Tweede
editie, geladen 25 december 2008

Bronteksten
(geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):
Krishna
and Balarama Meet the Inhabitants of
Vrindâvana
Tekst
1
S'rî
S'uka zei: 'In de tijd dat Râma en Krishna in
Dvârakâ leefden, was er op een dag
[*]
een zonsverduistering die zo indrukwekkend was als het einde
van de dag van Brahmâ.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Once, while Balarâma and
Krishna were living in Dvârakâ, there occurred a
great eclipse of the sun, just as if the end of Lord
Brahmâ's day had come. (Vedabase)
Tekst
2
De mensen die
dat van tevoren reeds wisten, o Koning, kwamen van overal naar
het veld van Samanta-pañcaka ['de vijf meren' te
Kurukshetra] in de hoop daarmee hun voordeel te
doen.
Knowing
of this eclipse in advance, O King, many people went to the
holy place known as Samanta-pañcaka in order to earn
pious credit. (Vedabase)
Tekst
3-6
Het is de
plaats waar Heer Paras'urâma, de grootste held op
wapengebied, met het met de aarde verlossen van haar
overheersers met de stromen bloed van de koningen de grote
meren schiep [zie 9.16:
18-19].
Bhagavân Paras'urâma was daartoe, hoewel karmische
terugslagen geen vat op Hem hadden, als de Beheerser om de
wereld in het algemeen instructie te verschaffen, daar van
aanbidding als was hij een andere [een gewone] persoon
die het wenst de zonde van zich af te schudden. Aldus kwam, o
zoon van Bharata, voor die gelegenheid een groot aantal mensen
uit Bhârata daar naartoe voor een heilige bedevaart. De
Vrishni's, met inbegrip van Akrûra, Vasudeva, Âhuka
[Ugrasena] en anderen die een punt wilden zetten achter
hun zonden, gingen allen naar die heilige plaats terwijl Gada,
Pradyumna en anderen met Sucandra, S'uka en Sârana en de
legeraanvoerder Kritavarmâ, thuisbleven om de wacht te
houden.
After
ridding the earth of kings, Lord Paras'urâma, the
foremost of warriors, created huge lakes from the kings'
blood at Samantaka-pañcaka. Although he is never
tainted by karmic reactions, Lord Paras'urâma
performed sacrifices there to instruct people in general;
thus he acted like an ordinary person trying to free himself
of sins. From all parts of Bhârata-varsha a great
number of people now came to that Samanta-pañcaka on
pilgrimage. O descendant of Bharata, among those arriving at
the holy place were many Vrishnis, such as Gada, Pradyumna
and Sâmba, hoping to be relieved of their sins;
Akrûra, Vasudeva, Âhuka and other kings also
went there. Aniruddha remained in Dvârakâ with
Sucandra, S'uka and Sârana to guard the city, together
with Kritavarmâ, the commander of their armed forces.
(Vedabase)
Tekst
7-8
Als stralende
Vidyâdhara's
kwamen ze in wagens die leken op die waar de goden in zitten,
zich bewegend in grote golven met paarden en trompetterende
olifanten en massa's voetvolk. Schitterend met hun vrouwen, met
gouden halskettingen, bloemenslingers, uitdossing en kuras,
kwamen ze tijdens hun reis zo verheven goddelijk en
majesteitelijk over als zij die door de hemel
reizen.
The
mighty Yâdavas passed with great majesty along the
road. They were attended by their soldiers, who rode on
chariots rivaling the airplanes of heaven, on horses moving
with a rhythmic gait, and on bellowing elephants as huge as
clouds. Also with them were many infantrymen as effulgent as
celestial Vidyâdharas. The Yâdavas were so
divinely dressed - being adorned with gold necklaces and
flower garlands and wearing fine armor - that as they
proceeded along the road with their wives they seemed to be
demigods flying through the sky. (Vedabase)
Tekst
9
De zeer vrome
Yâdava's aldaar badend en vastend, droegen er nauwlettend
zorg voor dat de brahmanen koeien werden gegeven,
kledingstukken, bloemenslingers, goud en
halskettingen.
At
Samanta-pañcaka, the saintly Yâdavas bathed and
then observed a fast with careful attention. Afterward they
presented brâhmanas with cows bedecked with
garments, flower garlands and gold necklaces.
(Vedabase)
Tekst
10
In de meren van
Paras'urâma zoals voorgeschreven nogmaals een bad nemend
[de volgende dag ter afsluiting van het vasten], baden
de Vrishni's, met het de tweemaal geborenen rijkelijk voorzien
van de meest uitgelezen spijzen: 'Moge er onze toewijding voor
Krishna zijn.'
In
accordance with scriptural injunctions, the descendants of
Vrishni then bathed once more in Lord Paras'urâma's
lakes and fed first-class brâhmanas with
sumptuous food. All the while they prayed, "May we be
granted devotion to Lord Krishna." (Vedabase)
Tekst
11
Toen genoten de
Vrishni's, met Krishna als hun enige echte godheid, met Zijn
permissie van de maaltijd, waarbij ze comfortabel in de koele
schaduw van de bomen zaten.
Then,
with the permission of Lord Krishna, their sole object of
worship, the Vrishnis ate breakfast and sat down at their
leisure beneath trees that gave cooling shade.
(Vedabase)
Tekst
12-13
Zij, daar
aangekomen, ontmoetten hun vrienden en verwanten, de koningen
van de Matsya's, Us'înara's, Kaus'alya's, Vidarbha's,
Kuru's, Sriñjaya's, Kâmboja's, Kaikaya's, Madra's,
Kuntî's, Ânarta's, Kerala's en anderen, alsook
honderden medestanders en tegenstanders o Koning. Ook zagen ze
er hun vrienden de gopa's en gopî's
aangevoerd door Nanda die er al zo lang naar uitzagen
[om hen te zien].
The
Yâdavas saw that many of the kings who had arrived
were old friends and relatives - the Matsyas,
Us'înaras, Kaus'alyas, Vidarbhas, Kurus,
Sriñjayas, Kâmbojas, Kaikayas, Madras,
Kuntîs and the kings of Ânarta and Kerala. They
also saw many hundreds of other kings, both allies and
adversaries. In addition, my dear King Parîkshit ,
they saw their dear friends Nanda Mahârâja and
the cowherd men and women, who had been suffering in anxiety
for so long. (Vedabase)
Tekst
14
Elkaar weer
treffend omhelsden ze hen krachtig met stromen tranen,
kippenvel en een verstikte stem in de hoogste staat van
vervoering waarbij, door hun emoties, hun harten en gezichten
zo prachtig opbloeiden als lotussen.
As
the great joy of seeing one another made the lotuses of
their hearts and faces bloom with fresh beauty, the men
embraced one another enthusiastically. With tears pouring
from their eyes, the hair on their bodies standing on end
and their voices choked up, they all felt intense bliss.
(Vedabase)
Tekst
15
De vrouwen die
elkaar weer zagen glimlachten met grote ogen gevuld met tranen
van pure liefde en sloten elkaar met de grootste vriendschap in
hun armen, borsten tegen borsten drukkend die waren ingesmeerd
met kunkuma-pasta.
The
women glanced at one another with pure smiles of loving
friendship. And when they embraced, their breasts, smeared
with saffron paste, pressed against one another as their
eyes filled with tears of affection. (Vedabase)
Tekst
16
Vervolgens
bewezen ze de ouderen hun respect en namen ze de eerbetuigingen
in ontvangst van jongere verwanten. Nadat ze elkaar hadden
gevraagd naar hun welzijn en het gemak van hun reis begonnen ze
onderling te praten over Krishna.
They
all then offered obeisances to their elders and received
respect in turn from their younger relatives. After
inquiring from one another about the comfort of their trip
and their well-being, they proceeded to talk about Krishna.
(Vedabase)
Tekst
17
Kuntî die
haar broers en zusters zag, alsook haar ouders, haar
schoonzussen en Mukunda, vergat haar verdriet op het moment dat
ze met hen sprak.
Queen
Kuntî met with her brothers and sisters and their
children, and also with her parents, her brothers' wives and
Lord Mukunda. While talking with them she forgot her sorrow.
(Vedabase)
Tekst
18
Kuntî
zei: 'O achtenswaardige, o broer van me, ik voel me zeer
gefrustreerd in mijn verlangens omdat jullie, hoe heilig je ook
bent, niet hebben gedacht aan wat me allemaal overkwam in mijn
tegenspoed [zie ook 1.8:
24]!
Queen
Kuntî said: My dear, respectable brother, I feel that
my desires have been frustrated, because although all of you
are most saintly, you forgot me during my calamities.
(Vedabase)
Tekst
19
Vrienden,
verwanten - zoons, broers en ouders zelfs - vergeten makkelijk
degene onder hen die het minder goed treft in het
leven.'
Friends
and family members - even children, brothers and parents -
forget a dear one whom Providence no longer favors.
(Vedabase)
Tekst
20
S'rî
Vasudeva zei: 'Mijn beste, wees niet boos op ons, de mens is
een speelbal van het lot, een persoon immers, of hij nu op
eigen houtje bezig is of handelt in opdracht, valt altijd onder
het gezag van de Heer.
S'rî
Vasudeva said: Dear sister, please do not be angry with us.
We are only ordinary men, playthings of fate. Indeed,
whether a person acts on his own or is forced by others, he
is always under the Supreme Lord's control.
(Vedabase)
Tekst
21
Zwaar belaagd
door Kamsa hebben we ons in alle richtingen verspreid [zie
10.2:
7 en
10.4];
pas nu keerden we door Goddelijke Voorbeschikking terug naar
onze eigenlijke posities, o zuster.'
Harassed
by Kamsa, we all fled in various directions, but by the
grace of Providence we have now finally been able to return
to our homes, my dear sister. (Vedabase)
Tekst
22
S'rî
S'uka zei: 'Al de koningen daar geëerd door Vasudeva,
Ugrasena en de andere Yâdava's, vonden vrede in de
opperste extase Acyuta te zien.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Vasudeva, Ugrasena and the other
Yadus honored the various kings, who became supremely
blissful and content upon seeing Lord Acyuta.
(Vedabase)
Tekst
23-26
Bhîshma,
Drona, de zoon van Ambikâ [Dhritarâshthra],
Gândhârî met haar zoons alsook de
Pândava's en hun echtgenotes, Kuntî,
Sañjaya, Vidura en Kripa; Kuntîbhoja en
Virâtha, Bhîshmaka, de grote Nagnajit, Purujit,
Drupada, S'alya, Dhrishthaketu, en hij, de koning van
Kâs'i; Damaghosha, Vis'âlâksha, de koningen
van Maithila, Madra en Kekaya, Yudhâmanyu en
Sus'armâ en Bâhlika en anderen met hun zoons,
alsook, o beste der koningen, vele andere koningen ressorterend
onder Yudhishthhira, waren allen vol van verwondering om het
verblijf van S'rî, de persoonlijke gedaante van
S'âuri,
samen met Zijn vrouwen te aanschouwen.
All
the royalty present, including Bhîshma, Drona,
Dhritarâshthra, Gândhârî and her
sons, the Pândavas and their wives, Kuntî,
Sañjaya, Vidura, Kripâcârya,
Kuntîbhoja, Virâtha, Bhîshmaka, the great
Nagnajit, Purujit, Drupada, S'alya, Dhrishthaketu,
Kâs'irâja, Damaghosha, Vis'âlâksha,
Maithila, Madra, Kekaya, Yudhâmanyu, Sus'armâ,
Bâhlika with his associates and their sons, and the
many other kings subservient to Mahârâja
Yudhishthhira - all of them, O best of kings, were simply
amazed to see the transcendental form of Lord Krishna, the
abode of all opulence and beauty, standing before them with
His consorts. (Vedabase)
Tekst
27
Toen ze van
Râma en Krishna gepast de eerbewijzen in ontvangst hadden
genomen prezen de koningen op hun beurt vervuld van vreugde
enthousiast de Vrishni's, de persoonlijke metgezellen van
Krishna:
After
Lord Balarâma and Lord Krishna had liberally honored
them, with great joy and enthusiasm these kings began to
praise the members of the Vrishni clan, S'rî Krishna's
personal associates. (Vedabase)
Tekst
28
'O meester van
de Bhoja's [Ugrasena], u bent van een geboorte die de
moeite waard is onder de mensen in deze wereld, omdat u
herhaaldelijk Krishna ziet die zelfs door de yogi's maar zelden
wordt gezien.
[The
kings said:] O King of the Bhojas, you alone among men
have achieved a truly exalted birth, for you continually
behold Lord Krishna, who is rarely visible even to great
yogîs. (Vedabase)
Tekst
29-30
Zijn faam zoals
uitgedragen door de Veda's, het water dat van Zijn voeten
afspoelt en de woorden van de geopenbaarde geschriften zuiveren
grondig dit universum [zie ook B.G.
15: 15].
Door de aanraking van Zijn lotusgelijke voeten is, ookal was
haar goede geluk verwoest door de Tijd, de vitaliteit van de
aarde ontwaakt en laat ze in overvloed op ons neerregenen alles
wat we maar verlangen. Met het door u zien van Hem in eigen
persoon, het Hem aanraken en met Hem rondlopen, converseren,
neerliggen, zitten, eten, getrouwd zijn en het als bloedverwant
verbonden zijn met Hem, hebt u die het [normaal
gesproken] helse pad van het gezinsleven bewandelt nu
Vishnu gevonden, de hemel en bevrijding die het einde vormt
[van iemands zoeken. Zie ook 5.14
en 7.14
en B.G.
11: 41-42].'
His
fame, as broadcast by the Vedas, the water that has washed
His feet, and the words He speaks in the form of the
revealed scriptures - these thoroughly purify this universe.
Although the earth's good fortune was ravaged by time, the
touch of His lotus feet has revitalized her, and thus she is
raining down on us the fulfillment of all our desires. The
same Lord Vishnu who makes one forget the goals of heaven
and liberation has now entered into marital and blood
relationships with you, who otherwise travel on the hellish
path of family life. Indeed, in these relationships you see
and touch Him directly, walk beside Him, converse with Him,
and together with Him lie down to rest, sit at ease and take
your meals. (Vedabase)
Tekst
31
S'rî
S'uka zei: 'Toen Nanda erachter kwam dat de Yadu's onder
leiding van Krishna daar waren aangekomen, ging hij op pad om
Hem te ontmoeten, vergezeld door de gopa's met hun
bezittingen op hun wagens.
S'ukadeva
Gosvâmî said: When Nanda Mahârâja
learned that the Yadus had arrived, led by Krishna, he
immediately went to see them. The cowherds accompanied him,
their various possessions loaded on their wagons.
(Vedabase)
Tekst
32
Erover verrukt
Hem te zien leefden de Vrishni's helemaal op als ontwaakten ze
uit de dood en omhelsden ze Hem stevig, erover opgewonden na zo
een lange tijd Hem voor zich te zien.
Seeing
Nanda, the Vrishnis were delighted and stood up like dead
bodies coming back to life. Having felt much distress at not
seeing him for so long, they held him in a tight embrace.
(Vedabase)
Tekst
33
Vasudeva, die
door de liefde buiten zichzelf van vreugde aan het omhelzen
was, herinnerde zich de moeilijkheden zoals ze veroorzaakt
waren door Kamsa en om reden waarvan hij zijn zoons in Gokula
had moeten achterlaten [zie 10.3
& 10.5].
Vasudeva
embraced Nanda Mahârâja with great joy. Beside
himself with ecstatic love, Vasudeva remembered the troubles
Kamsa had caused him, forcing him to leave his sons in
Gokula for Their safety. (Vedabase)
Tekst
34
Krishna en
Râma betoonden met het omhelzen van Hun
[pleeg-]ouders hen de eer en brachten, met Hun kelen
vol van tranen van liefde, niets uit, o grootste held van de
Kuru's.
O
hero of the Kurus, Krishna and Balarâma embraced Their
foster parents and bowed down to them, but Their throats
were so choked up with tears of love that the two Lords
could say nothing. (Vedabase)
Tekst
35
Hen op hun
schoten hijsend en Ze in hun armen houdend gaven de twee zo
fortuinlijke zielen, hij en Yas'odâ, hun verdriet op
[van het zo lang gescheiden te zijn
geweest].
Raising
their two sons onto their laps and holding Them in their
arms, Nanda and saintly mother Yas'odâ forgot their
sorrow. (Vedabase)
Tekst
36
Rohinî en
Devakî die daarna de koningin van Vraja omhelsden met in
gedachten wat ze allemaal [voor hen] gedaan had uit
vriendschap, spraken haar toe met kelen vol met
tranen:
Then
Rohinî and Devakî both embraced the Queen of
Vraja, remembering the faithful friendship she had shown
them. Their throats choking with tears, they addressed her
as follows. (Vedabase)
Tekst
37
'Welke vrouw
kan nu de aanhoudende vriendschap vergeten van jou en Nanda, o
koningin van Vraja; zelfs niet het verwerven van de rijkdom van
Indra zou afdoende zijn om het jullie in deze wereld te
vergoeden.
[Rohinî
and Devakî said:] What woman could forget the
unceasing friendship you and Nanda have shown us, dear Queen
of Vraja? There is no way to repay you in this world, even
with the wealth of Indra. (Vedabase)
Tekst
38
Voordat deze
Twee hun ouders konden ontmoeten ontvingen Ze, verblijvend bij
jullie twee als Hun [stief-]ouders, de opvoeding en
genegenheid, de voeding en bescherming, mijn beste dame. Onder
de vleugels van jullie heiligen, die voor niemand een vreemde
zijn en zo goed van bescherming zijn als oogleden voor de ogen,
hadden Ze niets te vrezen.'
Before
these two boys had ever seen Their real parents, you acted
as Their parents and gave Them all affectionate care,
training, nourishment and protection. They were never
afraid, good lady, because you protected Them just as
eyelids protect the eyes. Indeed, saintly persons like you
never discriminate between outsiders and their own kin.
(Vedabase)
Tekst
39
S'rî
S'uka zei: 'De gopî's nu ze na zo'n lange tijd
Krishna, het voorwerp van hun verlangen, weer terugzagen - voor
de aanblik van wie ze de schepper van hun oogleden wel konden
verwensen [zie 10.31:
15] -
sloten allen via hun ogen Hem in hun harten om Hem daar naar
hartelust te omhelzen en bereikten zo de extatische vervoering
die zelfs voor hen die voortdurend bezig zijn met mediteren
moeilijk te bereiken is.
S'ukadeva
Gosvâmî said: While gazing at their beloved
Krishna, the young gopîs used to condemn the creator
of their eyelids, [which would momentarily block their
vision of Him]. Now, seeing Krishna again after such a
long separation, with their eyes they took Him into their
hearts, and there they embraced Him to their full
satisfaction. In this way they became totally absorbed in
ecstatic meditation on Him, although those who constantly
practice mystic yoga find such absorption difficult to
achieve. (Vedabase)
Tekst
40
De Allerhoogste
Heer, ze meer privé benaderend, vroeg hen, ze omhelzend,
naar hun gezondheid en zei lachend dit:
The
Supreme Lord approached the gopîs in a secluded place
as they stood in their ecstatic trance. After embracing each
of them and inquiring about their well-being, He laughed and
spoke as follows. (Vedabase)
Tekst
41
'Beste
vriendinnen, herinneren jullie je Ons nog, Wij die eropuit om
de partij van onze vijanden te vernietigen, omwille van die
plicht zo lang wegbleven?
[Lord
Krishna said:] My dear girîfriends, do you still
remember Me? It was for My relatives' sake that I stayed
away so long, intent on destroying My enemies.
(Vedabase)
Tekst
42
Misschien
denken jullie wel slecht over Ons ervan uitgaande dat We jullie
uit ons hoofd gezet zouden hebben - maar in feite is het de
Opperheer die de levende wezens samenbrengt en
scheidt.
Do
you perhaps think I'm ungrateful and thus hold Me in
contempt? After all, it is the Supreme Lord who brings
living beings together and then separates them.
(Vedabase)
Tekst
43
Zoals de wind
massa's wolken, gras, zaadpluizen en stof samenbrengend, ze
weer uit elkaar gooit, gaat op dezelfde manier de Schepper van
de levenden tewerk met Zijn wezens [vergelijk
10.5:
24-25].
Just
as the wind brings together masses of clouds, blades of
grass, wisps of cotton and particles of dust, only to
scatter them all again, so the creator deals with His
created beings in the same way. (Vedabase)
Tekst
44
Bij genade van
de liefde voor Mij die zich fortuinlijk genoeg ontwikkelde van
de kant van jullie goede zelven, hebben jullie Mij verworven;
en inderdaad is het de toegewijde dienst aan Mij wat de
levenden naar de onsterfelijkheid leidt [vergelijk B.G.
9:
33].
Rendering
devotional service to Me qualifies any living being for
eternal life. But by your good fortune you have developed a
special loving attitude toward Me, by which you have
obtained Me. (Vedabase)
Tekst
45
Zoals de ether,
het water, de aarde, de lucht en het vuur van materiële
zaken, o dames, ben Ik waarlijk binnen en buiten, het begin en
het einde van alle geschapen wezens [zie b.v.
10.9:
13-14].
Dear
ladies, I am the beginning and end of all created beings and
exist both within and without them, just as the elements
ether, water, earth, air and fire are the beginning and end
of all material objects and exist both within and without
them. (Vedabase)
Tekst
46
Deze
materiële levensvormen, die aldus bestaan temidden van de
elementen der schepping en eveneens er zijn als het
âtmâ [de Ziel, het zelf en de
persoon] dat overeenkomstig zijn eigenlijke aard alles
doorvaart, moeten jullie beide zien als zich bevindend in Mij,
in de Onvergankelijke, Opperste Waarheid [zie ook e.g.
1.3:
1,
3.26:
51,
10.59:
29,
B.G.
9: 15 en
siddhânta].'
In
this way all created things reside within the basic elements
of creation, while the spirit souls pervade the creation,
remaining in their own true identity. You should see both of
these - the material creation and the self - as manifest
within Me, the imperishable Supreme Truth. (Vedabase)
Tekst
47
S'rî
S'uka zei: 'De gopî's die aldus met de instructie over
het âtmâ door Krishna waren onderricht, deden door
voortdurend te mediteren op Hem de subtiele overdekking van de
ziel teniet [zie linga, 7.2:
47 en
4.29]
en kwamen tot het volle begrip van Hem.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Having thus been instructed by
Krishna in spiritual matters, the gopîs were freed of
all tinges of false ego because of their incessant
meditation upon Him. And with their deepening absorption in
Him, they came to understand Him fully. (Vedabase)
Tekst
48
Ze zeiden: 'Met
dat wat Je zei, o Heer met de Lotusnavel, wensen we dat onze
geesten, hoezeer ze ook in beslag zijn genomen door het
huishouden, immer alert zijn op Jouw Lotusvoeten die door de
grote yogi's en hoog geleerde filosofen in hun harten worden
gehouden om op te mediteren, want ze vormen, voor hen die
vielen in de overwoekerde put van een materieel bestaan, de
enige toevlucht om de oversteek te maken [zie ook
7.5:
5,
10.51:
46,
7.9:
28,
7.15:
46].'
The
gopîs spoke thus: Dear Lord, whose navel is just like
a lotus flower, Your lotus feet are the only shelter for
those who have fallen into the deep well of material
existence. Your feet are worshiped and meditated upon by
great mystic yogîs and highly learned philosophers. We
wish that these lotus feet may also be awakened within our
hearts, although we are only ordinary persons engaged in
household affairs. (Vedabase)
*
Volgens S'rîla Sanâtana Gosvâmî in zijn
Vaishnava-toshanî commentaar zou deze gebeurtenis,
beschreven in terugblik, zich hebben voorgedaan na
Balarâma's bezoek aan Vraja (10.65)
en voor Mahârâja Yudhishthhira's
Râjasûya offerplechtigheid (in 10.74)
daar direct na de plechtigheid de vijandschap binnen de
Kuru-familie, de verbanning van de Pândava's en de
daaruit volgende oorlog te Kurukshetra zich
voordeed.
