bij het boek de Bhâgavata Purâna

"Het Verhaal van de Fortuinlijke"

door KRISHNA -DVAIPÂYANA VYÂSA

Downloads:
Bekijk de volledige tekstbestanden boek voor boek.

Muziekbestanden
Luister naar MIDI en Audio-bestanden van de devotionele muziek

Afbeeldingen
Bekijk al de afbeeldingen van het boek

Links
Vind de oorspronkelijke tekst en vertaling hoofdstuk voor hoofdstuk en andere links




Afbeeldingen Canto 11 - pagina 1 - 2 - 3 - 4

Hoofdstuk 25 - 26 - 27 - 28 - 29 - 30 - 31

 

Hoofdstuk 25: De Drie Geaardheden der
Natuur en Daarboven


(1) De Opperheer zei: 'O beste van alle personen, probeer te begrijpen wat Ik je nu ga zeggen over de manier waarop iemand wordt beïnvloed door een bepaalde geaardheid van Mijn materiële natuur [*]. (2-5) Met de geaardheid goedheid vindt men gelijkmoedigheid, zinsbeheersing, tolerantie, onderscheidingsvermogen, boetvaardigheid, waarachtigheid, mededogen, heugenis, tevredenheid, verzaking, begeerteloosheid, gelovigheid, bescheidenheid en innerlijke tevredenheid. Met de geaardheid hartstocht loopt men op tegen lusten, ondernemingszin, zelfmisleiding, ongenoegen, hoogmoed, een verlangen naar zegeningen, partijdigheid, zinsbevrediging, overhaast tewerk gaan, behoefte aan erkenning, hoon, machtsvertoon en straffen met harde hand. Met de geaardheid onwetendheid is er intolerantie, hebzucht, bedrieglijkheid, geweld, aandacht zoeken, huichelarij, lusteloosheid, ruzie, weeklagen, begoocheling, het lijden onder depressiviteit, laksheid, valse hoop, angst en indolentie. Dezen, de een na de ander door Mij beschreven, vormen het grootste deel van de effecten der geaardheden. Verneem nu over hun combinaties [zie ook B.G. 14].


Hoofdstuk 26: Het Lied van Purûravâ

(4) De nakomeling van Ilâ [geheten Aila ofwel Purûravâ, zie ook 9.14: 15-16], de welbekende grote keizer, zong het volgende machtige lied toen hij gescheiden van Urvas'î verbijsterd geraakt, er zich bij neerlegde en erin slaagde zijn treurnis te beheersen.
 


Hoofdstuk 27: Over het Respecteren van
de Gedaante van de Heer

(12) Men spreekt van acht soorten beeltenissen: zij die bestaan uit steen, hout, metaal,
een smeerbare substantie [zoals klei], een schildering, uit zand, uit edelsteen en uit een mentaal beeld.




Hoofdstuk 28: Jñâna Yoga of de Aanduiding
en het Werkelijke

(4) Wat is nu goed of wat is nu kwaad in deze onwerkelijke, misleidende materiële dualiteit die, door de geest overwogen en onder woorden gebracht, een valse [ontoereikende] voorstelling van zaken oplevert  [*]?


(30) Een normaal levend wezen aangedaan door het werk dat hij doet, zijn karma, blijft, voortgedreven door dan weer deze en dan weer die impuls, in die positie totdat hij sterft. Maar een intelligent iemand is, ondanks dat hij zich in de materiële positie bevindt, niet zo [wisselvallig] omdat hij, met de ervaring van het geluk dat hij vond, zijn materiële verlangens opgaf.



Hoofdstuk 29: Bhakti Yoga: de Meest Zegenrijke Manier
om de Dood te Overwinnen

(35)  S'rî S'uka zei: 'Nadat hij de woorden van Uttamas'loka had aangehoord en hem aldus het pad van de yoga was getoond, zei Uddhava met zijn handen samengevouwen niets omdat zijn keel was dichtgesnoerd door de liefde en zijn ogen volstonden met tranen.


Hoofdstuk 30: Het Verdwijnen van de Yadu-dynastie

(5) De Allerhoogste Heer zei: 'O besten der Yadu's, gezien deze angstwekkende, grote en onheilspellende voortekenen,
die zijn als de vlaggen van de koning van de dood, moeten we geen moment langer in Dvârakâ blijven.



(33) Zijn voet die de vorm had van de kop van een hert werd [toen] getroffen door de pijl van een jager genaamd Jarâ die dacht dat hij een hert zag. De pijl was vervaardigd uit een fragment dat was overgebleven van het ijzer [van de door de brahmanen vervloekte knots die werd vernietigd 11.1: 23].




Hoofdstuk 31: De Hemelvaart van Krishna

(1) S'rî S'uka zei: 'Toen arriveerden daar [in Prabhâsa] Brahmâ samen met S'iva
en zijn gemalin, de halfgoden onder leiding van Indra, de wijzen en de heren der mensen.




(7) En terwijl in de hemel pauken weerklonken en er bloemen neerregenden volgden Waarheid,
Rechtschapenheid, Bestendigheid, Roem en Schoonheid
Hem toen Hij de aarde verliet [*, zie ook 10.39: 53-55].





(28) Aldus werden de aantrekkelijke en allergunstigste heldendaden en kindertijd-wederwaardigheden van de incarnatie van de Allerhoogste Heer Hari [met al Zijn expansies, zie 10.1: 62-63] hier [in dit verhaal van de Fortuinlijke] beschreven alsook elders [in andere geschriften]. Een ieder die uitdrukking aan hen geeft zal de bestemming bereiken van de bovenzinnelijke toegewijde dienst die het doel is van de volmaakte wijzen [de paramahamsa's].'


Kijk voor de © copyright rechten van de individuele schilderijen
onderaan het hoofdstuk waar het geplaatst is.





volgende pagina