aangezien het lichaam zo dierbaar is aan de belichaamden, sta ik verbaasd dat je je eigen lichaam verwaarloosd hebt door het voor mij te gebruiken. (Vedabase)

 

Tekst 7:

De zegeningen van de Heer die ikzelf realiseerde in mijn religieuze leven van volledig opgaan in versoberingen, meditatie en het fixeren van mijn geest in het weten, kan evenzo goed door jou worden verworven in jouw toegewijde dienst aan mij; vergewis je enkel van de visie vrij van angst en weeklagen, die ik je nu vergun.

Kardama Muni vervolgde: Door mijn eigen religieuze leven van boetedoening, meditatie en Krishna-bewustzijn heb ik de zegen van de Heer ontvangen. Hoewel jij van deze zaken, die vrij van vrees en klachten zijn, nog geen ervaring hebt, zal ik hen alle aan je schenken, omdat je mij dient. Bezie hen nu. Ik schenk je de bovenzinnelijke visie waarmee je kunt zien hoe mooi ze zijn. (Vedabase)

  

Tekst 8:

Wat is er buiten de genade van de Heer van waarde als alle materiële verworvenheden hun vernietiging vinden in één enkele beweging van een wenkbrauw; geslaagd door het grotere perspectief van Heer Vishnu is het aan jou de bovenzinnelijke gaven te genieten, verkregen door de principes van goed gedrag, welke zo moeilijk te verkrijgen zijn voor mensen die trots zijn op hun adellijke afkomst.'

Kardama Muni vervolgde: Wat heeft het voor zin om van iets anders te genieten dan van de genade van de Heer? Alle materiële verworvenheden zijn onderhevig aan vernietiging door een enkele beweging van de wenkbrauwen van Heer Vishnu, de Allerhoogste Godspersoon. Door je toewijding voor je echtgenoot kun je nu van bovenzinnelijke gaven genieten, die zeer moeilijk te verkrijgen zijn voor mensen die trots zijn op hun adellijke afkomst en materiële bezit. (Vedabase)

   

Tekst 9:

Nadat hij op deze manier had gesproken, vond de vrouw, horende van zijn uitblinken in de speciale kennis van de yoga, voldoening en met een stem verstikt van nederigheid en liefde en een stralend, glimlachend gezicht met een ietwat verlegen blik, sprak ze tot hem.

Toen de onschuldige Devahûti de woorden hoorde van haar echtgenoot, die uitblonk in kennis op alle gebieden van de bovenzinnelijke wetenschap, was ze hoogst voldaan. Met een stralende glimlach en een enigszins verlegen blik sprak ze hem uit grote nederigheid en liefde met gesmoorde stem toe. (Vedabase)

  

Tekst 10:

Devahûti zei: 'Het is inderdaad volbracht, o beste der brahmanen, dit meesterschap van onfeilbaarheid in jouw in de macht der yoga, o machtige, o echtgenoot, wat ik zeker weet is dat jij hebt beloofd dat als we er eenmaal zeer geslaagd in zijn één te zijn in het lichaam, dat er dan het nageslacht mocht zijn dat voor een kuise vrouw zulk een grote waarde is.

S'rî Devahûti zei: Mijn lieve man, beste der brâhmana's, ik weet dat u volmaaktheid hebt bereikt en meester van alle onfeilbare mystieke krachten bent, omdat u onder bescherming staat van yoga-mâyâ, de bovenzinnelijke sfeer. Maar u hebt me eens beloofd dat onze lichamen zich zouden verenigen, omdat het hebben van kinderen een grote kwaliteit is voor de kuise vrouw van een roemrijke man. (Vedabase)

  

Tekst 11

Doe hiervan dat, wat er moet worden gedaan overeenkomstig wat is voorgeschreven in de geschriften, waarmee dit, door een onvervulde passie uitgemergelde lichaam, voor u geschikt kan worden gemaakt. En ik, slachtoffer van emoties, ben maar arm, o Heer, denk daarom alsjeblieft aan een geschikte woning'.

Devahûti vervolgde: Mijn lieve heer, ik ben vervuld van gevoelens van opwinding voor u. Tref daarom de noodzakelijke maatregelen, zoals die in de geschriften voorgeschreven staan, om mijn magere lichaam, dat door onvervulde hartstocht is uitgeteerd, voor u geschikt te maken. En denk alstublieft ook aan een voor dit doel geschikt huis, o heer. (Vedabase)

 

 Tekst 12

Maitreya zei: 'Uit op het genoegen van zijn liefste, zette Kardama zijn yoga-vermogen in en bracht hij daarna een hoog oprijzend paleis voort dat kwam zoals gewenst werd, o Vidura.

Maitreya vervolgde: O Vidura, om zijn beminde vrouw een plezier te doen, gebruikte de wijze Kardama zijn yoga-krachten en bracht onmiddellijk een luchtpaleis voort, dat rond kon reizen zoals hij dat wilde. (Vedabase)

 

Tekst 13:

Het beantwoordde aan alle verlangens en was wonderschoon overdekt met allerlei juwelen, had alle soorten van luxe die mettertijd toenam en zuilen gehouwen uit het meest kostbare gesteente.

Het was een schitterend gebouw, ingelegd met allerlei juwelen, versierd met zuilen van kostbare stenen en in staat om alles te schenken wat men begeerde. Het was voorzien van allerlei meubels en weelde, en dit alles werd in de loop der tijd alleen maar meer. (Vedabase)

  

Tekst 14-15:

Het was uitgerust met een hemel aan gebruiksartikelen en was behaaglijk in alle jaargetijden, was versierd met wimpels en vlaggen en draperieën van uiteenlopende kleuren en stoffen, bekoorlijke zoete bloemen zoemend van de bijen, fijne linnen en zijden stoffen en was behangen met verschillende wandkleden.

Het kasteel was geheel voorzien van al het nodige en aangenaam in alle jaargetijden. Het was rondom versierd met vlaggen, wimpels en kunstwerken met afwisselende kleuren. Het was verder versierd met kransen van prachtige bloemen, die zoet gonzende bijen aantrokken, en met wandkleden van linnen, zijde en verschillende andere stoffen. (Vedabase)

 

Tekst 16:

In verdiepingen boven elkaar waren er afzonderlijke voorzieningen met bedden, comfortabele ligbanken en gekoelde zitplaatsen.

Het paleis zag er prachtig uit met zijn bedden, banken, zetels en waaiers, waarmee elk van de zeven verdiepingen was ingericht. (Vedabase)

 

Tekst 17:

Hier en daar was verschillend kunstzinnig beeldhouwwerk ten toongesteld met de buitengewone schoonheid van een vloer met smaragden, toegerust met verhogingen van koraal.

De schoonheid ervan werd verhoogd door wandreliëfs hier en daar. De vloer was van smaragd, met verhogingen van koraal. (Vedabase)

 

Tekst 18:

De toegangen hadden drempels van koraal en deuren prachtig overdekt met diamanten. De koepels van saffier waren gekroond met gouden torentjes.

Het paleis was zeer fraai met zijn koralen drempels aan de ingangen en zijn met diamanten bezette deuren. Gouden torentjes bekroonden de saffieren koepels. (Vedabase)

  

Tekst 19:

Op de diamanten muren was er een keur aan robijnen die ze ogen leken te geven. Er was voorzien in verschillende baldakijnen en hoogst kostbare poorten van goud.

Door de met fijnste robijnen ingelegde diamanten wanden zag het eruit alsof het overal ogen had. Het was voorzien van prachtige baldakijnen en uiterst kostbare gouden poorten. (Vedabase)

  

Tekst 20:

De vele kunstige zwanen en groepen duiven her en der deden de echte denken dat ze gelijk henzelf waren, er herhaaldelijk overvliegend onder het weerklinken van hun geluiden.

Hier en daar waren er groepen zwanen en zwermen duiven in dat paleis, en ook kunstzwanen en kunstduiven, die zo levensecht waren, dat de echte zwanen telkens op hen af kwamen, denkend dat ze levend waren, zoals zijzelf. Zo weerschalde het paleis van de kreten van deze vogels. (Vedabase)

 

Tekst 21:

De lusttuinen, zitkamers, slaapkamers, binnen- en buitenplaatsen ontworpen voor het comfort, deden inderdaad de wijze zelf versteld staan.

Het paleis bezat lusthoven, rustkamers, slaapvertrekken, binnenplaatsen en erven, die waren ingericht en aangelegd voor het gemak. De wijze stond er zelf versteld van. (Vedabase)

 

Tekst 22:

Devahûti, een dergelijke woning beziend met een weinig vergenoegd hart, zette Kardama, die ieders hart kon doorvorsen ertoe aan haar in persoon aan te spreken.

Toen hij Devahûti onvoldaan naar het reusachtige, weelderige paleis zag kijken, kon Kardama Muni, die ieders gedachten kon doorgronden, begrijpen wat er in haar omging. Daarom sprak hij haar als volgt toe. (Vedabase)

 

Tekst 23:

'Je bent zo bevreesd, neem een bad in het heilige meer dat uit Vishnu voortkwam [Bindu-sarovar], dat ieder verlangen van de mens in vervulling doet gaan, voordat je dit hoog oprijzend paleis binnengaat'.

Mijn lieve Devahûti, je kijkt zo bang. Neem eerst een bad in Bindu-sarovara, het door Heer Vishnu Zelf geschapen meer, dat alle verlangens vervullen kan, en stap dan in dit vliegtuig. (Vedabase)

  

Tekst 24:

Zij, de lotus-ogige met haar samengeklitte haar en vuile kleren aan, volgde toen de order van haar echtgenoot op.

De lotusogige Devahûti deed zoals haar echtgenoot het haar zei. Ze zag er met haar vuile kleren en verwarde haar niet erg aantrekkelijk uit. (Vedabase)

 

Tekst 25:

Haar lichaam en borsten waren grauw, overdekt door vuil, toen ze het meer inging dat de heilige wateren van de Sarasvatî rivier bevatte.

Haar lichaam zat onder een dikke laag vuil en haar borsten waren verkleurd. Toch dook ze het meer in, dat het heilige water van de Saravatî bevatte. (Vedabase)

 

 Tekst 26:

In het meer zag ze, gelijk de geurige lotussen, een huis voor zich met een duizendtal meisjes in de bloei van hun jeugd.

In een huis in het meer zag ze duizend meisjes in hun prille jeugd en zo geurig als lotussen. (Vedabase)

 

Tekst 27:

Toen ze haar zagen stonden alle maagden plots voor haar op en zeiden ze met gevouwen handen: 'We zijn uw dienstmaagden, alstublieft zeg ons wat we voor u kunnen doen'.

Toen ze haar zagen, stonden de meisjes onmiddellijk op en zeiden met gevouwen handen: "Wij zijn uw dienaressen. Zeg ons wat we voor u kunnen doen. (Vedabase)"

 

Tekst 28

Na haar te hebben gebaad met de kostbaarste oliën, gaven de eerbiedige meisjes de deugdzame echtgenote fijne, nieuwe, smetteloze kleren te dragen.

Uiterst eerbiedig namen de meisjes Devahûti met zich mee, en nadat ze haar met kostbare oliën en zalven hadden gebaad, gaven ze haar fijne, nieuwe, onberispelijke stof om haar lichaam mee te bedekken. (Vedabase)

 

Tekst 29

Ze gaven haar ook waardevolle sieraden en zeer uitgelezen spijzen en bedwelmende dranken die al de goede nectargelijke kwaliteiten in zich hadden.Toen, met het zicht op haar reflectie in een spiegel, met haar lichaam gezuiverd van alle vuil en in smetteloze kleren, werd ze opgesierd met een bloemenslinger en door de hoogst eerbiedige dienstmaagden versierd met gelukbrengende tekens.

Toen tooiden ze haar met zeer fraaie en kostbare juwelen, die flonkerden en schitterden. Daarna boden ze haar voedsel aan dat alle goede eigenschappen bevatte, en âsavam, een zoete, bedwelmende drank. (Vedabase)

  

Tekst 30:

Toen, met het zicht op haar reflectie in een spiegel, met haar lichaam gezuiverd van alle vuil en in smetteloze kleren, werd ze opgesierd met een bloemenslinger en door de hoogst eerbiedige dienstmaagden versierd met gelukbrengende tekens.

Toen zag ze zichzelf in een spiegel. Haar lichaam was van alle vuil gereinigd en ze was met een bloemenkrans getooid. Gekleed in een vlekkeloos gewaad en met zegenrijke tilaka-tekens versierd, werd ze zeer eerbiedig door de meisjes gediend. (Vedabase)

 

Tekst 31:

Van top tot teen gebaad was ze gesierd met een gouden halsketting met hanger en armbanden en tinkelende enkelbelletjes gemaakt van goud.

Haar hele lichaam en hoofd werden gebaad, waarna ze van top tot teen met sieraden getooid werd. Ze droeg een bijzondere halsketting met hanger. Ze had armbanden om haar polsen en aan haar voeten rinkelden gouden enkelbelletjes. (Vedabase)

 

Tekst 32:

Om haar heupen droeg ze een gordel gemaakt van goud ingelegd met talloze edelstenen en had ze een kostbare parelketting en gelukbrengende substanties [zoals saffraan, kunkuma - hetgeen geparfumeerd rood poeder voor de borsten is -, mosterdzaad olie en sandelhoutpulp].

Om haar heupen had ze een met talloze juwelen bezette gouden gordel, terwijl ze verder een kostbaar paarlen halssnoer droeg en met heilzame substanties was gezalfd. (Vedabase)

 

Tekst 33:

Met haar prachtige tanden, charmante wenkbrauwen, lieflijke, vochtige ogen die de schoonheid van lotusknoppen te boven ging en haar blauwzwarte gekrulde haar, straalde ze van alle kanten.

Haar stralende gezicht werd omlijsd door donker, golvend haar. Ze had prachtige tanden en fraaie wenkbrauwen en haar ogen, die des te lieflijker waren door hun ooghoeken, deden de schoonheid van lotusknoppen teniet. (Vedabase)

 

Tekst 34:

Toen ze aan haar dierbare echtgenoot dacht, de meest vooraanstaande onder de wijzen, trof ze zichzelf tezamen met haar dienstmaagden daar aan waar hij, de stamvader, de Prajâpati, was.

Toen ze aan haar grote echtgenoot dacht, de beste der wijzen, Kardama Muni, die haar zo lief was, verscheen ze met al haar dienaressen dadelijk waar hij was. (Vedabase)

  

Tekst 35:

Zich vervolgens in de aanwezigheid van haar man ziend, omringd door een duizendtal maagden, was ze vol verbazing over wat hij in zijn yoga bereikt had.

Ze stond versteld toen ze zich, omringd door duizend dienaressen, in aanwezigheid van haar echtgenoot zag en getuige was van zijn mystieke kracht. (Vedabase)

 

Tekst 36-37:

De wijze, die haar schoongewassen zag, hem tegemoet stralend met een ziel van een schoonheid zonder weerga, omgord en met bekoorlijke borsten, opgewacht door een duizend hemelse meisjes en uitnemend gekleed, genoot van de aanblik en leidde haar die hemelse woning binnen, o vernietiger van de vijand.

De wijze kon zien dat Devahûti zich schoongewassen had en straalde, alsof ze zijn vroegere vrouw niet meer was. Ze bezat haar oorspronkelijke schoonheid als keizersdochter weer. In een prachtig gewaad, haar bekoorlijke borsten op gepaste wijze omgord, werd ze door duizend Gandharva-meisjes bediend. O vernietiger van de vijand, terwijl tedere gevoelens in hem opwelden, leidde Kardama haar zijn luchtpaleis binnen. (Vedabase)

 

Tekst 38:

Gehecht als hij was aan zijn geliefde verzorgd door de hemelse meisjes, verloor hij niet zijn glorie; tezamen met haar in zijn paleis straalde zijn persoon zo charmant als de maan in de hemel omringd door de sterren, die rijen van lelies doet opengaan in de nacht.

Hoewel hij schijnbaar gehecht was aan zijn geliefde wederhelft, die door de Gandharva-meisjes gediend werd, verloor de wijze niets van zijn glorie, die in zelfbeheersing bestond. In het luchtpaleis straalde Kardama Muni met zijn gezellin even aantrekkelijk als de maan temidden van de sterren aan de hemel die 's nachts rijen waterlelies doet openbloeien. (Vedabase)

 

Tekst 39:

Erin levend reikte hij tot aan de lusthoven van de goden in de hemel en de bergen en de dalen van Koning Indra onder begeleiding van de schoonheid van de luwte der hartstocht; gelijk de schatbewaarder Kuvera omringd door maagden, genoot hij voor lange tijd van de neergang van de Ganges onder de vibrerende gunstige geluiden van de lofuitingen van hen die van de perfectie zijn.

In dat luchtpaleis reisden ze naar de lustvalleien van de berg Meru, waar het bijzonder mooi was vanwege de koele, zachte, geurige briesjes, die de hartstocht aanwakkerden. In deze valleien vermaakt de schatbewaarder onder de halfgoden, Kuvera, zich gewoonlijk, omringd door mooie vrouwen en geprezen door de Siddha's. Nu verbleef ook Kardama Muni daar in gezelschap van de schone meisjes en zijn vrouw en genoot er vele, vele jaren. (Vedabase)

 

Tekst 40:

Bevredigd door zijn vrouw genoot hij de tuinen van Vais'rambhaka, Surasana, Nandana, Pushpabhadraka en Caitrarathya, en het Mânasa-sarovara meer.

Door zijn vrouw bevredigd, genoot hij in dat luchtpaleis niet alleen op de berg Meru, maar ook in verschillende tuinen, zoals Vais'rambhaka, Surasana, Nandana, Pushpabhadraka en Caitrarathya, en aan de oever van het Mânasa-sarovara-meer. (Vedabase)

 

Tekst 41:

Met het paleis zo schitterend als men zich maar wensen kon, overtrof hij, als de lucht die tot overal reikt, de woonplaatsen van de grootste goden.

Zo reisde hij de planeten af, zoals de wind vrij alle kanten opwaait. De ruimte doorkruisend in dat grote en schitterende luchtpaleis, dat vliegen kon waarheen hij maar wilde, overtrof hij zelfs de halfgoden. (Vedabase)

 

Tekst 42:

Wat zou er moeilijk zijn om te bereiken voor hen die vastberaden zijn, voor hen die hun toevlucht genomen hebben tot de lotusvoeten van de Allerhoogste Persoonlijkheid die alle gevaar overwint?

Wat is er moeilijk te bereiken voor vastberaden mensen die hun toevlucht hebben gezocht bij de lotusvoeten van de Allerhoogste Godspersoon? Zijn voeten zijn de oorsprong van heilige rivieren, zoals de Ganges, die een eind maken aan de gevaren van het wereldse leven. (Vedabase)

 

Tekst 43:

Na zijn vrouw de wegen van de wereld te hebben getoond met alles wat erbij hoort aan vele wonderen, keerde de grote yogi terug naar zijn eigen omgeving.

Nadat hij zijn vrouw de innerlijke ruimte van het universum had getoond en de verschillende ordeningen daarin, vol met vele wonderen, keerde de grote yogi Kardama Muni terug naar zijn kluizenaarshut. (Vedabase)

 

Tekst 44:

Zichzelf in negen verdeeld hebbend, om zijn vrouw, de dochter van Manu te behagen in het seksleven, genoot hij de vele jaren als in een ogenblik.

Terug in zijn hut, verdeelde hij zich in negen personen, louter voor het plezier van Devahûti, de dochter van Manu, die naar geslachtsgemeenschap verlangde. Zo genoten ze samen zeer vele jaren, die in een oogwenk voorbijvlogen. (Vedabase)

 

Tekst 45:

In het paleis liggend op een uitstekend bed gunstig voor de liefde had zij geen notie van het verstrijken van de tijd in het gezelschap van haar zeer knappe echtgenoot.

In dat luchtpaleis kon Devahûti, die in gezelschap van haar knappe echtgenoot op een uitmuntend bed lag dat de lust verhoogde, niet nagaan hoeveel tijd er verstreek. (Vedabase)

 

Tekst 46:

Aldus gingen door de macht van de yoga een honderdtal herfsten voorbij voor het volijverig verlangend stel in hun seksuele genoegen, als in een korte spanne tijds.

Terwijl het paar, dat vurig naar seksueel genot verlangde, dankzij de mystieke krachten op deze wijze genoot, verstreek de herfst in een ommezien honderd maal. (Vedabase)

 

Tekst 47:

De machtige Kardama, die de spirituele essentie en alle verlangens kende had, zijn eigen lichaam in negenen verdeeld hebbend, zijn zaad in haar geloosd, haar beschouwend als zijn wederhelft.

De machtige Kardama Muni kende ieders hart en kon alle verlangens vervullen. Als kenner van de geestelijke ziel beschouwde hij haar als zijn halve lichaam. Zich in negen verdelend, bevruchtte hij Devahûti met negen zaadlozingen. (Vedabase)

 

Tekst 48:

Zij, Devahûti, gaf toen bijgevolg geboorte aan een nageslacht van [negen] vrouwen die allen in ieder deel van hun lichaam even bekoorlijk waren als een geurige rode lotus.

Meteen daarna, nog diezelfde dag, schonk Devahûti het leven aan negen kinderen van het vrouwelijke geslacht, die elk in alle opzichten even mooi en welriekend waren als de rode lotus. (Vedabase)

 

Tekst 49:

Toen ze zag dat haar echtgenoot op het punt stond van huis te vertrekken, glimlachte ze van buiten, maar was ze van streek met een hart vol leed.

Toen ze zag dat haar man op het punt stond om van huis weg te gaan, glimlachte ze, maar in haar hart was ze van streek en bedroefd. (Vedabase)

 

Tekst 50:

Haar tranen bedwingend, schraapte ze met de stralende juwelen nagels van haar voet over de vloer en met haar hoofd naar beneden gebogen, sprak ze langzaam in bekoorlijke bewoordingen.

Tegenover hem staand, krabde ze over de grond met haar teennagels, die schitterden als juwelen. Met gebogen hoofd sprak ze langzaam maar toch charmant, terwijl ze haar tranen terugdrong. (Vedabase)

 

Tekst 51:

Devahûti zei: 'Al dat u me beloofd hebt mijn Heer is in vervulling gegaan, maar u moet me, als overgegeven ziel, ook de onbevreesdheid vergunnen.

S'rî Devahûti zei: Mijn heer, u hebt u gehouden aan alle beloften die u me gedaan hebt, maar omdat ik een ziel ben die zich aan u heeft overgegeven, moet u me ook nog vrijheid van angst geven. (Vedabase)

 

Tekst 52:

Mijn beste brahmaan, het is aan je dochters om uit te vinden wat geschikte echtgenoten zijn; maar wie is er om mij te troosten, als jij naar het woud bent vertrokken?

Wat uw dochters aangaat, mijn lieve brâhmana: zij zullen allemaal zelf een geschikte man vinden en naar hun eigen huis vertrekken. Maar wie zal mij troosten, wanneer u als sannyâsî van huis zult zijn gegaan. (Vedabase) ?

 

Tekst 53:

Zonder acht te slaan op de kennis van de Allerhoogste Ziel, verstreek er zoveel tijd voor niets, mijn meester, ons uitputtend in het goed zijn voor onze zintuigen.

Tot dusver hebben we alleen maar een massa tijd verdaan met zinsbevrediging en geen aandacht gehad voor het ontwikkelen van kennis over de Allerhoogste. (Vedabase)

 

Tekst 54:

Aangetrokken door het bevredigen van onze zinnen ging mijn affiniteit voor jou niet samen met het erkennen van je bovenzinnelijk bestaan; moge het me niettemin bevrijden van alle vrees.

Onbekend met uw bovenzinnelijke positie, heb ik u bemind, terwijl ik aan uiterlijke zaken gehecht bleef. Laat nu niettemin mijn steeds toegenomen gehechtheid aan u me van alle vrees bevrijden. (Vedabase)

 

Tekst 55:

Omgang met hen die druk bezig zijn hun zinnen te behagen is de oorzaak van de kringloop van geboorte en dood, maar hetzelfde soort van handelen in onwetendheid leidt, in omgang met een heilige persoon, tot bevrijding.

Omgaan met iemand voor zingenot leidt beslist tot gevangenschap. Maar dezelfde omgang met een heilige, leidt tot bevrijding, ook al weet men dat niet. (Vedabase)

 

Tekst 56:

Men is daadwerkelijk dood bij het leven als het werk dat hier verricht wordt er niet voor een meer rechtgeaard leven is, niet leidt tot onthechting en niet de voeten van het Heilige van dienst is.

Wie niet werkt om tot het religieuze leven verheven te raken, wie zich niet aan de religieuze rituelen houdt om onthecht te worden en wie in onthechting leeft zonder tot toegewijde dienst aan de Allerhoogste Godspersoon te komen, moet als dood worden beschouwd, ook al haalt hij adem. (Vedabase)

 

Tekst 57:

Voorzeker ben ik degene die geheel misleid was door het materiële vermogen van de Heer; omdat ik, hoewel ik u die bevrijding geeft bereikt heb, er niet naar uitzag uit de materiële gebondenheid bevrijd te raken'.

Mijn heer, ik ben belist danig misleid door de onoverwinnelijke begoochelende energie van de Allerhoogste Godsperoon, want hoewel ik kon omgaan met u, die bevrijding van de gevangenschap in de stof verleent, heb ik die bevrijding niet gezocht. (Vedabase)

 

 

 

 

 

 

 

Voor deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Produktie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties