Canto
10
Hoofdstuk 11: Een Nieuwe Woonplaats, de Fruitverkoopster en Vatsâsura en Bakâsura Verslagen
(1) S'rî S'uka zei: 'De koeherders onder leiding van Nanda die het tumult hoorden van de bomen die neervielen gingen, bang dat het de donder was, naar de plek des onheils, o beste van de Kuru's. (2) Daar de twee arjuna's op de grond gevallen aantreffend hadden ze er stomverbaasd geen idee van wat de oorzaak zou zijn van dit klaarblijkelijke ter aarde storten. (3) Wie zou dit gedaan hebben? Het kind, het houten stampvat achter zich aanslepend aan Hem vastgebonden met het touw? Hoe kon zoiets wonderbaarlijks zich hebben afgespeeld? Ze stonden versteld. (4) De andere kinderen zeiden: 'Hij heeft het gedaan, met de vijzel overdwars tussen de bomen in getrokken! En er waren ook twee personen. We hebben het met eigen ogen gezien!' (5) Ze konden niet geloven wat ze zeiden, 'Dat kan niet 't geval zijn; hoe kan nu zo'n klein kind die bomen ontworteld hebben?', maar sommigen van hen twijfelden bij zichzelf [en achtten het heel goed mogelijk]. (6) Toen hij zag hoe zijn zoon met het touw vastgebonden zat aan de grote vijzel moest Nanda glimlachen en maakte hij Hem los.
(7) Door de gopî's aangemoedigd zong bij tijden de Allerhoogste Heer zich voor de domme houdend en leidde Hij ze zo om de tuin alsof Hij een gewoon kind zou zijn dat ze als een marionet onder hun controle hadden. (8) Soms als erom gevraagd werd bracht Hij een houten kruk, een maatbeker of schoenen, voor de grap voor Zijn verwanten op Zijn armen slaand [alsof Hij een sterke kerel was]. (9) Opdat de hele wereld het zou weten liet Hij zien hoezeer de Opperheer zich voor Zijn dienaren gewonnen geeft, door als een kind bezigzijnd naar ieders genoegen te handelen in Vraja.
(10) 'O mensen hier in de buurt, haal uw fruit!', hoorde aldus Krishna een fruitverkoopster uitroepen, en snel wat graankorrels grijpend haastte de Onfeilbare, de Schenker van alle Vruchten, Zich derwaarts om fruit te gaan kopen. (11) Wat Hij te bieden had was uit de palmen van Zijn handjes op de grond gevallen, maar de fruitdame vulde ze [niettemin] met vruchten. In ruil vulde zich de gehele mand voor de vruchten zich met goud en juwelen!
(12) Na het voorval met de arjuna's riep Rohinî Devî eens om Krishna en Râma die aan de rivieroever de tijd uit het oog hadden verloren in hun spel met de andere kinderen. (13) Toen de zoons opgegaan in hun spelletjes niet reageerden op haar oproep, stuurde Rohinî moeder Yas'odâ achter hen aan met haar liefdevolle zorg voor de zoontjes. (14) Roepend om Krishna, haar zoon en de andere jongetjes waar Hij zo laat nog mee aan het spelen was, vloeide in haar liefde de melk uit haar borsten. (15) 'Krishna, o Krishna mijn lotusoogje, o liefje, stop met spelen, drink wat melk; Je bent vast moe en hongerig mijn zoon!' (16) O Râma, kom nu meteen alsJeblieft samen met Je jongere broertje, o liefde van de familie, Je hebt zo genoten van Je ontbijt vanmorgen, dus wil je vast nog wel wat meer! (17) O Dâs'ârha ['de dienstbaarheid waardig'], de koning van Vraja wil graag eten en wacht op Jullie beiden, kom hier, wees zo lief en laat de andere jongens naar hun huis toe gaan. (18) Je zit helemaal onder het vuil mijn zoon, kom Je nu wassen; het is vandaag de dag van Je geboortester, wees schoon en dan gaan we koeien weggeven aan de brahmanen! (19) Kijk, zie hoe de jongens van Jouw leeftijd, gewassen door hun moeders, allemaal netjes gekleed zijn, zo moet Jij ook met een bad en na gegeten te hebben met hun plezier hebben in Je beste kleren.' (20) Yas'odâ op deze manier in haar intense liefde de Hoogste van hen Allen als haar zoon beschouwend, o heerser der mensen, nam Krishna en Râma bij de hand en bracht ze toen naar huis om ze toonbaar te krijgen.'
(21) S'rî S'uka zei: 'De oudere gopa's die zich vergewist hadden van de ernstige onregelmatigheden in het Grote Woud, belegden een vergadering met Nanda om te bespreken wat er gaande was in Vraja. (22) Daar liet Upânanda [Nanda's oudere broer], de oudste en wijste met de grootste ervaring, zich uit over wat gezien de tijd en omstandigheid met Râma en Krishna het beste zou zijn om te doen: (23) 'Wij allen die ons Gokula de beste plaats wensen om te wonen, zouden van hier moeten vertrekken; vele dingen doen zich hier voor met de kwade bedoeling de jongens te doden. (24) Dat vanwege het feit dat, op de een of andere manier, bij de genade van de Here God Hij, deze jongen, werd verlost uit de greep van de Râkshasî [Pûtanâ] die hier naartoe kwam om kinderen te doden en om het feit dat de handkar Hem maar net miste toen die omviel. (25) En toen was er die duivel in de gedaante van een wervelwind, die Hem meevoerde de lucht in om vervolgens zo gevaarlijk op de rotsige bodem neer te storten, waarbij de Heer der Gelovigen Hem weer redde. (26) Noch stierf dat kind, noch andere kinderen, door de twee bomen waar Hij tussen was geraakt; zelfs toen werd Hij gered door de Onfeilbare. (27) Zolang als de duivel ons hier lastig valt kunnen we niet in deze koeienplaats blijven en moeten we voordat het te laat is in het belang van de jongens van hier vertrekken; laten we, met z'n allen, naar elders verhuizen. (28) Er is een ander bos genaamd Vrindâvana [het 'groepjes bos' *] met veel nieuw groen dat een zeer geschikte plek is voor gopa, gopî en koe met zijn serene rotsformaties, een rijke schakering aan planten en veel gras. (29) Laten we daarom meteen allemaal vandaag nog daar naar toe gaan en onze tijd niet verspillen, maak de karren klaar en ga samen op weg met de weelde van onze koeien voorop - als jullie het hier mee eens kunnen zijn dan.'
(30) Toen ze dat hoorden zeiden al de gopa's eenstemmig 'Juist zo, dat is goed', en begonnen ze de koeien samen te brengen en hun bezittingen op te laden. (31-32) De ouden van dagen, de vrouwen en de kinderen kwamen met de grootste zorg als eersten aan de beurt en vervolgens, o Koning, vertrokken met al hun levensbehoeften op de ossenkarren de gopa's compleet met hun bogen en pijlen samen met de priesters en de koeien voor zich uit, onder het luide geschal in de wijde omtrek van hun hoorns en trompetten. (33) De gopî's fraai uitgedost met al het goud om hun nekken en met hun lichamen opgesierd met verse kunkum, zongen met veel plezier tijdens de rit op de karren over Krishna's spel en vermaak. (34) Yas'odâ en Rohinî, tezamen gezeten op één kar prachtig met Krishna en Balarâma, waren zeer gelukkig de verhalen te horen die ze zongen. (35) Vrindâvana bereikend, waar het prettig toeven is in alle seizoenen, vormden ze een afscherming voor de koeien door de karren maanvormig in een halve cirkel te plaatsen. (36) O heerser der mensen, toen Râma en Mâdhava Vrindâvana zagen met de heuvel Govardhana en de oevers van de Yamunâ, waren ze in hun nopjes zo blij. (37) Al de bewoners van de koeiengemeenschap [het nieuwe Vraja] waren aldus verrukt over het kinderspel en de gebroken taal van Zij die in de loop van de tijd oud genoeg waren om zorg te dragen voor de kalveren. (38) In de omgeving van het grondgebied van hun Vraja hoedden Ze samen met de andere jongens die leefden voor de koeien, de kalfjes, op verschillende manieren zich vermakend met allerlei gespeel. (39-40) Soms op hun fluiten blazend, soms met een slinger gooiend [voor de vruchten], soms met hun voeten bewegend voor het getinkel [van hun enkelbelletjes], soms koetje en stiertje spelend, hard loeiend de dieren nadoend die met elkaar aan het vechten waren en soms de geluiden van andere dieren imiterend, zwierven ze rond als twee gewone kinderen.![]()
(41) Op een dag aan de oever van de Yamunâ hun kalveren hoedend met hun speelkameraadjes kwam er daar een demon [Vatsâsura] met de bedoeling Krishna en Balarâma te doden. (42) Hem in de gaten krijgend die onder het aannemen van de gedaante van een kalf zich had gemengd onder de andere kalveren, vestigde de Heer de aandacht op hem naar Baladeva gebarend, terwijl Hij ondertussen onopvallend zich langzaam in zijn richting bewoog. (43) Hem samen met zijn staart bij de achterpoten vattend slingerde Acyuta hem hard in het rond en gooide Hij hem levenloos bovenin een kapittha boom [**] alwaar het lichaam van de demon tot een gigantisch formaat uitdijde en toen, samen met de boom, dood op de grond smakte. (44) De jongens die dit voorval allen had gadegeslagen waren hogelijkst verwonderd en prezen Hem hoog, uitroepend: 'Goed gedaan, goed zo!', en de goden lieten tevreden een regen van bloemen op Hem neerdalen. (45) Zij, de Ene Beschermers van Al de Werelden die waren veranderd in de beschermers van de jongeren, voltooiden die ochtend hun ontbijt en trokken verder de kalveren hoedend.
(46) Met ieder van hen verantwoordelijk voor zijn eigen groepje kalveren arriveerden ze op een dag bij een waterplaats om de dieren te drenken waarna ook zij dronken van het water. (47) Daar zagen ze recht voor zich een gigantische gestalte die, als een door de bliksem getroffen, naar beneden gevallen bergpiek, hen schrik aanjaagde. (48) Het was van een demon genaamd Bakâsura, een enorm monster die de gedaante had aangenomen van een gigantische reiger [een baka ***]; vanwaar hij was verzwolg hij allermachtigst zomaar opeens Krishna met zijn scherpe snavel. (49) Ziend hoe Krishna door de reiger werd opgeslokt waren al de jongens met Râma voorop verbijsterd en stonden ze geheel overweldigd stomverbaasd te staren. (50) Hij, die zoon van een koeherder, de Gebieder van de Heer van het Universum, begon diep in zijn keel te branden als een vuur en werd terstond weer kwaad losgelaten zonder een schrammetje, waarop de reiger meteen weer probeerde om Hem met zijn scherpe snavel te doden. (51) Hij met Bakâsura opnieuw in de aanval, ving de snavel van die vriend van Kamsa op met Zijn armen, waarna Hij als de Meester der Waarachtigen in dienst van de bewoners van de hemel, voor ogen van de jongens, die bek uiteenreet met het gemak waarmee men een grassprietje doormidden splijt. (52) Op dat moment strooiden de goden van alle werelden jasmijn en andere bloemen over Hem uit en feliciteerden ze Hem begeleid door trommels, schelphoorns en gebeden; toen ze dit zagen waren al de jongens met stomheid geslagen. (53) Zoals het is met de zinnen [als ze weer bij bewustzijn komen] kwamen, met Hem bevrijdt uit de bek van de reiger, al de jongens weer tot leven die door Balarâma werden aangevoerd. Bevrijd van het gevaar omhelsden ze Hem en keerden ze, na hun kalveren te hebben verzameld, terug naar Vraja, alwaar ze luidruchtig melding maakten [van wat zich had voorgedaan]. (54) De gopa's en hun gopî's stonden, nadat ze al de verhalen aangehoord hadden, versteld, en waren zielsverrukt niet in staat hun ogen af te wenden van de jongens die door hen gretig werden aangestaard alsof ze uit de dood waren opgestaan. (55) Hoe wonderlijk dat deze jongen, die al zo vaak met de dood was bedreigd, er nog steeds was, terwijl zij die angst hadden aangejaagd zelf allemaal de dood hadden gevonden. (56) Hoewel ze op Hem afkwamen met de bedoeling deze jongen te doden, was geen van hen die zich in hun kwaadaardigheid zo grotesk vertoonden erin geslaagd; Hem belagend vonden ze allen, als vliegen in het vuur, de dood. (57) Hoe opmerkelijk dat de woorden van de kenners van het Brahman zich nimmer als onwaar bewijzen; dat wat door de hoogste meester [Garga] was voorspeld had zich precies zo voorgedaan [zie 10.8: 8-9]! (58) En zo waren al Nanda's gopa's er verrukt over telkens weer de verhalen te vertellen over Krishna en Balarâma en genoten zij met die praktijk van hun levens zonder dat ze ooit tegen de pijnen van de wereld opliepen [zie ook 1.7: 6]. (59) Op deze manier brachten ze hun jeugd door in de koeiengemeenschap met verschillende soorten van kinderlijk tijdverdrijf als verstoppertje spelen, dammen bouwen en in de rondte springen alsof ze apen waren.'
Tweede editie, geladen 27 maart 2008
Voorgaande Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî S'uka zei: 'De koeherders onder leiding van Nanda die het tumult hoorden van de bomen die neervielen gingen, bang dat het de donder was, naar de plek des onheils, o beste van de Kuru's.S'rî S'uka zei: 'De koeherders onder leiding van Nanda die het tumult hoorden van de bomen die neervielen gingen, bang dat het de donder was, naar de plek des onheils, o beste van de Kuru's. (Vedabase)
Daar de twee arjuna's op de grond gevallen aantreffend hadden ze er stomverbaasd geen idee van wat de oorzaak zou zijn van dit klaarblijkelijke ter aarde storten.
Daar de twee arjuna's op de grond gevallen aantreffend hadden ze er stomverbaasd geen idee van wat de oorzaak zou zijn van dit klaarblijkelijke ter aarde storten. (Vedabase)
Wie zou dit gedaan hebben? Het kind, het houten stampvat achter zich aanslepend aan Hem vastgebonden met het touw? Hoe kon zoiets wonderbaarlijks zich hebben afgespeeld? Ze stonden versteld.
Wie zou dit gedaan hebben? Het kind, het houten stampvat achter zich aanslepend aan Hem vastgebonden met het touw? Hoe kon zoiets wonderbaarlijks zich hebben afgespeeld? Ze stonden versteld. (Vedabase)
De andere kinderen zeiden: 'Hij heeft het gedaan, met de vijzel overdwars tussen de bomen in getrokken! En er waren ook twee personen. We hebben het met eigen ogen gezien!'
De andere kinderen zeiden: 'Hij heeft het gedaan, met de vijzel overdwars tussen de bomen in getrokken! En er waren ook twee personen. We hebben het met eigen ogen gezien!' (Vedabase)
Ze konden niet geloven wat ze zeiden, 'Dat kan niet 't geval zijn; hoe kan nu zo'n klein kind die bomen ontworteld hebben?', maar sommigen van hen twijfelden bij zichzelf [en achtten het heel goed mogelijk].
Ze konden niet geloven wat ze zeiden, 'Dat kan niet 't geval zijn; hoe kan nu zo'n klein kind die bomen ontworteld hebben?', maar sommigen van hen twijfelden bij zichzelf. (Vedabase)
Toen hij zag hoe zijn zoon met het touw vastgebonden zat aan de grote vijzel moest Nanda glimlachen en maakte hij Hem los.
Toen hij zag hoe zijn zoon met het touw vastgebonden zat aan de grote vijzel moest Nanda glimlachen en maakte hij Hem los. (Vedabase)
Door de gopî's aangemoedigd zong bij tijden de Allerhoogste Heer zich voor de domme houdend en leidde Hij ze zo om de tuin alsof Hij een gewoon kind zou zijn dat ze als een marionet onder hun controle hadden.
Door de gopî's aangemoedigd zong bij tijden de Allerhoogste Heer zich voor de domme houdend ze om de tuin leidend alsof Hij een gewoon kind zou zijn dat ze als een marionet onder hun controle hadden. (Vedabase)
Soms als erom gevraagd werd bracht Hij een houten kruk, een maatbeker of schoenen, voor de grap voor Zijn verwanten op Zijn armen slaand [alsof Hij een sterke kerel was].
Somtijds ertoe opgedragen droeg Hij een houten kruk, een maatbeker of schoenen, voor de grap voor Zijn verwanten op Zijn armen slaand [alsof Hij een sterke kerel was]. (Vedabase)
Opdat de hele wereld het zou weten liet Hij zien hoezeer de Opperheer zich voor Zijn dienaren gewonnen geeft, door als een kind bezigzijnd naar ieders genoegen te handelen in Vraja.
Opdat de hele wereld het zou weten liet Hij zien hoezeer de Opperheer zich voor Zijn dienaren gewonnen geeft, als een kind bezig werkelijk handelend naar ieders genoegen in Vraja. (Vedabase)
'O mensen hier in de buurt, haal uw fruit!', hoorde aldus Krishna een fruitverkoopster uitroepen, en snel wat graankorrels grijpend haastte de Onfeilbare, de Schenker van alle Vruchten, Zich derwaarts om fruit te gaan kopen.
'O mensen hier in de buurt, haal uw fruit!', hoorde aldus Krishna een fruitverkoopster uitroepen, en snel haastte Zich de Onfeilbare, de Schenker van alle Vruchten, wat graankorrels grijpend Zich derwaarts om fruit te gaan kopen. (Vedabase)
Wat Hij te bieden had was uit de palmen van Zijn handjes op de grond gevallen, maar de fruitdame vulde ze [niettemin] met vruchten. In ruil vulde zich de gehele mand voor de vruchten zich met goud en juwelen!
Wat Hij te bieden had was uit de palmen van Zijn handjes op de grond gevallen, maar de fruitdame vulde ze [niettemin] met vruchten. In ruil vulde zich de gehele mand voor de vruchten zich met goud en juwelen. (Vedabase)
Na het voorval met de arjuna's riep Rohinî Devî eens om Krishna en Râma die aan de rivieroever de tijd uit het oog hadden verloren in hun spel met de andere kinderen.
Na het voorval met de arjuna's riep Rohinî Devî eens om Krishna en Râma die zich aan de rivieroever hadden verloren in hun spel met de andere kinderen. (Vedabase)
Toen de zoons opgegaan in hun spelletjes niet reageerden op haar oproep, stuurde Rohinî moeder Yas'odâ achter hen aan met haar liefdevolle zorg voor de zoontjes.
Toen de zoons opgegaan in hun spelletjes na geroepen te zijn niet kwamen opdagen, stuurde Rohinî moeder Yas'odâ achter hen aan met haar liefdevolle zorg voor de zoontjes. (Vedabase)
Roepend om Krishna, haar zoon en de andere jongetjes waar Hij zo laat nog mee aan het spelen was, vloeide in haar liefde de melk uit haar borsten.
Roepend om Krishna, haar zoon en de andere jongetjes waar Hij zo laat nog mee aan het spelen was, vloeide in haar liefde de melk uit haar borsten. (Vedabase)
'Krishna, o Krishna mijn lotusoogje, o liefje, stop met spelen, drink wat melk; Je bent vast moe en hongerig mijn zoon!'
'Krishna, o Krishna mijn lotusoogje, o liefje, stop met spelen, drink wat melk; Je bent vast moe en hongerig mijn zoon!' (Vedabase)
O Râma, kom nu meteen alsJeblieft samen met Je jongere broertje, o liefde van de familie, Je hebt zo genoten van Je ontbijt vanmorgen, dus wil je vast nog wel wat meer!
O Râma, kom nu meteen alsJeblieft samen met Je jongere broertje, o liefde van de familie, Je hebt zo genoten van Je ontbijt vanmorgen, dus heb Je weer wat meer nodig! (Vedabase)
O Dâs'ârha ['de dienstbaarheid waardig'], de koning van Vraja wil graag eten en wacht op Jullie beiden, kom hier, wees zo lief en laat de andere jongens naar hun huis toe gaan.
O Dâs'ârha ['de dienstbaarheid waardig'], de koning van Vraja wil graag eten en wacht op Jullie beiden, kom hier, wees zo lief en laat de andere jongens naar hun huis toe gaan. (Vedabase)
Je zit helemaal onder het vuil mijn zoon, kom Je nu wassen; het is vandaag de dag van Je geboortester, wees schoon en dan gaan we koeien weggeven aan de brahmanen!
Je zit helemaal onder het vuil mijn zoon, kom Je nu wassen; het is vandaag de dag van Je geboortester, wees schoon en schenk koeien weg aan de geschoolden! (Vedabase)
Kijk, zie hoe de jongens van Jouw leeftijd, gewassen door hun moeders, allemaal netjes gekleed zijn, zo moet Jij ook met een bad en na gegeten te hebben met hun plezier hebben in Je beste kleren.'
Kijk, zie hoe de jongens van Jouw leeftijd, gewassen door hun moeders, allemaal netjes gekleed zijn, zo moet Jij ook met een bad en na gegeten te hebben met hun plezier hebben in Je beste kleren.' (Vedabase)
Yas'odâ op deze manier in haar intense liefde de Hoogste van hen Allen als haar zoon beschouwend, o heerser der mensen, nam Krishna en Râma bij de hand en bracht ze toen naar huis om ze toonbaar te krijgen.'
Yas'odâ op deze manier in haar intense liefde de Hoogste van hen Allen als haar zoon beschouwend, o heerser der mensen, nam Krishna en Râma bij de hand en bracht ze toen naar huis om ze toonbaar te krijgen. (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'De oudere gopa's die zich vergewist hadden van de ernstige onregelmatigheden in het Grote Woud, belegden een vergadering met Nanda om te bespreken wat er gaande was in Vraja.
S'rî S'uka zei: 'De oudere gopa's die getuige waren van de grove onregelmatigheden in het Grote Woud, belegden een vergadering met Nanda om te bespreken wat er gaande was in Vraja. (Vedabase)
Daar liet Upânanda [Nanda's oudere broer], de oudste en wijste met de grootste ervaring, zich uit over wat gezien de tijd en omstandigheid met Râma en Krishna het beste zou zijn om te doen:
Daar liet Upânanda [Nanda's oudere broer], de oudste en wijste met de grootste ervaring, zich uit over wat naar tijd en omstandigheid met Râma en Krishna het beste zou zijn om te doen: (Vedabase)
'Wij allen die ons Gokula de beste plaats wensen om te wonen, zouden van hier moeten vertrekken; vele dingen doen zich hier voor met de kwade bedoeling de jongens te doden.
'Wij allen die ons Gokula de beste plaats wensen om te wonen, zouden van hier moeten vertrekken; vele dingen doen zich hier voor met de kwade bedoeling de jongens te doden. (Vedabase)
Dat vanwege het feit dat, op de een of andere manier, bij de genade van de Here God Hij, deze jongen, werd verlost uit de greep van de Râkshasî [Pûtanâ] die hier naartoe kwam om kinderen te doden en om het feit dat de handkar Hem maar net miste toen die omviel.
Het gaat erom dat, op de een of andere manier, met de genade van de Heer Hij, deze jongen, werd verlost uit de greep van de râkshasî [Pûtanâ] die er hier op uit was om kinderen te doden en om het feit dat de handkar Hem maar net miste toen die omviel. (Vedabase)
En toen was er die duivel in de gedaante van een wervelwind, die Hem meevoerde de lucht in om vervolgens zo gevaarlijk op de rotsige bodem neer te storten, waarbij de Heer der Gelovigen Hem weer redde.
En toen was er die duivel in de gedaante van een wervelwind, die Hem meevoerde de lucht in om vervolgens zo gevaarlijk op de rotsige bodem te vallen, van wie de Beheerser der Godvrezenden Hem redde. (Vedabase)
Noch stierf dat kind, noch andere kinderen, door de twee bomen waar Hij tussen was geraakt; zelfs toen werd Hij gered door de Onfeilbare.
Noch stierf dat kind, noch andere kinderen, door de twee bomen waar Hij tussen was geraakt; zelfs toen werd Hij gered door de Onfeilbare. (Vedabase)
Zolang als de duivel ons hier lastig valt kunnen we niet in deze koeienplaats blijven en moeten we voordat het te laat is in het belang van de jongens van hier vertrekken; laten we, met z'n allen, naar elders verhuizen.
Zolang als de duivel ons hier lastig valt kunnen we niet in deze koeienplaats blijven en moeten we voor de tijd nodig in het belang van de jongens van hier vertrekken; laten we, met allen die bij ons horen, naar elders gaan. (Vedabase)
Er is een ander bos genaamd Vrindâvana [het 'groepjes bos' *] met veel nieuw groen dat een zeer geschikte plek is voor gopa, gopî en koe met zijn serene rotsformaties, een rijke schakering aan planten en veel gras.
Er is een ander bos genaamd Vrindâvana [het 'groepjes bos' *] met jonge bosschages dat een zeer geschikte plek is voor gopa, gopî en koe met serene rotsformaties, een weelderige plantengroei en veel gras. (Vedabase)
Laten we daarom meteen allemaal vandaag nog daar naar toe gaan en onze tijd niet verspillen, maak de karren klaar en ga samen op weg met de weelde van onze koeien voorop - als jullie het hier mee eens kunnen zijn dan.'
Laten we daarom allemaal direct vandaag nog daar naar toe gaan, verspil geen tijd, maak alle karren klaar en ga allemaal op weg met de weelde van onze koeien voorop - als jullie het tenminste hier allemaal mee eens kunnen zijn.' (Vedabase)
Toen ze dat hoorden zeiden al de gopa's eenstemmig 'Juist zo, dat is goed', en begonnen ze de koeien samen te brengen en hun bezittingen op te laden.
Toen ze dat hoorden zeiden al de gopa's eenstemmig 'Juist zo, dat is goed', en begonnen ze de koeien samen te brengen en hun bezittingen op te laden. (Vedabase)
De ouden van dagen, de vrouwen en de kinderen kwamen met de grootste zorg als eersten aan de beurt en vervolgens, o Koning, vertrokken met al hun levensbehoeften op de ossenkarren de gopa's compleet met hun bogen en pijlen samen met de priesters en de koeien voor zich uit, onder het luide geschal in de wijde omtrek van hun hoorns en trompetten.
De ouden van dagen, de vrouwen en de kinderen kwamen met de grootste zorg als eersten aan de beurt en vervolgens, o Koning, met al hun levensbehoeften op de ossenkarren vertrokken de gopa's compleet met hun bogen en pijlen samen met de priesters en de koeien voor zich uit, onder het luide geschal in de wijde omtrek van hun hoorns en trompetten. (Vedabase)
De gopî's fraai uitgedost met al het goud om hun nekken en met hun lichamen opgesierd met verse kunkum, zongen met veel plezier tijdens de rit op de karren over Krishna's spel en vermaak.
De gopî's fraai uitgedost met al het goud om hun nekken en hun lichamen opgesierd met verse kunkum, zongen met groot plezier tijdens de rit op de karren over Krishna's spel en vermaak. (Vedabase)
Yas'odâ en Rohinî, tezamen gezeten op één kar prachtig met Krishna en Balarâma, waren zeer gelukkig de verhalen te horen die ze zongen.
Yas'odâ en Rohinî tezamen gezeten op één kar prachtig met Krishna en Balarâma waren zeer gelukkig de verhalen te horen die ze zongen. (Vedabase)
Vrindâvana bereikend, waar het prettig toeven is in alle seizoenen, vormden ze een afscherming voor de koeien door de karren maanvormig in een halve cirkel te plaatsen.
Vrindâvana bereikend, waar het prettig toeven is in alle seizoenen, vormden ze een omheining voor de koeien door de karren in een halve cirkel als van de maan te plaatsen. (Vedabase)
O heerser der mensen, toen Râma en Mâdhava Vrindâvana zagen met de heuvel Govardhana en de oevers van de Yamunâ, waren ze in hun nopjes zo blij.
O heerser der mensen, toen Râma en Mâdhava Vrindâvana zagen met de heuvel Govardhana en de oevers van de Yamunâ, waren ze in hun nopjes zo blij. (Vedabase)
Al de bewoners van de koeiengemeenschap [het nieuwe Vraja] waren aldus verrukt over het kinderspel en de gebroken taal van Zij die in de loop van de tijd oud genoeg waren om zorg te dragen voor de kalveren.
Al de bewoners van de koeiengemeenschap [het nieuwe Vraja] waren aldus verrukt over het kinderspel en de gebroken taal van hen die in de loop van de tijd oud genoeg waren om zorg te dragen voor de kalveren. (Vedabase)
In de omgeving van het grondgebied van hun Vraja hoedden Ze samen met de andere jongens die leefden voor de koeien, de kalfjes, op verschillende manieren zich vermakend met allerlei gespeel.
In de buurt van het land van hun Vraja hoedden ze samen met de andere jongens die leefden voor de koeien, de kalfjes, op verschillende manieren zich vermakend met allerlei gespeel. (Vedabase)
Soms op hun fluiten blazend, soms met een slinger gooiend [voor de vruchten], soms met hun voeten bewegend voor het getinkel [van hun enkelbelletjes], soms koetje en stiertje spelend, hard loeiend de dieren nadoend die met elkaar aan het vechten waren en soms de geluiden van andere dieren imiterend, zwierven ze rond als twee gewone kinderen.
Soms op hun fluiten blazend, soms met een slinger gooiend [voor de vruchten], soms met hun voeten bewegend voor het getinkel [van hun enkelbelletjes], soms koetje en stiertje spelend, luid brullend de dieren nadoend die met elkaar aan het vechten waren en soms de kreten van de dieren imiterend, zwierven ze rond als twee gewone kinderen. (Vedabase)
Op een dag aan de oever van de Yamunâ hun kalveren hoedend met hun speelkameraadjes kwam er daar een demon [Vatsâsura] met de bedoeling Krishna en Balarâma te doden.
Op een dag aan de oever van de Yamunâ hun kalveren hoedend met hun speelkameraadjes kwam er daar een demon [Vatsâsura] met de bedoeling Krishna en Balarâma te doden. (Vedabase)
Hem in de gaten krijgend die onder het aannemen van de gedaante van een kalf zich had gemengd onder de andere kalveren, vestigde de Heer de aandacht op hem naar Baladeva gebarend, terwijl Hij ondertussen onopvallend zich langzaam in zijn richting bewoog.
Hem opmerkend die onder het aannemen van de gedaante van een kalf zich had gemengd onder de andere kalveren, vestigde de Heer de aandacht op hem naar Baladeva gebarend, terwijl Hij ondertussen onopvallend zich langzaam in zijn buurt bewoog. (Vedabase)
Hem samen met zijn staart bij de achterpoten vattend slingerde Acyuta hem hard in het rond en gooide Hij hem levenloos bovenin een kapittha boom [**] alwaar het lichaam van de demon tot een gigantisch formaat uitdijde en toen, samen met de boom, dood op de grond smakte.
Hem samen met zijn staart bij de achterpoten vattend slingerde Acyuta hem zwaar in de rondte en gooide Hij hem levenloos bovenop een kapittha boom [**] alwaar het lichaam van de demon tot een gigantisch formaat uitdijde en samen met de boom dood op de grond klapte. (Vedabase)
De jongens die dit voorval allen had gadegeslagen waren hogelijkst verwonderd en prezen Hem hoog, uitroepend: 'Goed gedaan, goed zo!', en de goden lieten tevreden een regen van bloemen op Hem neerdalen.
Al de jongens die dit voorval gadesloegen waren hogelijkst verwonderd en prezen Hem hoog, uitroepend: 'Goed gedaan, goed zo!', en de goden deden behaagd een regen van bloemen op Hem neerdalen. (Vedabase)
Zij, de Ene Beschermers van Al de Werelden die waren veranderd in de beschermers van de jongeren, voltooiden die ochtend hun ontbijt en trokken verder de kalveren hoedend.
Zij, de Ene Beschermers van Al de Werelden die waren veranderd in de beschermers van de jeugdigen, voltooiden die ochtend hun ontbijt en trokken verder de kalveren hoedend. (Vedabase)
Met ieder van hen verantwoordelijk voor zijn eigen groepje kalveren arriveerden ze op een dag bij een waterplaats om de dieren te drenken waarna ook zij dronken van het water.
Met ieder van hen een eigen groepje kalveren kwamen ze op een dag bij een waterbekken om de dieren te drenken waarna zij ook dronken van het water. (Vedabase)
Daar zagen ze recht voor zich een gigantische gestalte die, als een door de bliksem getroffen, naar beneden gevallen bergpiek, hen schrik aanjaagde.
Daar voor het oog van al de jongens bevond zich een gigantisch lichaam dat, neergevallen als een bergpiek getroffen door een bliksemschicht, hen angst aanjaagde. (Vedabase)
Het was van een demon genaamd Bakâsura, een enorm monster die de gedaante had aangenomen van een gigantische reiger [een baka ***]; vanwaar hij was verzwolg hij allermachtigst zomaar opeens Krishna met zijn scherpe snavel.
Die daar heette Bakâsura, een grote duivel die de gedaante had aangenomen van een gigantische reiger [een baka ***]; daar aanlandend verzwolg hij allermachtigst zo maar opeens Krishna met zijn scherpe snavel. (Vedabase)
Ziend hoe Krishna door de reiger werd opgeslokt waren al de jongens met Râma voorop verbijsterd en stonden ze geheel overweldigd stomverbaasd te staren.
Ervan getuige hoe Krishna door de reiger werd opgeslokt waren al de jongens met Râma voorop in al hun zinnen overweldigd en stonden ze stomverbaasd te staren. (Vedabase)
Hij, die zoon van een koeherder, de Gebieder van de Heer van het Universum, begon diep in zijn keel te branden als een vuur en werd terstond weer kwaad losgelaten zonder een schrammetje, waarop de reiger meteen weer probeerde om Hem met zijn scherpe snavel te doden.
Hij, die zoon van een koeherder, de Heer van de Heer van het Universum, brandde diep in zijn keel en werd terstond weer losgelaten zonder een schrammetje waarop de reiger meteen weer probeerde om Hem met zijn scherpe snavel te doden. (Vedabase)
Hij met Bakâsura opnieuw in de aanval, ving de snavel van die vriend van Kamsa op met Zijn armen, waarna Hij als de Meester der Waarachtigen in dienst van de bewoners van de hemel, voor ogen van de jongens, die bek uiteenreet met het gemak waarmee men een grassprietje doormidden splijt.
Hij met Bakâsura die het opnieuw probeerde, ving die vriend van Kamsa met Zijn armen bij zijn snavel, welke Hij als de Meester der Waarachtigen in dienst van de bewoners van de hemel, terwijl de jongens toekeken, zo gemakkelijk uiteen reet als men een grassprietje door midden splijt. (Vedabase)
Op dat moment strooiden de goden van alle werelden jasmijn en andere bloemen over Hem uit en feliciteerden ze Hem begeleid door trommels, schelphoorns en gebeden; toen ze dit zagen waren al de jongens met stomheid geslagen.
Op dat moment strooiden de goden van alle werelden jasmijn en andere bloemen uit en feliciteerden ze Hem samen met trommels, schelphoorns en gebeden; toen ze dit zagen waren al de jongens met stomheid geslagen. (Vedabase)
Zoals het is met de zinnen [als ze weer bij bewustzijn komen] kwamen, met Hem bevrijdt uit de bek van de reiger, al de jongens weer tot leven die door Balarâma werden aangevoerd. Bevrijd van het gevaar omhelsden ze Hem en keerden ze, na hun kalveren te hebben verzameld, terug naar Vraja, alwaar ze luidruchtig melding maakten [van wat zich had voorgedaan].
Zoals het is met de zinnen [als ze weer bij bewustzijn komen] keerde, bevrijdt uit de bek van de reiger, het leven terug in al de jongens onder Balarâma en bevrijd van het gevaar Hem omhelzend keerden ze, na hun kalveren bijeen gebracht te hebben, terug naar Vraja, onder luide verkondigingen [van wat zich had voorgedaan]. (Vedabase)
De gopa's en hun gopî's stonden, nadat ze al de verhalen aangehoord hadden, versteld, en waren zielsverrukt niet in staat hun ogen af te wenden van de jongens die door hen gretig werden aangestaard alsof ze uit de dood waren opgestaan.
De gopa's en hun gopî's nadat ze er alles van gehoord hadden stonden versteld, en waren zielsverrukt niet in staat hun ogen af te wenden van de jongens die ze gretig aanstaarden alsof ze uit de dood waren opgestaan. (Vedabase)
Hoe wonderlijk dat deze jongen, die al zo vaak met de dood was bedreigd, er nog steeds was, terwijl zij die angst hadden aangejaagd zelf allemaal de dood hadden gevonden.
Hoe verbazingwekkend dat deze jongen, die voorheen zo vaak met de dood was bedreigd, er nog steeds was, terwijl allen die angst hadden aangejaagd zelf allemaal aan hun einde waren gekomen. (Vedabase)
Hoewel ze op Hem afkwamen met de bedoeling deze jongen te doden, was geen van hen die zich in hun kwaadaardigheid zo grotesk vertoonden erin geslaagd; Hem belagend vonden ze allen, als vliegen in het vuur, de dood.
Hoewel ze op Hem afkwamen met de bedoeling deze jongen te doden, waren ze er, zich in hun kwaadaardigheid zo grotesk vertonend, geen van allen in geslaagd; Hem benaderend gingen ze allemaal ten onder als vliegen in het vuur. (Vedabase)
Hoe opmerkelijk dat de woorden van de kenners van het Brahman zich nimmer als onwaar bewijzen; dat wat door de hoogste meester [Garga] was voorspeld had zich precies zo voorgedaan [zie 10.8: 8-9]!
Hoe wonderbaarlijk was het dat de woorden van de kenners van het Brahman zich nimmer onwaar betoonden; dat wat door de hoogste meester [Garga] was voorspeld had zich precies zo voorgedaan [zie 10.8: 8-9]! (Vedabase)
En zo waren al Nanda's gopa's er verrukt over telkens weer de verhalen te vertellen over Krishna en Balarâma en genoten zij met die praktijk van hun levens zonder dat ze ooit tegen de pijnen van de wereld opliepen [zie ook 1.7: 6].
En zo waren al Nanda's gopa's verrukt de verhalen weer te vertellen over Krishna en Balarâma en genoten zij daarmee hun levens zonder tegen de pijnen van de wereld op te lopen [zie ook 1.7: 6]. (Vedabase)
Op deze manier brachten ze hun jeugd door in de koeiengemeenschap met verschillende soorten van kinderlijk tijdverdrijf als verstoppertje spelen, dammen bouwen en in de rondte springen alsof ze apen waren.'
(Op deze manier brachten ze hun jeugd door in de koeiengemeenschap met verschillende soorten van kinderlijk tijdverdrijf als verstoppertje spelen, dammen bouwen en in de rondte springen alsof ze apen waren. (Vedabase)
*: Vrindâvana is gelegen tussen Nandes'vara en Mahâvana.
**: De kapittha word soms kshatbelphala genoemd. Het vruchtvlees is zeer smakelijk. Het is zoet-zuur en geliefd bij iedereen.
***: De reiger is een zeer slimme vogel, vol van list, bedrog en opzet en staat zo model voor de hypocriet, de bedrieger, de schurk.
![]()
Voor deze vertaling werd het enige deel dat Svâmi Prabhupâda van het tiende Canto schreef gebruikt.
Zie de Srîmad Bhâgavatam linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Het eerste schilderij van de fruitverkoopster is van B.K. Mitra.
Het tweede schilderij is getiteld: 'Krishna Kills the Crane Demon',
Folio from a Bhagavata Purana (Ancient Stories of the Lord), India, Delhi region or Rajasthan, South Asia 1525-1550.
Source: LACMA.
Productie: de Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd.
Feed-back | Links | Downloads | Muziek | Afbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties