Canto 1 |
|
Hoofdstuk 8: Parîkchit Gered en de Gebeden van Koningin Kuntî
(1) Sûta zei: "Aldus begaven ze zich tezamen met Draupadî en de vrouwen voorop, naar de Ganges met de wens de waterrituelen uit te voeren voor hun verwanten. (2) Nadat een ieder zijn wateroffer had gebracht en afdoende nogmaals getreurd had, namen ze een bad in het water van de Ganges dat gezuiverd is door het stof van de lotusvoeten van de Heer. (3) Daar zaten, getroffen door verdriet, de koning van de Kuru's [Yudhishthhira] met zijn jongere broers, Dhritarâshthra en Ghândârî samen met Kuntî, Draupadî en de Heer Zelve. (4) Heer Krishna samen met de muni's kalmeerde aldaar de geschokte en geëmotioneerde familie die haar vrienden en leden had verloren, door erop te wijzen hoe een ieder is onderworpen aan de onafwendbare Tijd. (5) Vanwege het bedriegen van Yudhishthhira [de oudste van de Pândava's], die geen vijanden had, waren de niets ontzienden [Duryodhana en zijn broers] gedood die op doortrapte wijze het koninkrijk hadden ingepalmd en hun levensduur hadden bekort met de belediging van het bij de haren vastgrijpen van de koningin [Draupadî]. (6) Door het op gepaste wijze uitvoeren van drie paardoffers raakte hij [Yudhishthhira] in alle uithoeken zo bekend als Indra die dat offer een honderdtal keren had gebracht.
(7) Aanbeden door de wijzen en de geschoolden, nodigde de Heer, in reactie op hun afscheidsgroet, de zoons van Pându uit tezamen met Uddhava [een andere verwant en vriend van Krishna]. (8) Gezeten op Zijn strijdwagen zag Hij, juist toen Hij naar Dvârakâ wilde vertrekken, Uttarâ [de moeder in verwachting van Parîkchit] die zich vol vrees in Zijn richting spoedde. (9) Ze zei: 'Bescherm me, bescherm me, o Grootste der Yogi's, Aanbedene der Aanbedenen en Heer van het Universum; behalve U zie ik niemand anders die onbevreesd is in deze wereld van dood en dualiteit. (10) O almachtige Heer, een gloeiende pijl van ijzer komt op me af. Laat het mij verbranden, o Beschermer, maar redt mijn vrucht!' "
(11) Sûta zei: "Haar woorden geduldig aanhorend begreep de Allerhoogste Heer, die Zijn toegewijden altijd een warm hart toedraagt, dat dit het resultaat was van een brahmâstra-wapen van de zoon van Drona die aan het bestaan van alle nazaten van de Pândava's een einde wilde maken. (12) O leider van de wijzen [S'aunaka], toen de Pândava's het laaiende wapen op zich af zagen komen grepen ze naar hun eigen vijf wapens. (13) Ziende dat ze zich in groot gevaar bevonden met geen andere middelen tot hun beschikking, nam de Almachtige Zijn eigen Sudars'ana werpschijf ter hand om Zijn toegewijden te beschermen. (14) Vanuit Zijn positie in de ziel van alle levende wezens, schermde de Allerhoogste Heer van de Yoga middels Zijn persoonlijke energie de vrucht van Uttarâ af om het nageslacht van de Kuru-dynastie te beschermen. (15) O S'aunaka, hoewel het brahmâstra wapen niet door tegenmaatregelen te stuiten is, werd het, geconfronteerd met de kracht van Vishnu, geneutraliseerd. (16) Maar bezie dit alles, met al het mysterieuze en onfeilbare dat we van Hem kennen, niet als iets bijzonders. De ongeziene godheid is middels Zijn materieel vermogen van schepping, handhaving en vernietiging.
(17) Gered van de straling van het wapen, richtte de kuise Kuntî samen met haar zoons, zich tot Heer Krishna die op het punt stond te vertrekken. (18) Kuntî zei: 'Mijn eerbetuigingen voor U, de Purusha, de Oorspronkelijke Beheerser van de Kosmos die onzichtbaar is en voorbij al het bestaande zowel vanbinnen als vanbuiten bestaat. (19) Verhuld door de begoochelende [materiële] sluier, onberispelijk transcendent en niet te onderscheiden voor de dwazen, bent U als een acteur uitgedost voor het acteren.(20) U verschijnt terwille van de gevorderde transcendentalisten en filosofen die geest en stof van elkaar weten te onderscheiden, om de wetenschap in praktijk te brengen die ze verenigt in de toewijding. Maar hoe moeten wij vrouwen dan respect voor U oefenen? (21) Daarom breng ik U mijn respectvolle eerbetuigingen, U, de beschermer van de koeien en de zinnen, de Allerhoogste Heer, de zoon van Vasudeva en Devakî, Hij van Nanda en de koeherders van Vrindâvana. (22) Mijn eerbetoon is er voor U, die een lotusachtige welving in Zijn buik heeft, die altijd gesierd is met lotusbloemen, wiens blik koel als een lotusbloem is, en wiens voetafdruk het merkteken van lotusbloemen draagt. (23) U bent de meester der zinnen en hebt Devakî die in nood verkeerde [de moeder van Krishna] bevrijd uit een langdurige gevangenschap opgelegd door de afgunstige [oom] koning Kamsa. En, o Heer, U hebt mij en mijn kinderen beschermd tegen een voortdurende dreiging. (24) Na ons in het verleden gered te hebben van een grote brand, menseneters, een laaghartige vergadering, ontberingen onder verbanning in het woud en tegen wapens in veldslagen met grote generaals, hebt U ons nu volledig beschermd tegen het wapen van de zoon van Drona. (25) Hadden we maar meer van die calamiteiten, zodat we U keer op keer zouden kunnen ontmoeten, o Meester van het Universum, want U ontmoeten betekent dat we niet langer de herhaling van geboorten en dood onder ogen hoeven te zien. (26) Zij die onder de invloed verkeren van het streven naar een goede geboorte, rijkdommen, scholing en schoonheid, zullen nooit en te nimmer het verdienen zich tot U te mogen richten, die gemakkelijk te benaderen bent voor hen die berooid zijn. (27) Alle eer aan U, de rijkdom van hen die in armoede leven; U die staat voor het transcendentale dat het aangedaan zijn door de materiële geaardheden te boven gaat; U als degene die in zichzelf gelukkig is en het meest zachtgeaard is; al mijn eerbetoon voor U die de meester der zaligheid bent. (28) Ik beschouw U als de verpersoonlijking van de eeuwige Tijd, als de Heer die zonder een begin en einde is, en als de alles doordringende Ene die Uw genade overal gelijkelijk verdeelt over de levende wezens die met elkaar in onenigheid verkeren. (29) O Heer, niemand doorgrondt Uw spel en vermaak, dat zo strijdig lijkt als wat de gewone man doet; mensen denken dat U partijdig bent, maar U begunstigt niemand en heeft ook aan niemand een hekel. (30) O Ziel van het Universum, van de vitale energie zijnde Uw geboorte nemend hoewel U ongeboren bent en handelend hoewel U inactief bent, bent U waarlijk verbijsterend in Uw zich manifesteren met de dieren, de menselijke wezens, de wijzen en de schepselen in het water. (31) Het verwart me om te zien hoe U, toen de gopî [Yas'odâ, het koeherderinnetje, de pleegmoeder van Krishna] een touw pakte om U vast te binden, bang was en U de make-up van Uw ogen huilde, terwijl U gevreesd wordt door de Vrees zelve. (32) Sommigen zeggen dat U, zoals sandelhout verschijnt in de Malaya heuvels, uit het ongeborene bent geboren terwille van de glorie van de deugdzame koningen of het genoegen van de familie van de dierbare koning Yadu. (33) Anderen zeggen dat U bent nedergedaald uit het ongeborene voor het heil van Vasudeva en Devakî die voor U baden en voor het einde van degenen die afgunstig op de goddelijken zijn. (34) Weer anderen beweren dat U, als een boot op zee, bent gekomen om de last van hevig werelds verdriet weg te nemen en dat U Uw geboorte nam vanwege de gebeden van Heer Brahmâ. (35) En nog weer anderen zeggen dat U verscheen voor degenen die, door de begeerte en onwetendheid in de materieel gemotiveerde wereld, het zwaar te verduren hebben, zodat ze zich van hun taak kunnen kwijten met het over U vernemen, het U in gedachten houden en met het U aanbidden. (36) Die mensen die er behagen in scheppen voortdurend over Uw handelingen te horen, ze te bezingen en ze te herinneren, zullen zeker zeer snel Uw lotusvoeten zien, die een eind maken aan de herhaling van wedergeboorten. (37) O Heer, met alles wat U voor ons gedaan hebt, laat U, vertrekkend naar de koningen die in vijandschap verwikkeld zijn, ons nu achter. Wij, Uw intieme vrienden die, enkel bij Uw genade, in afhankelijkheid van Uw lotusvoeten, hun leven hebben. (38) Wij, zonder U, zullen tezamen met de Yadu's en Pândava's, zonder de faam en de naam zijn, zoals een lichaam is zonder de zinnen nadat de geest is vertrokken. (39) Het land van ons koninkrijk zal niet langer er zo mooi uitzien als nu het geval is met de verbluffende merktekenen van Uw voetsporen. (40) Al deze steden en plaatsen bloeiden, dankzij Uw blikken, meer en meer op met hun weelde aan kruiden, groenten, wouden, heuvels, rivieren en zeeën. (41) Daarom, o Heer van het Universum, Persoonlijkheid van de Universele Gedaante, verbreek mijn band van diepe genegenheid voor mijn soortgenoten de Pândava's en de Vrishni's. (42) Maak mijn aantrekking voor U zuiver en voortdurend overlopend, zoals de Ganges die naar zee stroomt. (43) O Krishna, vriend van Arjuna en leider van de Vrishni's, vernietiger van de opstandige geslachten van deze aarde, met Uw niet aflatende heldenmoed bevrijdt U de koeien in nood, de tweemaal geborenen en de goddelijken, o nederdaling van de Heer der Yoga, Universele Leraar en Oorspronkelijke Eigenaar, U biedt ik mijn eerbetuigingen.' "
(44) Sûta zei: "Na met die keuze van woorden door Koningin Kuntî in Zijn universele glorie te zijn aanbeden, gaf de Heer een milde glimlach ten beste zo betoverend als Zijn mystiek vermogen. (45) Dat alles zo aanvaardend werd de Heer, nadat Hij verder nog Zijn respect betoonde jegens de dames in het paleis van Hastinâpura, toen Hij wilde vertrekken naar Zijn eigen verblijfplaats, tegengehouden door de liefde van de koning [Yudhishthhira]. (46) De geleerden, de wijzen en Heer Krishna, Hij notabene van de bovennatuurlijke werken in eigen persoon, konden de koning van streek als hij was niet overtuigen, noch kon hij troost vinden in de klassieke geschiedenissen. (47) Koning Yudhishthhira, zoon van Dharma, denkend vanuit de materiële opvatting van het verloren hebben van zijn vrienden, liet zich, o wijzen, gaan op de begoocheling van zijn genegenheid toen hij sprak: (48) 'Och bezie mij nou eens die in de onwetendheid van zijn hart diep is gezonken in de zonde van het met dit lichaam, dat eigenlijk bedoeld is voor de dienstverlening aan anderen, gedood hebben van zovele formaties van strijders. (49) Ik die zoveel jongens, tweemaal geborenen, zorgdragers, vrienden, ouderen, broeders en leraren heb gedood, zal voorzeker nooit, in nog geen miljoen jaar, uit de hel bevrijd raken. (50) Voor een koning die vecht voor de goede zaak van het beschermen van de burgers is het geen zonde om mensen te doden in de strijd met zijn vijanden, maar deze woorden, die zijn ingesteld voor de tevredenheid van het bestuur, zijn op mij niet van toepassing. (51) Ik kan niet verwachten dat al de vijandigheid die zich heeft opgeworpen vanwege de vrienden die ik heb gedood die vrouwen hebben achtergelaten, teniet zal worden gedaan door me in te spannen terwille van het materiële welzijn. (52) Zoals men geen modderwater met modder kan filtreren of een wijnvlek met wijn kan verwijderen, heeft het ook geen zin het doden van mensen tegen te gaan door dieren te offeren.' "
Derde herziene editie, geladen 10 januari 2010.
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
Sûta zei: "Aldus begaven ze zich tezamen met Draupadî en de vrouwen voorop, naar de Ganges met de wens de waterrituelen uit te voeren voor hun verwanten.Sûta zei: " Terwille van de voltrekking van de waterrituelen, gingen de verwanten van de overledenen, aangevoerd door de dames, met Draupadî naar de Ganges. (Vedabase)
Nadat een ieder zijn wateroffer had gebracht en afdoende nogmaals getreurd had, namen ze een bad in het water van de Ganges dat gezuiverd is door het stof van de lotusvoeten van de Heer.
Nadat een ieder zijn wateroffer had gebracht en na afdoende nogmaals getreurd te hebben, namen ze een bad in het water van de Ganges dat gezuiverd is door het stof van de lotusvoeten van de Heer. (Vedabase)
Daar zaten, getroffen door verdriet, de koning van de Kuru's [Yudhishthhira] met zijn jongere broers, Dhritarâshthra en Ghândârî samen met Kuntî, Draupadî en de Heer Zelve.
Daar zaten neer de koning van de Kuru's [Yudhishthhira] met zijn jongere broers, Dhritarâshthra en Ghândârî in diepe droefenis samen met Kuntî, Draupadî en de Heer Zelve. (Vedabase)
Heer Krishna samen met de muni's kalmeerde aldaar de geschokte en geëmotioneerde familie die haar vrienden en leden had verloren, door erop te wijzen hoe een ieder is onderworpen aan de onafwendbare Tijd.
Heer Krishna samen met de muni's kalmeerden aldaar de geschokte en emotioneel aangedane familie die haar vrienden en familieleden had verloren, door te laten zien hoe van de Hoogste wet van de Almachtige men bij wijze van remedie de terugslagen moet ondergaan. (Vedabase)
Vanwege het bedriegen van Yudhishthhira [de oudste van de Pândava's], die geen vijanden had, waren de niets ontzienden [Duryodhana en zijn broers] gedood die op doortrapte wijze het koninkrijk hadden ingepalmd en hun levensduur hadden bekort met de belediging van het bij de haren vastgrijpen van de koningin [Draupadî].
Vanwege het bedriegen van Yudhishthhira [de oudste van de Pândava's], die geen vijanden had, waren de niets ontzienden [Duryodhana zijn broers] gedood die op doortrapte wijze het koninkrijk hadden ingepalmd en hun levensduur hadden bekort met het mishandelen van Draupadî bij haar haren. (Vedabase)
Door het op gepaste wijze uitvoeren van drie paardoffers raakte hij [Yudhishthhira] in alle uithoeken zo bekend als Indra die dat offer een honderdtal keren had gebracht.
Door het op gepaste wijze volvoeren van drie paarden-offers verspreidde zijn [Yudhishthhira's] faam zich in alle windrichtingen zoals de roem van Indra die dat offer honderdvoudig bracht. (Vedabase)
Aanbeden door de wijzen en de geschoolden, nodigde de Heer, in reactie op hun afscheidsgroet, de zoons van Pându uit tezamen met Uddhava [een andere verwant en vriend van Krishna].
Aanbeden door de wijzen en zij die studeerden, nodigde de Heer de zoons van Pându uit tezamen met Uddhava [een andere verwant en vriend van Krishna], hen in wederkerigheid begroetend om afscheid te nemen. (Vedabase)
Gezeten op Zijn strijdwagen zag Hij, juist toen Hij naar Dvârakâ wilde vertrekken, Uttarâ [de moeder in verwachting van Parîkchit] die zich vol vrees in Zijn richting spoedde.
Gezeten op Zijn strijdwagen, juist toen Hij naar Dvârakâ wilde vertrekken, zag Hij Uttarâ [de moeder in verwachting van Parîkchit] zich vol vrees in Zijn richting spoeden. (Vedabase)
Ze zei: 'Bescherm me, bescherm me, o Grootste der Yogi's, Aanbedene der Aanbedenen en Heer van het Universum; behalve U zie ik niemand anders die onbevreesd is in deze wereld van dood en dualiteit.
Ze zei: 'Bescherm me, bescherm me, o Aanbedene der Aanbedenen, Heer van het Universum; ik zie geen andere onbevreesde dan U, in deze wereld van dood en dualiteit. (Vedabase)
O almachtige Heer, een gloeiende pijl van ijzer komt op me af. Laat het mij verbranden, o Beschermer, maar redt mijn vrucht!' "
O almachtige Heer, een gloeiend ijzer komt op me af. Laat het mij verbranden, o beschermer, maar redt mijn vrucht'." (Vedabase)
Sûta zei: "Haar woorden geduldig aanhorend begreep de Allerhoogste Heer, die Zijn toegewijden altijd een warm hart toedraagt, dat dit het resultaat was van een brahmâstra-wapen van de zoon van Drona die aan het bestaan van alle nazaten van de Pândava's een einde wilde maken.
Sûta zei: " Haar woorden geduldig aanhorend begreep de Allerhoogste Heer, die Zijn toegewijden altijd een warm hart toedraagt, dat dit het resultaat was van een brahmâstra-wapen van de zoon van Drona die het bestaan van alle nazaten van de Pândava's wilde beëindigen. (Vedabase)
O leider van de wijzen [S'aunaka], toen de Pândava's het laaiende wapen op zich af zagen komen grepen ze naar hun eigen vijf wapens.
O leider van de Wijzen [S'aunaka], toen de Pândava's het helle wapen op zich af zagen komen namen ze hun eigen vijf wapens op. (Vedabase)
Ziende dat ze zich in groot gevaar bevonden met geen andere middelen tot hun beschikking, nam de Almachtige Zijn eigen Sudars'ana werpschijf ter hand om Zijn toegewijden te beschermen.
Ziende dat ze zich in groot gevaar bevonden met geen andere middelen tot hun beschikking, nam de Almachtige Zijn eigen Sudars'ana werpschijf op om Zijn toegewijden te beschermen. (Vedabase)
Vanuit Zijn positie in de ziel van alle levende wezens, schermde de Allerhoogste Heer van de Yoga middels Zijn persoonlijke energie de vrucht van Uttarâ af om het nageslacht van de Kuru-dynastie te beschermen.
Aanwezig zijnde in de ziel van alle levende wezens, schermde de Allerhoogste Heer van de Yoga middels zijn persoonlijke energie de vrucht van Uttarâ af om het nageslacht van de Kuru-dynastie te beschermen. (Vedabase)
O S'aunaka, hoewel het brahmâstra wapen niet door tegenmaatregelen te stuiten is, werd het, geconfronteerd met de kracht van Vishnu, geneutraliseerd.
O S'aunaka, hoewel het bramâstra wapen ongehinderd door tegenmaatregelen voortging, werd het, gekonfronteerd met de kracht van Vishnu, geneutraliseerd. (Vedabase)
Maar bezie dit alles, met al het mysterieuze en onfeilbare dat we van Hem kennen, niet als iets bijzonders. De ongeziene godheid is middels Zijn materieel vermogen van schepping, handhaving en vernietiging.
Denk niet dat dit alles iets wonderbaarlijks is, daar, van al het al-mysterieuze en onfeilbare, het de Heer is die wordt beschouwd als degene die transcendentaal is middels Zijn eigen energie in schepping, handhaving en vernietiging, hoewel Hij in feite ongeboren is. (Vedabase)
Gered van de straling van het wapen, richtte de kuise Kuntî samen met haar zoons, zich tot Heer Krishna die op het punt stond te vertrekken.
Gered van de straling van het wapen, richtte de kuise Kuntî samen met haar zoons, zich tot Heer Krishna die op het punt stond te vertrekken. (Vedabase)
Kuntî zei: 'Mijn eerbetuigingen voor U, de Purusha, de Oorspronkelijke Beheerser van de Kosmos die onzichtbaar is en voorbij al het bestaande zowel vanbinnen als vanbuiten bestaat.
Kuntî zei: 'Mijn eerbetuigingen aan U, de Purusha, de oorspronkelijke beheerser van de kosmos die onzichtbaar is en voorbij aan al het bestaande zowel van binnen als van buiten bestaat. (Vedabase)
Verhuld door de begoochelende [materiële] sluier, onberispelijk transcendent en niet te onderscheiden voor de dwazen, bent U als een acteur uitgedost voor het acteren.
Bedekt door de begoochelende [materiële] sluier, onberispelijk transcendent en niet te onderscheiden voor de dwazen, bent u als een acteur uitgedost voor het acteren. (Vedabase)
U verschijnt terwille van de gevorderde transcendentalisten en filosofen die geest en stof van elkaar weten te onderscheiden, om de wetenschap in praktijk te brengen die ze verenigt in de toewijding. Maar hoe moeten wij vrouwen dan respect voor U oefenen?
Benevens Uw wetenschap van de toegewijde dienst, met de gevorderde transcendentalisten en filosofen die geest en stof van elkaar weten te onderscheiden, hoe kunnen wij, vrouwen, U zien? (Vedabase)
Daarom breng ik U mijn respectvolle eerbetuigingen, U, de beschermer van de koeien en de zinnen, de Allerhoogste Heer, de zoon van Vasudeva en Devakî, Hij van Nanda en de koeherders van Vrindâvana.
Daarom breng ik U mijn respektvolle eerbetuigingen, de Allerhoogste Heer, de zoon van Vasudeva en Devakî, van Nanda en de koeienherders van Vrindâvana, die de beschermer is van de koeien en de zinnen. (Vedabase)
Mijn eerbetoon is er voor U, die een lotusachtige welving in Zijn buik heeft, die altijd gesierd is met lotusbloemen, wiens blik koel als een lotusbloem is, en wiens voetafdruk het merkteken van lotusbloemen draagt.
Aan U mijn eerbetoon, die een lotus-achtige welving in Zijn buik heeft, die altijd gesierd is met lotusbloemen, wiens blik koel als een lotusbloem is, en wiens voetafdruk het merkteken van lotusbloemen draagt. (Vedabase)
U bent de meester der zinnen en hebt Devakî die in nood verkeerde [de moeder van Krishna] bevrijd uit een langdurige gevangenschap opgelegd door de afgunstige [oom] koning Kamsa. En, o Heer, U hebt mij en mijn kinderen beschermd tegen een voortdurende dreiging.
U bent de meester der zinnen en hebt Devakî die in nood verkeerde [de moeder van Krishna] bevrijd uit een lange gevangenschap door de afgunstige [oom] Koning Kamsa en o Heer, U hebt mij en mijn kinderen beschermd tegen een voortdurende dreiging. (Vedabase)
Na ons in het verleden gered te hebben van een grote brand, menseneters, een laaghartige vergadering, ontberingen onder verbanning in het woud en tegen wapens in veldslagen met grote generaals, hebt U ons nu volledig beschermd tegen het wapen van de zoon van Drona.
Na ons in het verleden gered te hebben van een grote brand, menseneters, een laaghartige vergadering, ontberingen onder verbanning in het woud en tegen wapens in veldslagen met grote generaals, hebt U ons nu volledig beschermd tegen het wapen van de zoon van Drona. (Vedabase)
Hadden we maar meer van die calamiteiten, zodat we U keer op keer zouden kunnen ontmoeten, o Meester van het Universum, want U ontmoeten betekent dat we niet langer de herhaling van geboorten en dood onder ogen hoeven te zien.
Hadden we maar meer van die calamiteiten, zodat we U keer op keer zouden kunnen ontmoeten, o Meester van het Universum, want U ontmoeten betekent dat we niet langer de herhaling van geboorten en dood onder ogen hoeven te zien. (Vedabase)
Zij die onder de invloed verkeren van het streven naar een goede geboorte, rijkdommen, scholing en schoonheid, zullen nooit en te nimmer het verdienen zich tot U te mogen richten, die gemakkelijk te benaderen bent voor hen die berooid zijn.
Diegenen onder de invloed van het streven naar een goede geboorte, rijkdommen, scholing, en schoonheid zullen nooit en te nimmer in hun gevoel het verdienen zich tot U te richten, die gemakkelijk te benaderen bent voor degene die materieel is uitgeput. (Vedabase)
Alle eer aan U, de rijkdom van hen die in armoede leven; U die staat voor het transcendentale dat het aangedaan zijn door de materiële geaardheden te boven gaat; U als degene die in zichzelf gelukkig is en het meest zachtgeaard is; al mijn eerbetoon voor U die de meester der zaligheid bent.
Alle eer aan U, daar U het eigendom bent van diegenen die in armoede leven, transcendentaal bent boven het aangedaan zijn door de materiële geaardheden, degene die in zichzelf gelukkig is en het meest zachtgeaard is; al mijn eerbetoon aan U die de meester van de monisten is. (Vedabase)
Ik beschouw U als de verpersoonlijking van de eeuwige Tijd, als de Heer die zonder een begin en einde is, en als de alles doordringende Ene die Uw genade overal gelijkelijk verdeelt over de levende wezens die met elkaar in onenigheid verkeren.
Ik beschouw U als de verpersoonlijking van de eeuwige Tijd die zonder begin en einde is - de alles doordringende Ene die Uw genade overal gelijkelijk uitstrekt onder de levende wezens in de onenigheid van de maatschappelijke omgang. (Vedabase)
O Heer, niemand doorgrondt Uw spel en vermaak, dat zo strijdig lijkt als wat de gewone man doet; mensen denken dat U partijdig bent, maar U begunstigt niemand en heeft ook aan niemand een hekel.
O Heer niemand begrijpt Uw spel en vermaak, dat werelds en alledaags toeschijnt, maar volledig zonder afgunst en onpartijdig is zonder wie dan ook te begunstigen. (Vedabase)
O Ziel van het Universum, van de vitale energie zijnde Uw geboorte nemend hoewel U ongeboren bent en handelend hoewel U inactief bent, bent U waarlijk verbijsterend in Uw zich manifesteren met de dieren, de menselijke wezens, de wijzen en de schepselen in het water.
Van de vitale energie zijnde, O Ziel van het Universum, geboorte nemende hoewel U ongeboren bent en handelend hoewel U inactief bent en Zich manifesterende met de dieren, de menselijke wezens, de wijzen en de schepselen in het water, bent U waarlijk verbijsterend. (Vedabase)
Het verwart me om te zien hoe U, toen de gopî [Yas'odâ, het koeherderinnetje, de pleegmoeder van Krishna] een touw pakte om U vast te binden, bang was en U de make-up van Uw ogen huilde, terwijl U gevreesd wordt door de Vrees zelve.
Het verwart me dat toen de gopî [Yas'odâ, het koeherderinnetje, de pleegmoeder van Krishna] een touw oppakte om U vast te binden, U bang was en U de make-up van Uw ogen huilde, hoewel U gevreesd wordt door de Vrees in eigen persoon. (Vedabase)
Sommigen zeggen dat U, zoals sandelhout verschijnt in de Malaya heuvels, uit het ongeborene bent geboren terwille van de glorie van de deugdzame koningen of het genoegen van de familie van de dierbare koning Yadu.
Sommigen zeggen dat U uit het ongeborene bent geboren terwille van de glorie van de deugdzame koningen of het genoegen van de familie van de dierbare Koning Yadu, zoals sandelhout verschijnt in de Malaya heuvels. (Vedabase)
Anderen zeggen dat U bent nedergedaald uit het ongeborene voor het heil van Vasudeva en Devakî die voor U baden en voor het einde van degenen die afgunstig op de goddelijken zijn.
Anderen zeggen dat U bent nedergedaald uit het ongeborene voor het heil van Vasudeva en Devakî die voor U en het doden van degene die afgunstig op de goddelijken is baden. (Vedabase)
Weer anderen beweren dat U, als een boot op zee, bent gekomen om de last van hevig werelds verdriet weg te nemen en dat U Uw geboorte nam vanwege de gebeden van Heer Brahmâ.
Weer anderen beweren dat U, als een boot op zee, kwam om de last van extreem werelds verdriet weg te nemen en werd geboren uit de gebeden van Heer Brahmâ. (Vedabase)
En nog weer anderen zeggen dat U verscheen voor degenen die, door de begeerte en onwetendheid in de materieel gemotiveerde wereld, het zwaar te verduren hebben, zodat ze zich van hun taak kunnen kwijten met het over U vernemen, het U in gedachten houden en met het U aanbidden.
En nog weer anderen zeggen dat U verscheen voor diegenen die lijden door begeerte en onwetendheid in de materieel gemotiveerde wereld, zodat ze hun taak kunnen doen door over U te horen, U te gedenken en U te aanbidden. (Vedabase)
Die mensen die er behagen in scheppen voortdurend over Uw handelingen te horen, ze te bezingen en ze te herinneren, zullen zeker zeer snel Uw lotusvoeten zien, die een eind maken aan de herhaling van wedergeboorten.
De mensen in het algemeen die er behagen in scheppen voortdurend over Uw activiteiten te horen en ze te bezingen, zullen voorzeker zeer snel Uw lotusvoeten zien, die een eind maken aan de herhaling van wedergeboorten. (Vedabase)
O Heer, met alles wat U voor ons gedaan hebt, laat U, vertrekkend naar de koningen die in vijandschap verwikkeld zijn, ons nu achter. Wij, Uw intieme vrienden die, enkel bij Uw genade, in afhankelijkheid van Uw lotusvoeten, hun leven hebben.
O Heer, met alles wat U voor ons gedaan hebt, laat U ons vandaag achter - Uw intieme vrienden die alleen bij Uw genade in afhankelijkheid van Uw lotusvoeten leven - bij de koningen die in vijandschap verwikkeld zijn. (Vedabase)
Wij, zonder U, zullen tezamen met de Yadu's en Pândava's, zonder de faam en de naam zijn, zoals een lichaam is zonder de zinnen nadat de geest is vertrokken.
Wij, zonder U, zullen tezamen met de Yadu's en Pândava's, zonder de faam en de naam zijn, zoals een lichaam zonder de zinnen is nadat de geest is vertrokken. (Vedabase)
Het land van ons koninkrijk zal niet langer er zo mooi uitzien als nu het geval is met de verbluffende merktekenen van Uw voetsporen.
Het land van ons Koninkrijk zal niet langer er zo mooi uitzien zoals nu het geval is met de verbluffende merktekenen van Uw voetsporen. (Vedabase)
Al deze steden en plaatsen bloeiden, dankzij Uw blikken, meer en meer op met hun weelde aan kruiden, groenten, wouden, heuvels, rivieren en zeeën.
Al deze steden en plaatsen bloeiden in hun natuur toenemend door Uw blikken met een weelde aan kruiden, groenten, wouden, heuvels, rivieren en zeeën. (Vedabase)
Daarom, o Heer van het Universum, Persoonlijkheid van de Universele Gedaante, verbreek mijn band van diepe genegenheid voor mijn soortgenoten de Pândava's en de Vrishni's.
Daarom, O Heer van het Universum, Persoonlijkheid van de Universele Gedaante, verbreek de band van diepe genegenheid voor mijn soortgenoten de Pândava's en de Vrishnis. (Vedabase)
Maak mijn aantrekking voor U zuiver en voortdurend overlopend, zoals de Ganges die naar zee stroomt.
Maak mijn aantrekking voor U zuiver en voortdurend overlopend zoals de Ganges die naar zee stroomt. (Vedabase)
O Krishna, vriend van Arjuna en leider van de Vrishni's, vernietiger van de opstandige geslachten van deze aarde, met Uw niet aflatende heldenmoed bevrijdt U de koeien in nood, de tweemaal geborenen en de goddelijken, o nederdaling van de Heer der Yoga, Universele Leraar en Oorspronkelijke Eigenaar, U biedt ik mijn eerbetuigingen.' "
O Krishna, vriend van Arjuna en leider van de Vrishnis, vernietiger van de opstandige geslachten van deze aarde, met Uw niet aflatende heldenmoed bevrijdt U de koeien in nood, de geschoolden en de goddelijken, o nederdaling van de Heer der Yoga, Universele Leraar en Oorspronkelijke Eigenaar - U biedt ik mijn eerbetuigingen." (Vedabase)
Sûta zei: "Na met die keuze van woorden door Koningin Kuntî in Zijn universele glorie te zijn aanbeden, gaf de Heer een milde glimlach ten beste zo betoverend als Zijn mystiek vermogen.
Sûta zei: "Na met die keuze van woorden door Koningin Kuntî in Zijn Universele glorie te zijn aanbeden, gaf de Heer een milde glimlach zo betoverend als Zijn Mystiek vermogen. (Vedabase)
Dat alles zo aanvaardend werd de Heer, nadat Hij verder nog Zijn respect betoonde jegens de dames in het paleis van Hastinâpura, toen Hij wilde vertrekken naar Zijn eigen verblijfplaats, tegengehouden door de liefde van de koning [Yudhishthhira].
Dat alles op die wijze aanvaardend en na verder respektbetoon aan de dames in het paleis van Hastinâpura, werd de Heer, bij het vertrek naar Zijn eigen verblijfplaats, tegengehouden door de liefde van de koning [Yudhishthhira]. (Vedabase)
De geleerden, de wijzen en Heer Krishna, Hij notabene van de bovennatuurlijke werken in eigen persoon, konden de koning van streek als hij was niet overtuigen, noch kon hij troost vinden in de klassieke geschiedenissen.
Bij machte van hen die studeerden, de wijzen en Heer Krishna Zelve, was hij, van streek als hij was, van de Ene van bovennatuurlijke werken, er niet toe in staat overtuigd te raken of troost te vinden bij het bewijs der geschiedenis. (Vedabase)
Koning Yudhishthhira, zoon van Dharma, denkend vanuit de materiële opvatting van het verloren hebben van zijn vrienden, liet zich, o wijzen, gaan op de begoocheling van zijn genegenheid toen hij sprak:
Koning Yudhishthhira, zoon van Dharma, denkend naar de materiële opvatting van het verlies van zijn vrienden, liet zich, o hooggeleerden, meevoeren door de begoocheling van zijn genegenheid toen hij sprak: (Vedabase)
'Och bezie mij nou eens die in de onwetendheid van zijn hart diep is gezonken in de zonde van het met dit lichaam, dat eigenlijk bedoeld is voor de dienstverlening aan anderen, gedood hebben van zovele formaties van strijders.
'O, bezie mij in mijn onwetendheid van hart, diep gezonken in de zonde van het met dit lichaam, dat eigenlijk bedoeld is voor de dienstverlening aan anderen, gedood hebben van vele formaties van strijders. (Vedabase)
Ik die zoveel jongens, tweemaal geborenen, zorgdragers, vrienden, ouderen, broeders en leraren heb gedood, zal voorzeker nooit, in nog geen miljoen jaar, uit de hel bevrijd raken.
Vele jongens, tweemaal geborenen, zorgdragers, vrienden, ouders, broeders en leraren gedood hebbend, zal ik voorzeker nooit bevrijding vinden uit de hel, in nog geen miljoen jaar. (Vedabase)
Voor een koning die vecht voor de goede zaak van het beschermen van de burgers is het geen zonde om mensen te doden in de strijd met zijn vijanden, maar deze woorden, die zijn ingesteld voor de tevredenheid van het bestuur, zijn op mij niet van toepassing.
Voor een koning die doodt in de strijd met zijn vijanden vechtend voor de goede zaak van het beschermen van de burgers is er geen zonde, maar deze woorden die ingesteld zijn voor de tevredenheid van het bestuur zijn op mij niet van toepassing. (Vedabase)
Ik kan niet verwachten dat al de vijandigheid die zich heeft opgeworpen vanwege de vrienden die ik heb gedood die vrouwen hebben achtergelaten, teniet zal worden gedaan door me in te spannen terwille van het materiële welzijn.
Van al de vijandigheid die zich ophoopte vanwege de vrouwen en vrienden die ik heb gedood, kan ik niet verwachten het ongedaan te maken bij de gratie van werk voor het materiële welzijn. (Vedabase)
Zoals men geen modderwater met modder kan filtreren of een wijnvlek met wijn kan verwijderen, heeft het ook geen zin het doden van mensen tegen te gaan door dieren te offeren.' "
Zoals men geen modderwater met modder kan filtreren of een wijnvlek met wijn kan verwijderen, zo is het ook tevergeefs het doden van mensen tegen te gaan door dierenoffers te brengen'." (Vedabase)
![]()

De tekst en de audio worden aangeboden onder de
Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
Het copyright van de afbeeldingen verschilt afhankelijk van de bron.
De afbeelding genaamd 'House of Lac' die Koningin Kuntî en de Pândava's
laat zien
bij het verlaten van het huis van lak aangestoken door de Kaurava's
is van Nanda
Lâl Bose.
Bron: 'Myths of the Hindus and Buddhists', Ballantine Press, Oct.
1913.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd
Feed-back | Links | Downloads | Muziek | Afbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties