Tweede editie,
geladen 2 juli 2008

Bronteksten
(geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):
The
Gopîs Sing of Krishna as He Wanders in the
Forest
Tekst
1
S'rî
S'uka zei: 'De gopî's met Krishna weg het bos in,
brachten, ongelukkig als ze waren vanbinnen Hem in hun geest
najagend, hun dagen door met het luidkeels zingen over
Krishna's wederwaardigheden.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Whenever Krishna went to the
forest, the minds of the gopîs would run after
Him, and thus the young girls sadly spent their days singing
of His pastimes. (Vedabase)
Tekst
2-3
'Met Zijn
linker kin naar links van Zijn arm plaatst Hij, met Zijn
wenkbrauwen bijeen de fluit aan Zijn lippen met Zijn vingers zo
teder op de gaten, o gopî's; alwaar Mukunda zo
klinkt volgen in de lucht de vrouwen tezamen met de volmaakten,
verwonderd ernaar te luisteren beschaamd te hebben toegegeven
aan het najagen van hun verlangens en vergeten ze hun verdriet
dat ze voelden in hun geest, alsook hun goede manier van doen.
The
gopîs said: When Mukunda vibrates the flute He
has placed to His lips, stopping its holes with His tender
fingers, He rests His left cheek on His left arm and makes
His eyebrows dance. At that time the demigoddesses traveling
in the sky with their husbands, the Siddhas, become amazed.
As those ladies listen, they are embarrassed to find their
minds yielding to the pursuit of lusty desires, and in their
distress they are unaware that the belts of their garments
are loosening. (Vedabase)
Tekst
4-5
Oh meisjes wat
een wonder om dit te horen van Nanda's zoon, de schenker van
vreugde aan mensen in moeilijkheden, als Hij met Zijn stralende
glimlach en vaste bliksemschicht [de S'rîvatsa of de
godin] op Zijn borst Zijn fluit deed weerklinken. De
groepjes stieren gehouden in de wei, de herten en de koeien met
omhoog hun oren op een afstand, weerhouden met hun monden vol
hun tanden van het kauwen en staan stokstijf als was het een
plaatje getekend.
O
girls! This son of Nanda, who gives joy to the distressed,
bears steady lightning on His chest and has a smile like a
jeweled necklace. Now please hear something wonderful. When
He vibrates His flute, Vraja's bulls, deer and cows,
standing in groups at a great distance, are all captivated
by the sound, and they stop chewing the food in their mouths
and cock their ears. Stunned, they appear as if asleep, or
like figures in a painting. (Vedabase)
Tekst
6-7
Als Mukunda,
met een keur aan [pauwe] veren, [grond-]
kleuren en blaadjes, qua kleding eruitziend als een worstelaar,
met Balarâma en de gopa's, o beste
gopî's, de koeien roept, raakt inderdaad de stroom
van de rivieren verstoord als ze net als wij, tekortschietend
in hun vroomheid, met hun armen van water zijn gestopt, bevend
van liefde hunkerend naar het stof van de lotusvoeten
meegevoerd door de wind.
My
dear gopîs, sometimes Mukunda imitates the
appearance of a wrestler by decorating Himself with leaves,
peacock feathers and colored minerals. Then, in the company
of Balarâma and the cowherd boys, He plays His flute
to call the cows. At that time the rivers stop flowing,
their water stunned by the ecstasy they feel as they eagerly
wait for the wind to bring them the dust of His lotus feet.
But like us, the rivers are not very pious, and thus they
merely wait with their arms trembling out of love.
(Vedabase)
Tekst
8-9
Als Hij als de
Ware Persoon inderdaad, roept met Zijn fluit om de koeien, naar
het kunnen van Zijn onuitputtelijke weelde in toonaarden wordt
geprezen door Zijn gezelschap, rondtrekkend in het woud en op
de hellingen, dan buigen de ranken en bomen, vol van bloemen en
vruchten, uit zichzelf - als toonden ze Vishnu - zich voorover
zwaar met hun takken, van liefde dan regenend stromen van zoet
sap met de begroeiing op hun lijven overeind in verrukking.
Krishna
moves about the forest in the company of His friends, who
vividly chant the glories of His magnificent deeds. He thus
appears just like the Supreme Personality of Godhead
exhibiting His inexhaustible opulences. When the cows wander
onto the mountainsides and Krishna calls out to them with
the sound of His flute, the trees and creepers in the forest
respond by becoming so luxuriant with fruits and flowers
that they seem to be manifesting Lord Vishnu within their
hearts. As their branches bend low with the weight, the
filaments on their trunks and vines stand erect out of the
ecstasy of love of God, and both the trees and the creepers
pour down a rain of sweet sap. (Vedabase)
Tekst
10-11
Als Hij als de
meest aantrekkelijke om te zien Zijn fluit heft omhoog,
dankbaar bekennend de dierbare, sterk zoemende bijenzwerm
bedwelmd door de [subtiel] honingzoete geur van de
tulsîbloemen in de rondte van Zijn goddelijke slinger, oh
dan, komen de kraanvogels en zwanen en andere vogels in het
meer in hun geest gegrepen door de charme van het lied naar
voren en betuigen Hem de eer ogen dicht, stil blijvend met hun
geesten gehouden in bedwang.
Maddened
by the divine, honeylike aroma of the tulasî flowers
on the garland Krishna wears, swarms of bees sing loudly for
Him, and that most beautiful of all persons thankfully
acknowledges and acclaims their song by taking His flute to
His lips and playing it. The charming flute song then steals
away the minds of the cranes, swans and other lake-dwelling
birds. Indeed they approach Krishna, close their eyes and,
maintaining strict silence, worship Him by fixing their
consciousness upon Him in deep meditation. (Vedabase)
Tekst
12-13
O
Vraja-devî's, als Hij, in het gezelschap van
Balarâma, voor de grap een slinger draagt op Zijn hoofd
en op de hellingen geluk schenkt door Zijn fluit te laten
klinken en de wereld doet genieten in vreugde, dan biedt het
wolkendek, bang zo'n grootheid te schofferen in reactie
allervriendelijkst al rommelend en regenend met bloemen voor
zijn Vriend, zijn schaduw als een scherm.
O
goddesses of Vraja, when Krishna is enjoying Himself with
Balarâma on the mountain slopes, playfully wearing a
flower garland on the top of His head, He engladdens all
with the resonant vibrations of His flute. Thus He delights
the entire world. At that time the nearby cloud, afraid of
offending a great personality, thunders very gently in
accompaniment. The cloud showers flowers onto his dear
friend Krishna and shades Him from the sun like an umbrella.
(Vedabase)
Tekst
14-15
O dame zo vroom
[Yas'odâ], als uw zoon, een expert in koeienzaken
divers en een genie in soorten stijlen van spelen, plaatst Zijn
fluit aan Zijn lippen rood als Bimba om Zijn muziek te doen
klinken zo harmonieus van klank, buigen de meesters van
verlichting als Indra, S'iva en Brahmâ met het horen van
dat panorama, met de geschoolden voorop hun hoofden geheel
beduusd voor zichzelf niet in staat de essentie ervan te
kennen.
O
pious mother Yas'odâ, your son, who is expert in all
the arts of herding cows, has invented many new styles of
flute-playing. When He takes His flute to His bimba-red lips
and sends forth the tones of the harmonic scale in
variegated melodies, Brahmâ, S'iva, Indra and other
chief demigods become confused upon hearing the sound.
Although they are the most learned authorities, hey cannot
ascertain the essence of that music, and thus they bow down
their heads and hearts. (Vedabase)
Tekst
16-17
Als,
geëerd door Zijn fluit, met symbolen van vlag,
bliksemflits, lotus en drijfstok die Zijn
lotus[blaadjes] voeten sieren de bodem van Vraja, met
Zijn lichaam bewegend met de gratie van een olifant, wordt
verlost van haar pijn veroorzaakt door de hoeven [van de
koeien],weten wij, met die loop in het goede van Zijn
blikken zo speels opgewonden door Cupido, in onze
verbijstering, als bomen blind gestaard, niet nog langer hoe en
wat [de staat is] van onze kleding en haardracht.
As
Krishna strolls through Vraja with His lotus-petal-like
feet, marking the ground with the distinctive emblems of
flag, thunderbolt, lotus and elephant goad, He relieves the
distress the ground feels from the cows' hooves. As He plays
His renowned flute, His body moves with the grace of an
elephant. Thus we gopîs, who become agitated by
Cupid when Krishna playfully glances at us, stand as still
as trees, unaware that our hair and garments are slackening.
(Vedabase)
Tekst
18-19
Als Hij, met de
bloemslinger met de door Hem gewaardeerde geur van tulsî,
de koeien telt op een koord kleurige kralen en dan, met het
gooien van Zijn arm over de schouder van een metgezel geliefd,
zo nu en dan zingt, gaan de vrouwen van de zwarte herten, de
reeën, net als de gopî's die hun burgerwil
eraan gaven, af op die oceaan van bovenzinnelijke kwaliteiten
om te zitten aan Zijn zijde met hun harten gestolen door het
geluid dat Krishna voortbracht met Zijn fluit.
Now
Krishna is standing somewhere counting His cows on a string
of gems. He wears a garland of tulasî flowers that
bear the fragrance of His beloved, and He has thrown His arm
over the shoulder of an affectionate cowherd boyfriend. As
Krishna plays His flute and sings, the music attracts the
black deer's wives, who approach that ocean of
transcendental qualities and sit down beside Him. Just like
us cowherd girls, they have given up all hope for happiness
in family life. (Vedabase)
Tekst
20-21
'O dame zonder
zonden uw teerbeminde kind, de zoon van Nanda, met een slinger
van jasmijn bij Zijn kleding en omringd door de gopa's
en de koeien het fijn hebbend aan de Yamunâ, werd,
terwijl Hij speelde Zich vermakend met Zijn metgezellen,
geëerd door de wind zachtjes blazend voor Hem met de geur
van sandelhout en, omringd door de verschillende
categorieën van mindere goden [de Upadeva's],
bedacht met geschenken en betoond de eer met liederen en
klanken instrumentaal.
O
sinless Yas'odâ, your darling child, the son of
Mahârâja Nanda, has festively enhanced His
attire with a jasmine garland, and He is now playing along
the Yamunâ in the company of the cows and cowherd
boys, amusing His dear companions. The gentle breeze honors
Him with its soothing fragrance of sandalwood, while the
various Upadevas, standing on all sides like panegyrists,
offer their music, singing and gifts of tribute.
(Vedabase)
Tekst
22-23
Met zorg voor
de koeien van Vraja en om Zijn voeten als de heffer van de
heuvel [zie
10.25]
geprezen in Zijn eer, werd Hij, aan het einde van de dag de
kudde koeien bijeendrijvend en fluitspelend met Zijn maten, de
hele weg lang door de goden verheven tezamen in Zijn
heerlijkheid geprezen; deze maan uit de schoot van
Yas'odâ, die kwam met een verlangen te vervullen de
wensen van Zijn vrienden, was zelfs als Hij moe was een feest
om te zien met Zijn slinger en kleur dik onder het stof
opgeworpen door de hoeven.
Out
of great affection for the cows of Vraja, Krishna became the
lifter of Govardhana Hill. At the end of the day, having
rounded up all His own cows, He plays a song on His flute,
while exalted demigods standing along the path worship His
lotus feet and the cowherd boys accompanying Him chant His
glories. His garland is powdered by the dust raised by the
cows' hooves, and His beauty, enhanced by His fatigue,
creates an ecstatic festival for everyone's eyes. Eager to
fulfill His friends' desires, Krishna is the moon arisen
from the womb of mother Yas'odâ. (Vedabase)
Tekst
24-25
Met Zijn ogen
lichtelijk rollend van bedwelming, erend Zijn toegenegen
vrienden, Zijn slinger van woudbloemen, Zijn gezicht wit als
een jujube [een badara-pruim], de glooiing van Zijn
kaken en het prachtig vertoon van Zijn oorhangers van goud, is
de avontuurlijke Yadu-Heer in Zijn schoonheid net als een
olifant o zo koninklijk; gelijk de koning van de nacht [de
maan] 'savonds weer terug met Zijn blije gezicht, verdrijft
Hij, om de koeien van Vraja Zijn genade te tonen, de moeilijk
te verdragen drukkende hitte van de dag.'
As
Krishna respectfully greets His well-wishing friends, His
eyes roll slightly as if from intoxication. He wears a
flower garland, and the beauty of His soft cheeks is
accentuated by the brilliance of His golden earrings and the
whiteness of His face, which has the color of a badara
berry. With His cheerful face resembling the moon, lord of
the night, the Lord of the Yadus moves with the grace of a
regal elephant. Thus He returns in the evening, delivering
the cows of Vraja from the heat of the day.
(Vedabase)
Tekst
26
S'rî
S'uka zei: 'Aldus o Koning, genoten de vrouwen van Vraja, met
hun harten en geesten verzonken in Hem, van de dag hoog gestemd
zingend over Krishna's spel en
vermaak.'
S'rî
S'ukadeva Gosvâmî said: O King, thus during the
daytime the women of Vrindâvana took pleasure in
continuously singing about the pastimes of Krishna, and
those ladies' minds and hearts, absorbed in Him, were filled
with great festivity. (Vedabase)