S'rî
S'uka zei: 'Terwijl de gopa's verdiept waren in hun
spel, dwaalden hun koeien ver af en gingen ze, in hun eentje
grazend, belust op gras het struikgewas in.
S'rî
S'uka zei: 'Terwijl de gopa's verdiept waren in hun spelen,
dwaalden hun koeien ver af en gingen ze, in hun eentje
grazend, belust op gras het struikgewas
binnen.
(Vedabase)
Tekst
2
De geiten,
koeien en de buffels die van het ene deel van het bos naar het
andere gedeelte gingen belandden in een bamboebos en klaagden
toen luid dorstig zijnde van de hitte.
De
geiten, koeien en de buffels die van het ene deel van het
bos naar het andere gedeelte gingen belandden in een
bamboebos en schreeuwden het uit, dorstig van de hitte.
(Vedabase)
Tekst
3
De
gopa's onder leiding van Krishna en Râma die de
dieren nergens zagen hadden er toen spijt van dat ze ze niet in
de gaten hadden gehouden en gingen op zoek naar het spoor van
de koeien.
De
gopa's onder leiding van Krishna en Râma die de dieren
nergens zagen hadden er toen spijt van dat ze niet wisten
waar ze waren en gingen op zoek naar het spoor van de
koeien. (Vedabase)
Tekst
4
Allen bang voor
het verlies van hun bestaandsmiddel volgden ze de hoefafdrukken
van de koeien op het pad aan de hand van de grashalmen die
waren omgeknakt door de hoeven en de tanden van de koeien.
Aan
de hand van de grashalmen omgeknakt door de hoeven en de
tanden van de koeien, volgden ze de hoefafdrukken van de
koeien op het pad en waren ze allen zeer benauwd over het
kwijt raken van hun middel van
bestaan.
(Vedabase)
Tekst
5
In het
Muñjâ woud vonden ze hun koeien en de andere
beesten die de weg kwijt geraakt weer, moe geklaagd van de
dorst, waarna ze samen teruggingen.
In
het Mun'jâ woud vonden ze hun koeien en de andere
beesten die, de weg kwijt geraakt, moe waren geschreeuwd van
de dorst, waarna ze allen terugkeerden.
(Vedabase)
Tekst
6
Ze reageerden
dolblij toen ze het geluid van hun namen hoorden geroepen door
de Allerhoogste Heer die een stem had die zo luid klonk als een
rommelende wolk.
Zij,
met het horen van het geluid van hun namen geroepen door de
Allerhoogste Heer met een stem zo luid als de rommelende
wolken, reageerden dolblij. (Vedabase)
Tekst
7
Toen opeens
verscheen van alle kanten een enorme, verschrikkelijke brand
die likkend alle bewegende en niet-bewegende levende wezens in
het woud bedreigde met een gruwelijke storm van vonken
voortgedreven door hun wagenmenner, de wind.
Toen,
verscheen van alle kanten plotseling een enorme,
verschrikkelijke brand die likkend alle bewegende en
niet-bewegende levende wezens in het woud bedreigde met een
gruwelijke storm van vonken voortgedreven door hun
wagenmenner, de wind. (Vedabase)
Tekst
8
De bosbrand die
hen van alle kanten overviel maakte dat de gopa's en de
koeien, angstig om zich heen kijkend, zich tot Krishna en Zijn
kracht Balarâma wendden voor hun toevlucht, zoals ook
alle mensen geplaagd door de angst voor de dood de Allerhoogste
Persoonlijkheid zoeken:
De
bosbrand die hen van alle kanten overviel maakte dat de
gopa's en de koeien, angstig om zich heen kijkend, zich tot
Krishna en Zijn Kracht Balarâma wendden voor hun
toevlucht, zoals alle mensen geplaagd door de angst voor de
dood de Allerhoogste Persoonlijkheid zoeken:
(Vedabase)
Tekst
9
'Krishna, o
Krishna, o Grootste Held, o Râma van een nimmer falende
macht, redt ons die van overgave zijn er alsJeblieft van te
worden verschroeid door de bosbrand.
'Krishna,
o Krishna, o Grootste Held, o Râma van een nimmer
falende macht, redt alsJeblieft ons, wij die van overgave
zijn verschroeid door de bosbrand.
(Vedabase)
Tekst
10
We kunnen het
toch nooit verdienen dat wij, Je vrienden o Krishna, met Jou,
de volmaakte kenner van ieders aard, als onze Heer, in de steek
worden gelaten als we te lijden hebben?!'
Het
kan zeker nooit zo zijn dat wij, Je vrienden, o Krishna, met
Jou, de volmaakte kenner van ieders aard, als onze Heer, het
verdienen in de steek gelaten te worden als we te lijden
hebben!'
(Vedabase)
Tekst
11
S'rî
S'uka zei: 'De Allerhoogste Heer Hari die de deerniswekkende
woorden van Zijn vrienden zo hoorde zei: 'Wees niet bang, doe
enkel jullie ogen dicht'.
S'rî
S'uka zei: 'De Allerhoogste Heer Hari die de deerniswekkende
woorden van Zijn vrienden aldus hoorde zei: 'Wees niet bang,
doe enkel jullie ogen dicht'. (Vedabase)
Tekst
12
'Afgesproken',
zeiden ze en met hun ogen gesloten verloste de Allerhoogste
Heer, de Beheerser van de Yoga, hen van het gevaar door via
Zijn mond het verschrikkelijke vuur in Zich op te
nemen.
'Afgesproken',
zeiden ze en met hun ogen dichtgedaan verloste de
Allerhoogste Heer, de Beheerser van de Yoga, hen van het
gevaar door het verschrikkelijke vuur via Zijn mond in Zich
op te nemen.
(Vedabase)
Tekst
13
Toen ze daarna
hun ogen weer open deden stonden ze versteld dat, met henzelf
en de koeien gered, ze waren overgebracht naar
Bhândîra [de banyan, zie 10.18:
22, naar
verluid zestien kilometer verderop].
Toen
ze daarna hun ogen weer open deden stonden ze versteld dat,
met henzelf en de koeien gered, ze waren overgebracht naar
Bhândîra [de banyan, zie 10.18: 22, naar
verluid zestien kilometer verderop].
(Vedabase)
Tekst
14
Getuige van hun
verlossing uit het brandende bos tot stand gebracht door de
yogamacht van Krishna's innerlijke beheersing van de
begoochelende materiële energie, dachten ze van Hem dat
Hij een Onsterfelijke Godheid was.
Getuige
van hun verlossing uit het brandende bos als gevolg van de
yogamacht van Krishna Zijn innerlijke beheersing van de
begoochelende materiële energie, dachten ze van Hem dat
Hij een Onsterfelijke Godheid was.
(Vedabase)
Tekst
15
Krishna die
samen met Râma en de koeien onderweg Zijn fluit liet
weerklinken terwijl Hij werd geprezen door de gopa's,
keerde die middag laat terug naar het
koeherdersdorp.
Krishna
samen met Râma en de koeien op weg, met Zijn fluit
weerklinkend en geprezen door de gopa's, keerde die middag
laat terug naar het
koeherdersdorp.
(Vedabase)
Tekst
16
De jonge
koeherdersmeisjes raakten in de hoogste staat van vervoering
toen ze Govinda weer terugzagen, omdat het voor hen wel duizend
eeuwen leek te duren als ze Hem ook maar voor een moment
moesten missen.'
De
jonge koeherdersmeisjes raakten in de hoogste staat van
vervoering Govinda aanwezig te zien, daar het voor hen het
ook maar een moment zonder Hem te moeten stellen wel duizend
eeuwen leek te duren.
(Vedabase)