regelbalk


 

Canto 8

S'rî Râdhika Stava

 

 

Hoofdstuk 13: Beschrijving van de Toekomstige Manu's

(1) S'rî S'uka zei: 'Verneem nu van mij over de kinderen van de zoon van Vivasvân die in de wereld bekend staat als S'râddhadeva - hij die op het ogenblik de zevende Manu is [we verkeren nu in de acht-en-twintigste yuga van hem die ook bekend staat als Vaivasvata Manu]. (2-3) De tien zoons van Manu staan bekend onder de namen Ikshvâku en Nabhaga inderdaad, Dhrishtha en ook S'aryâti, Narishyanta en Nâbhâga [of Nriga] met Dishtha als de zevende; verder zijn er Tarûsha [of Karûshaka] en Prishadhra en Manu's tiende die men kent als Vasumân [of Kavi] [zie ook 9.1: 11-12]. (4) O Koning, Purandara is er als de Indra van de Âditya's, de Vasu's, de Rudra's, de Vis'vedeva's, de Maruts, de As'vins en de Ribhu's [de halfgoden]. (5) Kas'yapa, Atri, Vasishthha, Vis'vâmitra, Gautama, Jamadagni en Bharadvâja staan bekend als de zeven wijzen voorheen vermeld. (6) Gedurende deze periode werd de verschijning van de Allerhoogste Heer Vishnu in de gedaante van Heer Vâmana als de jongste van Aditi veiliggesteld door Kas'yapa Muni. (7) In het kort heb ik de zeven wisselingen van de Manu's beschreven, nu zal ik u ook vertellen over de zeven toekomstige Manu's begiftigd met de energie van Vishnu [zie 8.1 & 5].

(8) De twee echtgenotes van Vivasvân, de dochters van Vis'vakarmâ Samjñâ en Châyâ, o Koning, beschreef ik u beiden voorheen. [zie 6.6: 40-41]. (9) Sommigen maken melding van een derde echtgenote van Vivasvân: Vadavâ. Van hen drieën kwamen er van Samjñâ drie kinderen ter wereld - een dochter Yamî en de zoons Yama en S'râddhadeva. Verneem nu over de kinderen van Châyâ. (10) Zij zijn Sâvarni [een zoon], de dochter Tapatî die later de vrouw werd van koning Samvarana en S'anais'cara [Saturnus] die de derde was. De As'vins namen geboorte als de zoons van Vadavâ. (11) Als de achtste periode is aangebroken zal Sâvarni de Manu worden. De zoons van Sâvarni, o heerser der mensen, zijn Nirmoka, Virajaska en anderen. (12) De halfgoden zullen dan de Sutapâ's, de Viraja's en de Amritaprabha's zijn en Bali, de zoon van Virocana, zal de Indra worden. (13) Het ganse universum aan Vishnu geschonken hebbend die hem om drie stappen grond vroeg, zal hij de post van Indra verwerven en daarna zal hij, in verzaking, de volmaaktheid des levens bereiken. (14) Hem, Bali, gebonden door de Allerhoogste Heer, werd de gunst van het koninkrijk van Sutala verleend alwaar, op het ogenblik een positie gelijk aan Indra bekledend, hij opnieuw moest worden hersteld in een positie meer welvarend dan in de hemel. (15-16) In de achtste manvantara zullen Gâlava, Dîptimân, Paras'urâma, As'vatthâmâ, Kripâcârya, Rishyas'ringa en onze vader Vyâsadeva, de incarnatie van de Heer [als filosoof], die op het ogenblik, o Koning, zich bezighouden in hun eigen hermitages, als gevolg van hun yogapraktijk de zeven wijzen zijn. (17) Sârvabhauma door Devaguhya verwekt in Sarasvatî, zal als de Heer en Meester met geweld Purandara [Indra] zijn koninkrijk afhandig maken en het aan Bali schenken.

(18) Daksha-sâvarni, de negende Manu, geboren als de zoon van Varuna, zal als zijn zonen Bhûtaketu, Dîptaketu en anderen hebben, o Koning. (19) De Pâra's, de Marîcigarbha's en dergelijke zullen de halfgoden zijn, de koning van de hemel zal bekend staan als Adbhuta en zij met Dyutimân voorop zullen de zeven wijzen zijn in dat tijdvak. (20) Van Âyushmân zal uit de schoot van Ambudhârâ Rishabhadeva, een gedeeltelijke incarnatie van de Allerhoogste Heer, zijn geboorte nemen en van hem zal Adbhuta al de weelde van de drie werelden genieten.

(21) De tiende Manu zal Brahma-sâvarni, de zoon van Upas'loka zijn; zijn zoons zullen Bhûrishena en anderen zijn en de tweemaal geborenen zullen onder leiding staan van Havishmân. (22) Havishmân, Sukrita, Satya, Jaya en Mûrti [en anderen] zullen in die tijd de [zeven] wijzen zijn; de Suvâsana's, de Viruddha's en anderen zullen de halfgoden zijn en S'ambhu zal de heerser over de Sura's zijn [de Indra]. (23) Eén van de Allerhoogste Heer Zijn volkomen aspecten, Vishvaksena, geboren uit de schoot van Vishûcî in het huis van Vis'vasrashthâ, zal vriendschap sluiten met S'ambhu.

(24) De Manu Dharmasâvarni zal feitelijk de elfde zijn die in de toekomst verschijnt als de meester van de ziel en Satyadharma en anderen zullen zijn tien zoons zijn. (25) De Vihangama's, Kâmagama's en Nirvânaruci's zijn de halfgoden en Vaidhritâ is hun Indra; de zeven wijzen zijn Aruna en anderen. (26) Geboren uit de schoot van Vaidhritâ als de zoon van Âryaka zal een gedeeltelijke incarnatie van de Heer bekend als Dharmasetu dan over de drie werelden heersen.

(27) Rudra-sâvarni, o Koning, zal verschijnen als de twaalfde Manu en Devavân, Upadeva en Devas'reshthha en anderen zullen zijn zoons zijn. (28) In die periode zal Ritadhâmâ de Indra zijn, zullen de halfgoden worden aangevoerd door de Harita's en zullen de wijzen Tapomûrti, Tapasvî, Âgnîdhraka en anderen zijn. (29) Door Satyasahâ verwekt uit Sunritâ zal de almachtige Svadhâmâ, een partiële incarnatie van de Heer, de periode van die Manu beheersen.

(30) De dertiende Manu van vooruitgang naar de ziel zal Deva-sâvarni zijn en Citrasena, Vicitra en anderen zullen Deva-sâvarni's vlees en bloed zijn. (31) De Sukarmâ's en de Sutrâma's zullen de halfgoden zijn, Divaspati zal de Indra zijn en Nirmoka en Tattvadars'a en anderen zullen dan de wijzen zijn. (32) Als de zoon van Devahotra zal, als de begunstiger van Divaspati [de Indra], uit de schoot van Brihatî, Yoges'vara een gedeeltelijke incarnatie van de Heer verschijnen.

(33) De Manu bekend als Indra-savârni zal de veertiende zijn en uit zijn zaad zullen Uru, Gambhîra, Budha en anderen geboren worden. (34) De Pavitra's en Câkshusha's zullen de halfgoden zijn, S'uci zal de koning van de hemel zijn en Agni, Bâhu, S'uci, S'uddha, Mâgadha en anderen zullen de boetvaardigen zijn. (35) Voor dat tijdvak, o grote koning, zal de Heer in de schoot van Vitânâ verschijnen als Brihadbhânu, de zoon van Satrâyana, terwille van het verrichten van geestelijke activiteiten.

(36) O Koning, de geschatte tijd van het verleden, het heden en de toekomst die deze veertien beslaan die ik u beschreef, bestaat uit een duizendtal mahâyuga's of een kalpa [dag van Brahmâ, zie ook afbeelding].'

 

next                         

 

 

 
Tweede editie, geladen 27 september 2007.
 
 

 

 

Bronteksten:

De toekomstige Manu's

 

Tekst 1

S'rî S'uka zei: 'Verneem nu van mij over de kinderen van de zoon van Vivasvân die in de wereld bekend staat als S'râddhadeva - hij die op het ogenblik de zevende Manu is [we verkeren nu in de acht-en-twintigste yuga van hem die ook bekend staat als Vaivasvata Manu].

S'ukadeva Gosvâmî zei: De huidige Manu, S'râddhadeva, is de zoon van Vivasvân, de god van de zonneplaneet. S'râddhadeva is de zevende Manu. Luister nu alstublieft naar me, dan zal ik zijn zoons aan u beschrijven. (Vedabase)

  

Tekst 2-3

De tien zoons van Manu staan bekend onder de namen Ikshvâku en Nabhaga inderdaad, Dhrishtha en ook S'aryâti, Narishyanta en Nâbhâga [of Nriga] met Dishtha als de zevende; verder zijn er Tarûsha [of Karûshaka] en Prishadhra en Manu's tiende die men kent als Vasumân [of Kavi] [zie ook 9.1: 11-12].

O Koning Parîkshit, tot de tien zoons van Manu behoren Ikshvâku, Nabhaga, Dhrishtha, S'aryâti, Narishyanta en Nâbhâga. Dishtha is zijn zevende zoon. Dan komen Tarûsha en Prishadhra, en zijn tiende zoon heet Vasumân. (Vedabase)

 

Tekst 4

O Koning, Purandara is er als de Indra van de Âditya's, de Vasu's, de Rudra's, de Vis'vedeva's, de Maruts, de As'vins en de Ribhu's [de halfgoden].

In dit manvantara, o koning, zijn de Âditya's, de Vasu's, de Rudra's, de Vis'vedeva's, de Maruts, de twee As'vinî-kumâra's en de Ribhu's de halfgoden. Hun koning [Indra] is Purandara. (Vedabase)

  

Tekst 5

Kas'yapa, Atri, Vasishthha, Vis'vâmitra, Gautama, Jamadagni en Bharadvâja staan bekend als de zeven wijzen voorheen vermeld.

De zeven wijzen zijn Kas'yapa, Atri, Vasishthha, Vis'vâmitra, Gautama, Jamadagni en Bharadvâja. (Vedabase)

 

Tekst 6

Gedurende deze periode werd de verschijning van de Allerhoogste Heer Vishnu in de gedaante van Heer Vâmana als de jongste van Aditi veiliggesteld door Kas'yapa Muni.

In dit manvantara verscheen de Allerhoogste Godspersoon als de jongste van de Âditya's, de dwerg Vâmana. Zijn vader was Kas'yapa en Zijn moeder Aditi. (Vedabase)

 

Tekst 7

In het kort heb ik de zeven wisselingen van de Manu's beschreven, nu zal ik u ook vertellen over de zeven toekomstige Manu's begiftigd met de energie van Vishnu [zie 8.1 & 5].

Ik heb u al een beknopte uitleg gegeven over de positie van de eerste zeven Manu's. Nu zal ik u de toekomstige Manu's beschrijven en tevens de verschillende incarnaties van Heer Vishnu. (Vedabase)

 

Tekst 8

De twee echtgenotes van Vivasvân, de dochters van Vis'vakarmâ Samjñâ en Châyâ, o Koning, beschreef ik u beiden voorheen. [zie 6.6: 40-41].

O Koning, voorheen [in het zesde canto] heb ik u al verteld over de twee dochters van Vis'vakarmâ, Samjñâ en Châyâ, die de eerste twee vrouwen van Vivasvân waren. (Vedabase)

 

Tekst 9

Sommigen maken melding van een derde echtgenote van Vivasvân: Vadavâ. Van hen drieën kwamen er van Samjñâ drie kinderen ter wereld - een dochter Yamî en de zoons Yama en S'râddhadeva. Verneem nu over de kinderen van Châyâ.

Men zegt dat de zonnegod nog een derde vrouw had, Vadavâ. Van deze drie vrouwen kreeg Samjñâ drie kinderen - Yama, Yamî en S'râddhadeva. Laat me nu vertellen over de kinderen van Châyâ. (Vedabase)

 

Tekst 10

Zij zijn Sâvarni [een zoon], de dochter Tapatî die later de vrouw werd van koning Samvarana en S'anais'cara [Saturnus] die de derde was. De As'vins namen geboorte als de zoons van Vadavâ.

Châyâ had een zoon met de naam Sâvarni en een dochter die Tapatî heette en later de vrouw van koning Samvarana werd. Châyâ's derde kind was S'anais'cara [Saturnus]. Vadavâ bracht twee zoons ter wereld, namelijk de As'vinî-broers. (Vedabase)

 

Tekst 11

Als de achtste periode is aangebroken zal Sâvarni de Manu worden. De zoons van Sâvarni, o heerser der mensen, zijn Nirmoka, Virajaska en anderen.

O Koning, als de periode van de achtste Manu aanbreekt, zal Sâvarni Manu worden. Nirmoka en Virajaska zullen twee van zijn zoons zijn. (Vedabase)

 

Tekst 12

De halfgoden zullen dan de Sutapâ's, de Viraja's en de Amritaprabha's zijn en Bali, de zoon van Virocana, zal de Indra worden.

In de periode van de achtste Manu zullen de Sutapâ's, de Viraja's en de Amritaprabhu's tot de halfgoden worden gerekend. Indra, koning van de halfgoden, zal Bali Mahârâja zijn, de zoon van Virocana. (Vedabase)

 

Tekst 13

Het ganse universum aan Vishnu geschonken hebbend die hem om drie stappen grond vroeg, zal hij de post van Indra verwerven en daarna zal hij, in verzaking, de volmaaktheid des levens bereiken.

Bali Mahârâja gaf Heer Vishnu eens drie stappen land ten geschenke, maar door deze liefdadige daad raakte hij alle drie de werelden kwijt. Later, als Bali Mahârâja Heer Vishnu tevreden heeft gesteld door Hem alles te geven, zal hij de hoogste volmaaktheid in het leven bereiken. (Vedabase)

  

Tekst 14

Hem, Bali, gebonden door de Allerhoogste Heer, werd de gunst van het koninkrijk van Sutala verleend alwaar, op het ogenblik een positie gelijk aan Indra bekledend, hij opnieuw moest worden hersteld in een positie meer welvarend dan in de hemel.

De Godspersoon bond Bali met veel liefde vast en installeerde hem vervolgens in het koninkrijk Sutala, dat nog weelderiger is dan de hemelse planeten. Op dit moment verblijft Mahârâja Bali op deze planeet en leidt een nog aangenamer leven dan Indra. (Vedabase)

 

Tekst 15-16

In de achtste manvantara zullen Gâlava, Dîptimân, Paras'urâma, As'vatthâmâ, Kripâcârya, Rishyas'ringa en onze vader Vyâsadeva, de incarnatie van de Heer [als filosoof], die op het ogenblik, o Koning, zich bezighouden in hun eigen hermitages, als gevolg van hun yogapraktijk de zeven wijzen zijn.

O Koning, in het achtste manvantara zullen de grote persoonlijkheden Gâlava, Dîptimân, Paras'urâma, As'vatthâmâ, Kripâcârya, Rishyas'ringa en onze vader Vyâsadeva, de incarnatie van Nârâyana, de zeven wijzen zijn. Op het moment bevinden ze zich echter nog allemaal in hun âs'rama's. (Vedabase)

  

Tekst 17

Sârvabhauma door Devaguhya verwekt in Sarasvatî, zal als de Heer en Meester met geweld Purandara [Indra] zijn koninkrijk afhandig maken en het aan Bali schenken.

In het achtste manvantara zal de zeer machtige Godspersoon Sârvabhauma ter wereld komen. Zijn vader zal Devaguhya zijn en Zijn moeder Sarasvatî. Hij zal Purandara [Heer Indra] zijn koninkrijk afnemen en dat aan Bali Mahârâja geven. (Vedabase)

 

Tekst 18

Daksha-sâvarni, de negende Manu, geboren als de zoon van Varuna, zal als zijn zonen Bhûtaketu, Dîptaketu en anderen hebben, o Koning.

O Koning, de negende Manu zal Daksha-sâvarni zijn, een zoon van Varuna. Bhûtaketu en Dîptaketu zullen tot zijn zoons behoren. (Vedabase)

 

Tekst 19

De Pâra's, de Marîcigarbha's en dergelijke zullen de halfgoden zijn, de koning van de hemel zal bekend staan als Adbhuta en zij met Dyutimân voorop zullen de zeven wijzen zijn in dat tijdvak.

In dit negende manvantara zullen de Pâra's en de Marîcigarbha's tot de halfgoden behoren. De hemelkoning of Indra draagt de naam Adbhuta en Dyutimân is een van de zeven wijzen. (Vedabase)

 

Tekst 20

Van Âyushmân zal uit de schoot van Ambudhârâ Rishabhadeva, een gedeeltelijke incarnatie van de Allerhoogste Heer, zijn geboorte nemen en van hem zal Adbhuta al de weelde van de drie werelden genieten.

Rishabhadeva, een gedeeltelijke incarnatie van de Allerhoogste Godspersoon, zal geboren worden als de zoon van Âyushmân, zijn vader, en Ambudhârâ, zijn moeder. Hij zal de Indra met de naam Adbhuta in de gelegenheid stellen om van de rijkdom van de drie werelden te genieten. (Vedabase)

 

Tekst 21

De tiende Manu zal Brahma-sâvarni, de zoon van Upas'loka zijn; zijn zoons zullen Bhûrishena en anderen zijn en de tweemaal geborenen zullen onder leiding staan van Havishmân.

De zoon van Upas'loka, Brahma-sâvarni, zal de tiende Manu zijn. Bhûrishena is een van zijn zoons, en de brâhmana's met hun leider Havishmân zijn de zeven wijzen. (Vedabase)

 

Tekst 22

Havishmân, Sukrita, Satya, Jaya en Mûrti [en anderen] zullen in die tijd de [zeven] wijzen zijn; de Suvâsana's, de Viruddha's en anderen zullen de halfgoden zijn en S'ambhu zal de heerser over de Sura's zijn [de Indra].

Havishmân, Sukrita, Satya, Jaya, Mûrti en anderen zullen de zeven wijzen zijn, de Suvâsana's en de Viruddha's zullen tot de halfgoden behoren en S'ambhu wordt hun koning, Indra. (Vedabase)

 

Tekst 23

Eén van de Allerhoogste Heer Zijn volkomen aspecten, Vishvaksena, geboren uit de schoot van Vishûcî in het huis van Vis'vasrashthâ, zal vriendschap sluiten met S'ambhu.

In het huis van Vis'vasrashthâ zal uit de schoot van Vishûcî een volkomen deel van de Allerhoogste Godspersoon verschijnen, de incarnatie Vishvaksena. Hij zal goed bevriend raken met S'ambhu. (Vedabase)

 

Tekst 24

De Manu Dharmasâvarni zal feitelijk de elfde zijn die in de toekomst verschijnt als de meester van de ziel en Satyadharma en anderen zullen zijn tien zoons zijn.

In het elfde manvantara wordt Dharma-sâvarni Manu, en hij zal bijzonder geleerd zijn in geestelijke kennis. Van hem komen tien zoons, met Satyadharma als belangrijkste. (Vedabase)

  

Tekst 25

De Vihangama's, Kâmagama's en Nirvânaruci's zijn de halfgoden en Vaidhritâ is hun Indra; de zeven wijzen zijn Aruna en anderen.

De Vihangama's, Kâmagama's, Nirvânaruci's en nog anderen zullen de halfgoden zijn. Vaidhritâ wordt Indra of koning van de halfgoden en de zeven wijzen staan onder leiding van Aruna. (Vedabase)

 

Tekst 26

Geboren uit de schoot van Vaidhritâ als de zoon van Âryaka zal een gedeeltelijke incarnatie van de Heer bekend als Dharmasetu dan over de drie werelden heersen.

Dharmasetu, een gedeeltelijke incarnatie van de Allerhoogste Godspersoon, zal verschijnen als de zoon van Âryaka uit de schoot van dienst vrouw Vaidhritâ en over de drie werelden heersen. (Vedabase)

 

Tekst 27

Rudra-sâvarni, o Koning, zal verschijnen als de twaalfde Manu en Devavân, Upadeva en Devas'reshthha en anderen zullen zijn zoons zijn.

O Koning, de twaalfde Manu zal Rudra-sâvarni heten. Van zijn zoons noem ik Devavân, Upadeva en Devas'reshthha. (Vedabase)

 

Tekst 28

In die periode zal Ritadhâmâ de Indra zijn, zullen de halfgoden worden aangevoerd door de Harita's en zullen de wijzen Tapomûrti, Tapasvî, Âgnîdhraka en anderen zijn.

In dit manvantara zal de Indra Ritadhâmâ heten en hebben de Harita's de leiding over de halfgoden. Onder de wijzen zullen zich Tapomûrti, Tapasvî en Âgnîdhraka bevinden. (Vedabase)

 

Tekst 29

Door Satyasahâ verwekt uit Sunritâ zal de almachtige Svadhâmâ, een partiële incarnatie van de Heer, de periode van die Manu beheersen.

Satyasahâ en zijn vrouw Sunritâ zullen een gedeeltelijke incarnatie van de Allerhoogste Godspersoon tot zoon hebben, Svadhâmâ geheten. Hij zal dat manvantara regeren. (Vedabase)

  

Tekst 30

De dertiende Manu van vooruitgang naar de ziel zal Deva-sâvarni zijn en Citrasena, Vicitra en anderen zullen Deva-sâvarni's vlees en bloed zijn.

De dertiende Manu zal de naam Deva-sâvarni dragen en zeer gevorderd zijn op het gebied van geestelijke kennis. Twee van zijn zoons zijn Citrasena en Vicitra. (Vedabase)

 

Tekst 31

De Sukarmâ's en de Sutrâma's zullen de halfgoden zijn, Divaspati zal de Indra zijn en Nirmoka en Tattvadars'a en anderen zullen dan de wijzen zijn.

In het dertiende manvantara zullen de Sukarmâ's en Sutrâma's tot de halfgoden gerekend worden, Divaspati zal hemelkoning zijn en Nirmoka en Tattvadars'a behoren tot de zeven wijzen. (Vedabase)

 

Tekst 32

Als de zoon van Devahotra zal, als de begunstiger van Divaspati [de Indra], uit de schoot van Brihatî, Yoges'vara een gedeeltelijke incarnatie van de Heer verschijnen.

Devahotra zal een zoon krijgen, Yoges'vara genaamd, die verschijnt als gedeeltelijke incarnatie van de Allerhoogste Godspersoon. Zijn moeders naam is Brihatî. Hij zal zich inspannen voor het welzijn van Divaspati. (Vedabase)

 

Tekst 33

De Manu bekend als Indra-savârni zal de veertiende zijn en uit zijn zaad zullen Uru, Gambhîra, Budha en anderen geboren worden.

De naam van de veertiende Manu zal Indra-sâvarni zijn. Hij zal zoons hebben zoals Uru, Gambhîra en Budha. (Vedabase)

 

Tekst 34

De Pavitra's en Câkshusha's zullen de halfgoden zijn, S'uci zal de koning van de hemel zijn en Agni, Bâhu, S'uci, S'uddha, Mâgadha en anderen zullen de boetvaardigen zijn.

Onder de halfgoden zullen de Pavitra's en Câkshusha's zijn en S'uci wordt Indra, de hemelkoning. Agni, Bâhu, S'uci, S'uddha, Mâgadha en andere grote asceten worden de zeven wijzen. (Vedabase)

 

Tekst 35

Voor dat tijdvak, o grote koning, zal de Heer in de schoot van Vitânâ verschijnen als Brihadbhânu, de zoon van Satrâyana, terwille van het verrichten van geestelijke activiteiten.

O Koning Parîkshit, in het veertiende manvantara zal de Allerhoogste Godspersoon verschijnen uit de schoot van Vitânâ, en Zijn vader zal Satrâyana heten. Deze incarnatie zal beroemd worden als Brihadbhânu, en Hij zal geestelijke activiteiten ontplooien. (Vedabase)

 

Tekst 36

O Koning, de geschatte tijd van het verleden, het heden en de toekomst die deze veertien beslaan die ik u beschreef, bestaat uit een duizendtal mahâyuga's of een kalpa [dag van Brahmâ, zie ook afbeelding].'

O Koning, ik heb u nu de veertien Manu's beschreven die er in verleden, heden en toekomst verschijnen. De heerschappij van deze veertien Manu's tezamen duurt duizend yuga-cyclussen, hetgeen een kalpa wordt genoemd, of één dag van Heer Brahmâ. (Vedabase)

 

 

 

 

 

Voor deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
De collage op deze pagina is van
Anand Aadhar.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  


 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties