bij het boek de Bhâgavata Purâna

"Het Verhaal van de Fortuinlijke"

door KRISHNA -DVAIPÂYANA VYÂSA

Downloads:
Bekijk de volledige tekstbestanden boek voor boek.

Muziekbestanden
Luister naar MIDI en Audio-bestanden van de devotionele muziek

Afbeeldingen
Bekijk al de afbeeldingen van het boek

Links
Vind de oorspronkelijke tekst en vertaling hoofdstuk voor hoofdstuk en andere links




Afbeeldingen Canto 5 - pagina 1-2-3-4-5

Hoofdstuk 21 - 22 - 23 - 24 - 25 - 26




Hoofdstuk 21: De Werkelijkheid van de Zonnegod Sûrya

(3) In het midden bevindt zich de machtigste meester van al de heersende hemellichamen, de brandende zon, die met zijn vuur de drie werelden verwarmt en ze verlicht met zijn stralen. De zonneschijf, trekkend door het noorden, door het zuiden of langs de evenaar, kent men verschillend afhankelijk van zijn traagheid, snelheid of gelijkmatigheid van bewegen. In zijn rijzen, ondergaan of aan de hemel staan in verschillende posities, maakt hij lange, korte of even lange dagen als hij zich zoals beschikt, beginnend bij het sterrenbeeld Makara [Steenbok], beweegt door de verschillende tekens van de [astrologische] dierenriem.


 

Hoofdstuk 22: De Beweging der Planeten en hun Veronderstelde Effecten

 (3) Hij [die solaire leidraad van de tijd], deze hoogst machtige Oorspronkelijke Persoon, die Nârâyana Zelve is, de Superziel van de drie Vedische beginselen die er is voor het heil en de karmische zuivering van al de werelden, is de oorzaak waar alle heiligheid en Vedisch weten naar op zoek is. Hij verdeelt naar Zijn goeddunken het jaar in zijn twaalf delen en vormt de zes seizoenen met hun verschillende kwaliteiten beginnende met de lente.


 

Hoofdstuk 23: Beschrijving van de Sterren van S'is'umâra, ons Spiraalvormig Sterrenstelsel

(4) Sommigen stellen zich dit enorme leger van hemellichten voor als een s'is'umâra [een dolfijn] en beschrijven het, geconcentreerd in de yoga, als [dat wat zichtbaar is van] de Allerhoogste Heer Vâsudeva [zie ook een afbeelding van de sterrenhemel zoals men die feitelijk door een telescoop ziet].


 

Hoofdstuk 24: De Lagere Werelden

Bound by illusion (mâyâ)

(10) De tuinen en parken die een grote aantrekkingskracht uitoefenen op de geest en de zinnen, verschaffen veel genoegen met hun massa's bloemen en vruchten waarvan de door klimplanten omhelsde takken van de bomen fraai door de zwaartekracht diep naar beneden doorbuigen. De zinnenstreling wordt er door een schoonheid opgewekt die de pracht van de woonplaatsen van de goden overtreft: de rijke verscheidenheid aan vogels die in paren de vijvers bezoeken vol van sprankelend, helder water dat roerig is van de opspringende vissen, de lotusbloemen in die wateren, de lelies, de kuvalaya en kahlâra bloemen, de blauwe en rode lotussen, reuzenlotussen met duizenden kelkblaadjes en het ononderbroken vrolijke geluid van de vele soorten van lieflijk zingende vogels die hun nesten in de bossen bouwden.


 Hoofdstuk 25: De Heerlijkheid van Heer Ananta

Ananta Sesha

(6) Hij, Ananta, is  de Allerhoogste Heer, het reservoir van alle bovenzinnelijke kwaliteiten en de oorspronkelijke Godheid, die met het bedwingen van de kracht van Zijn intolerantie en wrake [i.v.m. zijn missie van destructie] zich ophoudt [in Zijn hemelverblijf] terwille van het welzijn van [al de levende wezens van] al de werelden.



 

Hoofdstuk 26: De Helse Werelden of de Karmische Terugslag

Do it yourself hell

(15) Hij die in dit leven zonder noodzaak afweek van zijn pad van zelfrealisatie en zich overgaf aan hypocrisie [of ketterij] wordt een hel ingedwongen die bekend staat als Asipatrâvana ['het messcherpe woud'] waar hij wordt  geslagen met een zweep zodat hij, naar links en rechts wegvluchtend, zijn lichaam snijdt aan de twee messcherpe randen van de palmbladeren. Hij die zijn eigen aard verloochende [en burgerplicht verzuimde] zal aldus het resultaat onder ogen moeten zien van het volgen van een dwaalweg en met veel pijn, struikelend bij iedere stap, versuft denken: 'O wat heb ik mezelf aangedaan!'

Kijk voor de © copyright rechten van de individuele schilderijen
onderaan het hoofdstuk waar het geplaatst is.





volgende pagina