Tweede editie,
geladen 9 oktober 2008

Bronteksten
(geen voorgaande tekst in het Nederlands beschikbaar):
The
Meeting of Ûshâ and Aniruddha
Tekst
1
De
achtenswaardige koning zei: 'Bâna's dochter
Ûshâ ['ochtendgloren'] geheten huwde de
beste van de Yadu's [Aniruddha] en om die reden vond er
een enorme, verschrikkelijke veldslag plaats tussen de Heer en
S'ankara [S'iva als 'de goedgunstige']; o grote yogi,
ik geef het u dit alles te
verklaren.'
King
Parîkshit said: The best of the Yadus married
Bânâsura's daughter, Ûshâ, and as a
result a great, fearsome battle occurred between Lord Hari
and Lord S'ankara. Please explain everything about this
incident, O most powerful of mystics. (Vedabase)
Tekst
2
S'rî
S'uka zei: 'Bâna ['pijl'], de oudste zoon van de
honderd zoons geboren uit het zaad van Bali ['gift'] -
de grote ziel die de aarde wegschonk aan de Heer die was
verschenen in de gedaante van Vâmana [zie
8.19-22]
-, was, respectabel en grootmoedig, intelligent en waarachtig
in zijn geloften, altijd standvastig in zijn toewijding voor
Heer S'iva. In de fraaie stad die bekend staat als S'onita
['hars'] stichtte hij zijn koninkrijk, alwaar de
onsterfelijken hem van dienst waren alsof ze zijn bedienden
waren. Dat deden ze omdat in het verleden S'ambhu ['de
weldoener' ofwel S'iva] door hem tevreden was gesteld toen
hij, met duizenden armen uitgerust, muziekinstrumenten had
bespeeld terwijl Mrida [S'iva als 'de genadige'] aan
het dansen was.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Bâna was the oldest of the
hundred sons fathered by the great saint Bali
Mahârâja, who gave the whole earth in charity to
Lord Hari when He appeared as Vâmanadeva.
Bânâsura, born from Bali's semen, became a great
devotee of Lord S'iva. His behavior was always respectable,
and he was generous, intelligent, truthful and firm in his
vows. The beautiful city of S'onitapura was under his
dominion. Because Lord S'iva had favored him, the very
demigods waited on Bânâsura like menial
servants. Once, when S'iva was dancing his
tândava-nritya, Bâna especially satisfied the
lord by playing a musical accompaniment with his one
thousand arms. (Vedabase)
Tekst
3
Hij, de grote
heer en meester van alle geschapen wezens, de mededogende die
zijn toegewijden toevlucht biedt, beloonde hem met een zegen
naar zijn keuze en hij koos voor hem [S'iva] als de
behoeder van zijn stad.
The
lord and master of all created beings, the compassionate
refuge of his devotees, gladdened Bânâsura by
offering him the benediction of his choice. Bâna chose
to have him, Lord S'iva, as the guardian of his city.
(Vedabase)
Tekst
4
Hij, begoocheld
door zijn kracht, met een helm zo helder als de zon eens
aanwezig aan zijn zijde zei tot Giris'a [S'iva als de heer
van de berg] terwijl hij zijn voeten
beroerde:
Bânâsura
was intoxicated with his strength. One day, when Lord S'iva
was standing beside him, Bânâsura touched the
lord's lotus feet with his helmet, which shone like the sun,
and spoke to him as follows. (Vedabase)
Tekst
5
'Ik buig me
voor u neer o Mahâdeva [grote god], o beheerser
en geestelijk leraar van de drie werelden die als een boom uit
de hemel alle wensen vervult van de mensen die onvoldaan
zijn.
[Bânâsura
said:] O Lord Mahâdeva, I bow down to you, the
spiritual master and controller of the worlds. You are like
the heavenly tree that fulfills the desires of those whose
desires are unfulfilled. (Vedabase)
Tekst
6
Het duizendtal
armen die u me gaf zijn me enkel tot last geworden en behalve u
kan ik in de drie werelden geen tegenstander vinden die mijn
gelijke is.
These
one thousand arms you bestowed upon me have become merely a
heavy burden. Besides you, I find no one in the three worlds
worthy to fight. (Vedabase)
Tekst
7
Met een lust in
mijn armen om bergen te verpulveren ging ik heen om strijd te
leveren tegen de olifanten uit alle windrichtingen o oerheer,
maar verschrikt sloegen ze allen voor mij op de
vlucht.'
Eager
to fight with the elephants who rule the directions, O
primeval lord, I went forth, pulverizing mountains with my
arms, which were itching for battle. But even those great
elephants fled in fear. (Vedabase)
Tekst
8
Dat aanhorend
zei de grote heer geërgerd: 'Je vaandel zal worden
gebroken als, o dwaas, je trots teniet wordt gedaan in de
strijd met iemand gelijk aan mij.'
Hearing
this, Lord S'iva became angry and replied, "Your flag will
be broken, fool, when you have done battle with one who is
my equal. That fight will vanquish your conceit."
(Vedabase)
Tekst
9
Met dat in zijn
oren ging de arme van geest opgetogen naar huis, o koning, om
aldaar niet bijster intelligent de ondergang van zijn
heldhaftigheid af te wachten zoals Giris'a die had voorspeld
[vergelijk 2.1:
4].
Thus
advised, unintelligent Bânâsura was delighted.
The fool then went home, O King, to wait for that which Lord
Giris'a had predicted: the destruction of his prowess.
(Vedabase)
Tekst
10
Zijn
maagdelijke dochter genaamd Ûshâ had in een droom
een romantische ontmoeting met de zoon van Pradyumna, en dat
terwijl ze de minnaar die ze zo vond nog nooit eerder had
ontmoet of zelfs maar kende van horen zeggen [zie
*].
In
a dream Bâna's daughter, the maiden Ûshâ,
had an amorous encounter with the son of Pradyumna, though
she had never before seen or heard of her lover.
(Vedabase)
Tekst
11
Zij, hem niet
[langer] in haar droom ziend, kwam verstoord overeind
terwijl ze zich temidden van haar vriendinnen bevond en zat
toen enorm met zichzelf verlegen toen ze zichzelf hoorde zeggen
'Waar ben je mijn liefste?'
Losing
sight of Him in her dream, Ûshâ suddenly sat up
in the midst of her girlfriends, crying out "Where are You,
my lover?" She was greatly disturbed and embarrassed.
(Vedabase)
Tekst
12
De dochter
Citralekhâ ['de prima portrettiste'] van een
minister van Bâna genaamd Kumbhânda, hoorde toen
hoogst nieuwsgierig Ûshâ, haar vriendin en
metgezel, uit.
Bânâsura
had a minister named Kumbhânda, whose daughter was
Citralekhâ. A companion of Ûshâ's, she was
filled with curiosity, and thus she inquired from her
friend. (Vedabase)
Tekst
13
'Wie is dat
naar wie je verlangt o mooie wenkbrauwtjes, en wat verwacht je
van hem, want tot dusverre hebben we nog niemand gezien die je
hand heeft verworven, o prinses.'
[Citralekhâ
said:] Who are you searching for, O fine-browed one?
What is this hankering you're feeling? Until now, O
princess, I haven't seen any man take your hand in marriage.
(Vedabase)
Tekst
14
'In mijn droom
zag ik een zekere man met een donkere huidskleur,
lotusblaadjesogen, gele kleren en machtige armen - een van de
soort die een vrouw het hart op hol doet
slaan.
[Ûshâ
said:] In my dream I saw a certain man who had a
darkblue complexion, lotus eyes, yellow garments and mighty
arms. He was the kind who touches women's hearts.
(Vedabase)
Tekst
15
Hem zoek ik,
die minnaar die me de honing van Zijn lippen deed drinken en
die, naar elders vertrokken, mij, hunkerend naar Hem, in een
zee van lijden heeft achtergelaten.'
It
is that lover I search for. After making me drink the honey
of His lips, He has gone elsewhere, and thus He has thrown
me, hankering fervently for Him, into the ocean of distress.
(Vedabase)
Tekst
16
Citralekhâ
zei: 'Ik zal je leed wegnemen; als Hij ergens te vinden is in
de drie werelden, zal ik Hem naar je toe brengen, die
echtgenoot in spé, die dief van je hart - alsjeblieft
zeg me hoe Hij eruit ziet.'
Citralekhâ
said: I will remove your distress. If He is to be found
anywhere in the three worlds, I will bring this future
husband of yours who has stolen your heart. Please show me
who He is. (Vedabase)
Tekst
17
Toen ze dit had
gezegd tekende ze natuurgetrouw voor haar de halfgod en de
zanger van de hemel, de vervolmaakte, de achtenswaardige en de
laag-bij-de-grondse slang, de demon, de magiër, de
bovennatuurlijke en de mens.
Saying
this, Citralekhâ proceeded to draw accurate pictures
of various demigods, Gandharvas, Siddhas, Câranas,
Pannagas, Daityas, Vidyâdharas, Yakshas and humans.
(Vedabase)
Tekst
18-19
Van de mensen
tekende ze Vrishni's als S'ûrasena, Vasudeva,
Balarâma en Krishna maar toen ze Pradyumna zag raakte
Ûshâ bedeesd en met het tekenen van Aniruddha boog
ze haar hoofd in verlegenheid o grote heer, en zei ze
glimlachend: 'Dat is ie, Hij hier!'
O
King, among the humans, Citralekhâ drew pictures of
the Vrishnis, including S'ûrasena,
Ânakadundubhi, Balarâma and Krishna. When
Ûshâ saw the picture of Pradyumna she became
bashful, and when she saw Aniruddha's picture she bent her
head down in embarrassment. Smiling, she exclaimed, "He's
the one! It's Him!" (Vedabase)
Tekst
20
Citralekhâ,
de yoginî, Hem herkennend als Krishna's kleinzoon
[Aniruddha] begaf zich toen, o Koning, via de hogere
sferen [op een mystieke manier] naar
Dvârakâ, de stad onder de hoede van
Krishna.
Citralekhâ,
endowed with mystic powers, recognized Him as Krishna's
grandson [Aniruddha]. My dear King, she then
traveled by the mystic skyway to Dvârakâ, the
city under Lord Krishna's protection. (Vedabase)
Tekst
21
Pradyumna's
zoon slapend op een prima bed voerde ze, gebruik makend van
haar yogakrachten, vandaar mee naar S'onitapura om haar
vriendin haar Geliefde te tonen.
There
she found Pradyumna's son Aniruddha sleeping upon a fine
bed. With her yogic power she took Him away to S'onitapura,
where she presented her girlfriend Ûshâ with her
beloved. (Vedabase)
Tekst
22
Toen ze Hem
zag, die allermooiste man, klaarde haar gezicht op en had ze
het fijn met de zoon van Pradyumna in haar
privévertrekken, een plek die verboden terrein was voor
het oog van mannen.
When
Ûshâ beheld Him, the most beautiful of men, her
face lit up with joy. She took the son of Pradyumna to her
private quarters, which men were forbidden even to see, and
there enjoyed with Him. (Vedabase)
Tekst
23-24
Met de
kostbaarste kledingstukken, bloemenslingers, geuren, lampen,
zitplaatsen en dergelijke; met dranken, vloeibaar en vast
voedsel en met woorden aanbad ze Hem toen in een gewetensvol
dienstverlenen. En aldus Hem verborgen houdend in de
maagdenverblijven verloor Hij, met haar groots toenemende
genegenheid, de dagen uit het oog met al de afleiding die ze
Zijn zinnen verschafte.
Ûshâ
worshiped Aniruddha with faithful service, offering Him
priceless garments, along with garlands, fragrances,
incense, lamps, sitting places and so on. She also offered
Him beverages, all types of food, and sweet words. As He
thus remained hidden in the young ladies' quarters,
Aniruddha did not notice the passing of the days, for His
senses were captivated by Ûshâ, whose affection
for Him ever increased. (Vedabase)
Tekst
25-26
Zij aldus, met
het breken van haar gelofte [van kuisheid] genoten door
de Yadu-held, kon niet de symptomen verhullen van haar
zinderende geluk die werden opgemerkt door haar gouvernantes
die er verslag van deden [aan Bâna, haar vader]:
'O Koning, we hebben gemerkt dat uw dochter van een voor een
ongetrouwd meisje onbetamelijke manier van doen is die de
familie bezoedelt.
The
female guards eventually noticed unmistakable symptoms of
romantic involvement in Ûshâ, who, having broken
her maiden vow, was being enjoyed by the Yadu hero and
showing signs of conjugal happiness. The guards went to
Bânâsura and told him, "O King, we have detected
in your daughter the kind of improper behavior that spoils
the reputation of a young girl's family. (Vedabase)
Tekst
27
Goed in de
gaten gehouden door ons in het paleis is ze er nimmer tussenuit
geweest, o meester. We hebben er dan ook geen idee van hoe zij,
die door geen man kon worden gezien, haar maagdelijkheid kon
verliezen.'
"We
have been carefully watching over her, never leaving our
posts, O master, so we cannot understand how this maiden,
whom no man can even see, has been corrupted within the
palace." (Vedabase)
Tekst
28
Toen Bâna
hoorde dat zijn dochter was onteerd begaf hij zich hoogst
verstoord terstond naar de maagdenkwartieren alwaar hij bij
aankomst de meest excellente van de Yadu's
aantrof.
Very
agitated to hear of his daughter's corruption,
Bânâsura rushed at once to the maidens'
quarters. There he saw the pride of the Yadus, Aniruddha.
(Vedabase)
Tekst
29-30
Hij stond
versteld toen hij zag hoe, recht voor haar zittend, die zoon
van Cupido, de uitzonderlijkste schoonheid van al de werelden,
donker van huid in gele kleren met Zijn lotusogen, machtige
armen, oorsieraden en haarlokken, glimlachend met de gloed en
de blikken van Zijn opgesierde gezicht, druk aan het dobbelen
was met Zijn o zo genadige lieveling, waarvan het rood van de
kunkuma van haar borsten kleefde aan de door haar
vervaardigde slinger van lentejasmijn die tussen Zijn armen
hing.
Bânâsura
saw before him Cupid's own son, possessed of unrivaled
beauty, with dark-blue complexion, yellow garments, lotus
eyes and formidable arms. His face was adorned with
effulgent earrings and hair, and also with smiling glances.
As He sat opposite His most auspicious lover, playing with
her at dice, there hung between His arms a garland of spring
jasmines that had been smeared with kunkuma powder from her
breasts when He had embraced her. Bânâsura was
astonished to see all this. (Vedabase)
Tekst
31
Hem binnen zien
komend omringd door menig een gewapende wacht hief de Lieve
Heer Zijn strijdknots van muru [een soort ijzer]
en zette Zich schrap, klaar om als de dood in eigen persoon toe
te slaan met de roede der
bestraffing.
Seeing
Bânâsura enter with many armed guards, Aniruddha
raised His iron club and stood resolute, ready to strike
anyone who attacked Him. He resembled death personified
holding his rod of punishment. (Vedabase)
Tekst
32
Toen ze Hem van
alle kanten insloten om Hem in te rekenen, viel Hij hen als een
dominant zwijn geplaatst voor een roedel honden aan zodat ze
allen getroffen het op een rennen zetten om uit het paleis weg
te komen met hun hoofden, armen en benen
kapotgeslagen.
As
the guards converged on Him from all sides, trying to
capture Him, Aniruddha struck them just as the leader of a
pack of boars strikes back at dogs. Hit by His blows, the
guards fled the palace, running for their lives with
shattered heads, thighs and arms. (Vedabase)
Tekst
33
Maar terwijl
Hij de wachters neermaaide, nam de zoon van Bali Hem woedend
zelf gevangen met de [mystieke] slangenkoorden [van
Varuna, zie ook 8.21:
28]. Toen
Ûshâ hoorde dat Hij was gevangen genomen weende ze
compleet verslagen en ontmoedigd, overweldigd door verdriet
bittere tranen.'
But
even as Aniruddha was striking down the army of Bâna,
that powerful son of Bali angrily caught Him with the mystic
nâga-pâs'a ropes. When Ûshâ heard of
Aniruddha's capture, she was overwhelmed with grief and
depression; her eyes filled with tears, and she wept.
(Vedabase)
*
Hier haalt S'rîla Vis'vanâtha Cakravartî
Thhâkura de volgende verzen aan uit de Vishnu
Purâna, die uitleg verschaffen over Ûshâ's
droom:
'O
brâhmana, toen Ûshâ, de dochter van
Bâna, toevallig Pârvatî zag spelen met haar
echtgenoot, Heer S'ambhu, verlangde Ûshâ er hevig
naar dezelfde gevoelens te ondergaan. Op dat ogenblik zei de
Godin Gaurî [Pârvatî], die ieders
hart kent, tegen het gevoelige jonge meisje, 'Wees er niet door
verstoord! Je zal de kans krijgen te genieten samen met je
echtgenoot.' Dit horend, dacht Ûshâ bij zichzelf,
'Maar wanneer dan? En wie zal mijn echtgenoot zijn?' In reactie
hierop, richtte Pârvatî nogmaals het woord tot
haar: 'De man die je benadert in je droom op de twaalfde dag
van de heldere maandhelft van de maand Vais'âkha zal je
echtgenoot worden, o prinses.'
